Blogs en ander nieuws over De Witt

Matthias Römer aan Johan de Witt, ca. mei 1663

 

Brief van Matthias Römer aan Johan de Witt, ca. mei 1663.
Nationaal Archief, Den Haag Johan de Witt, Raadpensionaris van Holland, 3.01.17, 845.

 

Transcriptie

Mijnheer,

Werdende met een importuyn versouck seer gevergt van den autheur deeser missive hier neffensgaende, om dieselve te mogen adresseeren, opdat maer sijn belangen moge bekent werden, ende mits hij sich seer schient te verseeckeren dat hij het gesustinneerde in sijne voorn[oemde] missive seeckerl[ijk] heefft gevonden, hebbe, alsoo niet coenen van hem ontslagen werden, eyndel[ijk] dieselve aengenoomen, ende alsoo niet beeter weeten te addresseeren als aen Uw Well Ed., opdat het glijck well moge bekent werden offte iet wes daeraen was, wat hij voorgeefft gevonden te hebben, dat hij bij sich vaststelt, ende segt men mag het bij die principalste professoren ende doctoren van die ervaerentheet ende studie vrij laeten exammineeren. Ende mits hij nu daglix sall verlanghen ende mij aenlopen om een offte andre andtwoordt, soo bidde ick seer gedienstig mij met een woordt te laeten verneemen wat ick hem tot antwordt sall geven. Hij begeerdt van het lant niets, als alleen wat sij selffs, soo hij segt daertoe hebben gesteldt, als ijmants die quadrature des circels sall gevonden hebben, ende dat naer volcommene demonstratie ende openinghe van sijne gevondene weetenschap. Hij segt te weesen een Fransman gebooren tot Parijs, ende is in Swedtschen dienst geweest. Ick sall dan met een verlanghen tegemoedt sijen Uw Well Ed. bevehlen, ende goedtvinden wat ick deesen autheur sall mogen antworden tot sijn gouverne, ende mij alsoo te bevrijen van sijne aenspraecke. Waermede verblijve naer seer dienstige gebiednisse.

Well Edle Hoochgeleerde ende Hoochgeerde Heer,
U Well Edle ootmogdigste dienaer,
M. Römer

 

Toelichting

Matthias Römer (?-1675) was resident in Hamburg en Lübeck.(1) In 1663 ontving hij het verzoek van een kolonel uit Hamburg, genaamd Bertrand de la Coste, om zijn wetenschappelijke uitvinding bekend te maken. Tussen de veldslagen en overwinningen had hij zijn tijd gewijd aan geometrie en in 1663 had hij groot nieuws: hij had de oplossing gevonden van een al eeuwenoud wiskundig vraagstuk, de kwadratuur van de cirkel.(1) In zijn bijgevoegde verhandeling bij de brief van Römer legde hij uit hoe hij met behulp van alleen een passer en liniaal in een eindig aantal stappen een vierkant geconstrueerd had dat exact dezelfde oppervlakte had als de gegeven cirkel.

Uit deze brief, die nog niet eerder is uitgegeven, blijkt duidelijk dat Römer verlegen is met de hele situatie. De la Coste blijft bij hem aandringen, overtuigd van zijn gelijk, dat zijn ontdekking zo snel mogelijk bekend moest worden in de Republiek. Römer wist geen andere optie dan deze brief van De la Coste, gericht aan de Staten-Generaal, te zenden an Johan de Witt, in de hoop dat Bertrand hem niet langer dagelijks zou lastig vallen. Zie verder het blog 'Die quadrature des cirkels': Een onmogelijk op te lossen probleem voor meer achtergrond over deze brief.

 

Brief van Bertrand de la Coste aan de Staten Generaal van Holland, mei 1663. Bijlage bij de brief van Matthias Römer aan Johan de Witt, ca. mei 1663. Nationaal Archief, Den Haag, Johan de Witt, Raadpensionaris van Holland, 3.01.17, 845

Geeske Bisschop, 8 juni 2017

Noten