Blogs en ander nieuws over De Witt

Tijdens het werk aan de brieven van Johan de Witt komen we vaak bijzondere zaken tegen. Dat kunnen noemenswaardige personen zijn, vreemde voorvallen, persoonlijke voorvallen, opvallende materiële zaken, enzovoort. Vooruitlopend op de openstelling van het Johan de Witt-archief door het Nationaal Archief, zullen we hiervan via blogpagina's en tweets regelmatig melding maken. Volg ons daarom ook via Facebook: Johan de Witt NL en Twitter: @JohandewittNL.

'Mijn heere ende neve'

Aanhef uit de van Tromp aan De Witt, d.d. 21 juni 1668

Veel brieven die gericht zijn aan Johan de Witt hebben een aanhef waarin de correspondent hem aanspreekt met neef, meestal met de woorden 'neve' of 'cousin' (of een variant daarop). Officieel is er een verschil tussen de twee: 'cousin' is de zoon van de broer of zus van je vader of moeder (bij ons ook wel 'volle neef' geheten, denk aan het Engelse cousin), terwijl met 'neef' het kind van een broer (of zus) bedoeld kan zijn (nephew). (1) Ook wordt het woord 'neef' gebruikt voor de zoon van een neef. In dit laatste geval spreken wij tegenwoordig van 'achterneef', maar in de tijd van Johan de Witt, lijkt er geen verschil te zijn tussen neef en achterneef (én achter-achterneef)(2).

Opvallend is dat de brieven met de aanhef 'mijn heere ende neeve' altijd gericht zijn aan Johan de Witt in zijn hoedanigheid als raadpensionaris. De brieven hebben geen familiair karakter. Wanneer je in de zeventiende eeuw van iemand iets gedaan wil krijgen, is het handig om je familieband te benadrukken, hoe zwak die ook mag zijn.

Neef of cousin? Verwant of aanverwant?

Aanhef uit de van Tromp aan De Witt, d.d. 29 maart 1672

In de elders besproken brieven van Cornelis Tromp (3) zien we dat Tromp zowel 'neeff' als 'cousijn' gebruikt wanneer hij de raadpensionaris benadert voor een gunst. Blijkbaar was het verschil in betekenis niet belangrijk op het moment dat Tromp zijn brieven schreef. Hij wilde iets van de raadpensionaris gedaan krijgen en gebruikte daarvoor de familieband, die hij zich verworven had door in 1665 Margaretha van Raephorst te huwen. (Of probeerde Tromp die band nog iets te overdrijven door 'cousijn' te gebruiken in plaats van 'neef'?) Beide mannen waren in ieder geval niet biologisch aan elkaar verwant. Uit onderstaande (vereenvoudigde) familiestaat blijkt dat zowel Tromp als De Witt de familierelatie hebben gekregen via hun beider vrouw. De aangetrouwde oom van de vrouw van Tromp (Cornelis Bicker (1592-1654), heer van Swieten) is de biologische oom van de vrouw van De Witt. Tromp en De Witt zijn in de zevende graad familie van elkaar.(4)

Er was in de zeventiende eeuw geen verschil tussen biologische een aangetrouwde familie. Als je echtgenote, zoals Wendela, uit een groot geslacht kwam, kreeg je er heel veel familieleden bij. Een van de belangrijkste adviseurs van de raadpensionaris was bijvoorbeeld Cornelis de Graeff (Heer van Zuid-Polsbroek (1599-1664), broer van de moeder van Wendela). Zij spraken elkaar immer aan als 'oom' en 'neef'.

Neef Johan de Wit

de wit

Een neef die we in de correspondentie van Johan de Witt vaak tegenkomen is neef Johan (Johansz) de Witt (1618-1676). Deze neef kwam ook uit Dordrecht en om verwarring te voorkomen wordt zijn naam vaak met één 't' geschreven: Johan de Wit. De Wit schreef de raadpensionaris veel en heft zijn brieven meestal aan met 'Mon Cousijn'.

Waren de beide Johans ook daadwerkelijk neven? Om tot een gemeenschappelijke bloedverwant in hun stamboom te komen, moet je vele generaties terug: de grootvader van de betovergrootvader van Johan de Witt is hun gemeenschappelijke voorouder, Witte de Witt (1460-1507). De twee De Witten waren in de tiende graad aan elkaar verwant. Johan de Witt en Johan de Wit waren geen cousins, geen neven, geen achterneven, maar achter-achter-achter-achterneven.

Verre neef

Dit werpt de vraag op: wie in de correspondentie van Johan de Witt beroept zich op de familieband, terwijl hij het meest verwijderd is? Wie is de neef met de hoogste graad van verwantschap? Tijdens het werken aan de correspondentie van De Witt, kom je zo nu een dan een onbekende naam tegen van een persoon die Johan de Witt aanspreekt met 'Mijn heere ende neeve'. Wanneer alle brieven zijn ontsloten, moet iemand maar eens al deze (verre) neven in kaart gaan brengen: wie is een nog echte neef en wie in feite niet meer?

Aanhef van brief d.d. 17 september 1667 van Johan de Witt aan zijn neef Nicolaes Vivien (1631-1692). Vivien was de zoon van Anthonina van den Corput, zuster van de moeder van Johan de Witt en zou tegenwoordig dus een volle neef genoemd worden.

Jean-Marc van Tol, 18 februari 2017

  • (1) Uit het Woordenboek der Nederlandse Taal blijkt dat met 'neef' in de tijd van De Witt men ook een 'kleinzoon' kon aanduiden, of zelfs iemand die alleen een 'vriend' was, zonder familieband (maar dat wordt in het WNT als oneigenlijk gebruik gezien). Interessant is bovendien dat in het Frans 'cousin' ook gebruikt kon worden door de koning als titel aan grote heren van het rijk. In de middeleeuwen werd het woord 'neef' in de hoogste kringen gebruikt voor vertrouwelingen van de koningen. Duidt het gebruik van het woord 'neef' op een 'veradellijking' van de regenten in de zeventiende eeuw?
  • (2) Prins Willem II spreekt bijvoorbeeld altijd over zijn 'neef' Willem Frederik van Nassau Dietz, terwijl zij achterneven waren.
  • (3) Blog Ingmar Vroomen, 6 februari 2017: http://resources.huygens.knaw.nl/BriefwisselingJohandeWitt/blogs/20170206_neefCornelisTromp
  • (4) Graden van verwantschap kun je bepalen door de stappen te tellen die tot het dichtstbijzijnd gemeenschappelijke familielid leiden.
  • (5) https://www.genealogieonline.nl/west-europese-adel/I1073864139.php
  • Afbeelding: Portret Abraham Ragueneau, Portret van Johan Johansz de Wit, gesigneerd en gedateerd A Ragueneau A 1662, doek 79 x 65 cm, RKD https://rkd.nl/explore/images/186212