Blogs en ander nieuws over De Witt

Tijdens het werk aan de brieven van Johan de Witt komen we vaak bijzondere zaken tegen. Dat kunnen noemenswaardige personen zijn, vreemde voorvallen, persoonlijke voorvallen, opvallende materiële zaken, enzovoort. Vooruitlopend op de openstelling van het Johan de Witt-archief door het Nationaal Archief, zullen we hiervan via blogs en tweets (@JohandewittNL) melding maken.

De klerk, de dokter en het harnas

Arnoldus Fey (1633-1679) was in zijn tijd een beroemd dokter, een wonderdokter ook wel genoemd. Zelfs zeer hooggeplaatste personen, zoals de moeder van de latere koning Lodewijk XIV, Anna van Oostenrijk, maar ook Amalia von Solms, de echtgenote van stadhouder Frederik Hendrik, zochten contact met de in Oirschot wonende Fey. Dat betekende echter niet dat hij niet ook klanten van lagere komaf hielp.

alle stadhoudersvrouwen

Een brief van 7 september 1669 laat zien dat ook klerken bij de dokter terecht konden voor hulp. De domestieke klerk van Johan de Witt, Jan Jacob Ferguson (c.1630-1691), had van zijn meester een brief 'in mijn faveure' meegekregen. Hij had de brief aan Fey overhandigd en deze 'ordonneerde dat een nieuw harnasch voor mij gemaeckt soude worden'. De voorspraak van de raadpensionaris had geholpen om de hulp van Fey te verzekeren. Het zorgde er echter niet voor dat Ferguson ook snel geholpen werd.

Ferguson schreef de brief aan De Witt om zich te verontschuldigen voor zijn lange wegblijven. Hij was namelijk al sinds 16 augustus in Oirschot, maar het maken van het harnas schoot maar niet op. Een dergelijk harnas had Fey al vaker voor De Witt gemaakt. Zijn drie dochters hadden er alle drie in 1668 een gekregen. Zo'n harnas was eigenlijk een soort corrigerend korset, waardoor de lichaamshouding van de patiënt verbeterde. Vooral dochter Agneta had zo'n korset nodig, omdat haar ene schouder wat hoger was dan de andere en ze ook nog een dunne ruggengraat had. (1) De kinderen van De Witt kregen bovendien les van deze Ferguson. (2) Dus hij had met eigen ogen de resultaten van het werk van Fey kunnen aanschouwen.

In de zomer van 1669 mocht dan ook de klerk van De Witt de dokter bezoeken. Maar toen bleek dat hij misschien wel een briljant medicus was, maar een minder aimabel persoon. Ferguson had, nadat hij al drie weken op zijn harnas aan het wachten was, aan Fey uitgelegd dat hij 't'huysch van noden was', maar zodra hij daarover begon, "wierdt hij [Fey] quadt: antwoordende: 'Gij wilt vliegen, eer gij vleugels hebt'". Dat Fey geen vriendelijke man was, bevestigt ook een gedicht van de Dordtse toneeldichter Coenraad Droste (1642-1734). Hij wijdde de volgende regels aan Fey:

Al was hij lomp en boers, hij wist sich te doen gelden
Door menschen, die de sieckte of ongemacken knelden.(3)

Ferguson trooste zich met het idee 'dat ick het alleen niet ben, maar datter bij naer niet een mensch is, soo wel persoonen van hogen als lagen state die niet somtijts eens qualijck bejegent wordt'. Gelukkig sprongen de zussen van de dokter in de bras voor Ferguson en op voorspraak van hen mocht hij 'in 't eynde van de toecomende weeck' naar Den Haag terugkeren. Zonder harnas, dat dan weer wel.

brief1 minuut

Marieke van Egeraat, 15 februari 2017

  • (1) Herbert H. Rowen, John de Witt. Grand Pensionary of Holland, 1625-1672 (Princeton, 1978), 497.
  • (2) Ibidem, 502.
  • (3) C. Droste, 'Overblijfsels van gheheugchenisse der bisonderste voorvallen in het leven van den heer' (z.p. 1728) geciteerd in: J.W. Napus, 'Arnoldus Fey', Nederlands tijdschrift voor geschiedenis (1930), 4439-4440.
  • Jan van Maanen, 'Johan Jacob Ferguson, een jongen van Jan de Witt', in: F. Blaakmeer, Rechtevenredig. Liber Amicorum voor Bert Boon (Den Haag, 2010).
  • Paul Knevel, Het Haagse bureau. 17de-eeuwse ambtenaren tussen staatsbelang en eigen belang (Amsterdam, 2001).
  • Frits Speentjes, 'Dokter Arnold Fey' in: De Mooi Oirschot Krant 9 september 2015.
  • Voorlopige archiefgegevens: NL-HaNA Raadpensionaris De Witt, 3.01.17; omslagnummer 10.058, 1669-09-07, Jan Jacob Ferguson aan Johan de Witt.
  • Afbeelding: Portret van Arnoldus Fey, hangend in de Burgemeesterskamer in Oirschot, toegeschreven aan Henri Gascard (1635-1701). Met dank aan de burgemeester van Oirschot, Ruud Severijns.