Blogs en ander nieuws over De Witt

Tijdens het werk aan de brieven van Johan de Witt komen we vaak bijzondere zaken tegen. Dat kunnen noemenswaardige personen zijn, vreemde voorvallen, persoonlijke voorvallen, opvallende materiële zaken, enzovoort. Vooruitlopend op de openstelling van het Johan de Witt-archief door het Nationaal Archief, zullen we hiervan via blogs en tweets (@JohandewittNL) melding maken.

De roep van de weduwe

Het is woensdag 3 april 1669 als Maria van Heimbach-van Block een brief schrijft aan Johan de Witt. Maria is op dit moment net over de grens bij Nijmegen in Kleef, Duitsland. Johan bevindt zich in Den Haag. Als weduwe richt Maria zich tot de raadpensionaris. Maar waarom stuurt zij vanuit Duitsland nu juist een brief naar Johan in Den Haag, en niet naar een van haar familieleden?

Maria trouwde in 1659 met Peter van Heimbach.(1) Peter was raadsheer van Frederik Willem, keurvorst van Brandenburg. Hij resideerde in Kleef. Toen keurvorstin Louise Henriette van Nassau naar Amsterdam kwam, was hij een van degenen die haar vergezelden.(2) Maria en Peter hadden contacten met verschillende mensen in de Republiek. Ter gelegenheid van hun huwelijk schreef Joost van den Vondel een gedicht van 134 regels. Maria kreeg daarnaast een persoonlijk lofdicht van de schrijver. Hierin prees hij Peter gelukkig dat hij met Maria getrouwd mocht zijn.(3) Als raadsheer had Peter ook contact met raadpensionaris De Witt. Vijftien brieven die Peter in de periode van 1661 tot 1668 aan Johan schreef, zijn bewaard gebleven.(4) Door onbekende oorzaak stierf Peter in de periode na het schrijven van zijn laatste brief.

In het archief van Johan de Witt bevinden zich twee brieven die Maria na het overlijden van haar man schreef. In de eerste brief, uit 1669, vraagt zij Johan om hulp bij het verhuizen van de huisraad. 'So is mijn vrindelijck versoeck, UHE(5) gelieve doch een vrije pas aen mey te sturen, voor mijn huysraat, dat het selve dogh vrey moght seyn op de tolle, di men Heere de Staetten aen gaen van hier tot Leyden', schrijft ze. De hulp bij het verkrijgen van een vrijbrief om de tol tussen Kleef en Leiden niet te hoeven betalen is 'klij[n] voor UHE, dogh groot voor meyn', aldus Maria. Om Johan ervan te overtuigen dat haar verzoek ingewilligd moet worden, laat Maria weten dat Johan het moeilijk kan weigeren. Hij heeft immers altijd zo'n goede band gehad met haar man. Daarnaast is zij helemaal alleen achter gebleven in een vreemd land waar zij niemand anders kent 'buyten mijn vaderloose weesje'.

Anderhalf jaar later, op 7 december 1670, neemt Maria opnieuw de pen ter hand. Maria krijgt nog geld uit het traktement(6) van haar man. Ze heeft in ieder geval nog recht op 'twintigh hondert rijxdaelders'. Een gigantisch bedrag voor die tijd. Maria onderstreept dat ze het hard nodig heeft: 'Godt weet ic heb het meyne van nooden'. Via deze brief hoopt Maria dat Johan contact op wil nemen met 'Sijn vorstelijcke genade van Nassouw, vorst Mouweritsieus'.(7) Vanwege haar gezondheid kan ze zelf niet naar Johan Maurits gaan om haar geld op te halen. Ondanks het feit dat Maria 'so wijnigh vortroostingh' op haar eerdere verzoek heeft ontvangen, probeert ze opnieuw iets voor elkaar te krijgen bij Johan. 'Het sal UHE noit berouwe, so veel voor een bedroefde weeduwe gedaen te hebben', is haar mening.

Het is niet duidelijk of Johan inderdaad contact heeft opgenomen met Johan Maurits. In ieder geval zijn zowel de brief uit 1670, als die van een jaar eerder niet beantwoord. Een eventuele latere brief van Maria is niet bewaard gebleven. Misschien had zij de moed opgegeven dat Johan nog iets voor haar zou kunnen betekenen.

De brieven van Maria van Heimbach zijn een goed voorbeeld van de vele verzoeken die Johan kreeg van weduwen. Soms waren dit vrouwen die hij niet kende, maar in veel gevallen had hij ooit met hun man gecorrespondeerd. Veel van deze vrouwen zullen uiteindelijk teleurgesteld zijn geweest. Net als bij Maria zal Johan hen weinig 'troost' hebben kunnen bieden. Hij was een belangrijk man, en kon moeilijk op alle verzoeken ingaan die hij binnenkreeg. Hoe schrijnend ze soms ook geweest zijn.

Marinka Joosten, 23 januari 2017

Voorlopige archiefgegevens: NL-HaNA Raadpensionaris De Witt, 3.01.17; 31, omslagnummer 9335, Maria van Heimbach aan Johan de Witt, 3 april 1669 en 7 december 1670.

    Noten:
  • (1) Toen het bruidspaar op 19 september 1659 in ondertrouw ging, was Peter 26. Maria was op dit moment 22 jaar oud. De precieze geboorte- en sterfdata van Peter en Maria zijn niet bekend.
  • (2) De Werken van Van den Vondel. Uitgegeven door J. van Lennep. Herzien en bijgewerkt door J.H.W. Unger (1657), 136.
  • (3) Hollandse Parnas of verscheide gedichten, gerijmt door J. Westerbaen, J. v. Vondel, J. Vos, G. Brant, R. Anslo en andere voornaamste dichters onzer eeuwe. Door T.v. Domselaar verzamelt. Eerste deel (1660), 543-548.
  • (4) Voorlopige archiefgegevens: NL-HaNA Raadpensionaris De Witt, 3.01.17; 31, omslagnummer 9334, Peter van Heimbach aan Johan de Witt, 1661-1668
  • (5) De afkorting UHE is een aanspreektitel. Het staat voor Uw Hoge/Hooggeboren Edele.
  • (6) Traktement is het jaargeld of salaris dat iemand ontving.
  • (7) Johan Maurits van Nassau-Siegen (1604-1679), 'de Braziliaan'.