Blogs en ander nieuws over De Witt

Tijdens het werk aan de brieven van Johan de Witt komen we vaak bijzondere zaken tegen. Dat kunnen noemenswaardige personen zijn, vreemde voorvallen, persoonlijke voorvallen, opvallende materiële zaken, enzovoort. Vooruitlopend op de openstelling van het Johan de Witt-archief door het Nationaal Archief, zullen we hiervan via blogpagina's en tweets regelmatig melding maken. Volg ons daarom ook via Facebook: Johan de Witt NL en Twitter: @JohandewittNL.

Briefetiquette in de tijd van De Witt

Uit de vele duizenden brieven die zich in het archief van Johan de Witt bevinden, blijkt dat schrijven in de vroegmoderne periode voor veel mensen een belangrijke manier van communiceren was. Niet alleen bestuurders namen de pen ter hand om politieke zaken te bespreken, ook familieleden gebruikten de brief om hun belangen te regelen. Via brieven werden banen verkregen, geboortes aangekondigd en ruzies besproken. Degenen die naar school waren geweest, hadden leren lezen en schrijven. Voor de laagopgeleiden waren er klerken die een brief konden optekenen of voorlezen.

 

Voorblad briefboek 'Ghemeene Seyndtbrieven'

 

Briefboeken

Bij het schrijven van brieven moest een aantal etiquetteregels in acht worden genomen. Mensen die vaker schreven waren hiervan beter op de hoogte dan degenen die zo af en toe een brief verstuurden. Maar allemaal stelden zij zich nederig op ten opzichte van degene aan wie de brief gericht was.

Het schrijven van brieven was zo belangrijk dat er verschillende boeken op de markt kwamen waarin de regels rondom het schrijven van brieven werden besproken. De ongeoefende lezer werd bij de hand genomen om uiteindelijk de perfecte brief te kunnen schrijven. (1) In Amsterdam verscheen aan het eind van de zestiende eeuw het briefboek 'Ghemeene Seyndtbrieven'. (2) Ook in andere steden werden briefboeken gedrukt. (3) Naast deze gedrukte boeken waren er handgeschreven boeken met tips voor brieven met specifieke doelen. Zo bevindt zich in het archief van Hugo de Groot een boek dat ingaat op het schrijven van brieven aan de Staten-Generaal. Ook wordt hierin weergegeven hoe buitenlandse staatslieden moeten worden aangesproken in de correspondentie. (4)

"Ende behoort dienvolgens het opschrift van die brieven aende heeren Staten Generael gequalificeert te sijn [...] in de Nederlantsche tale in dese forme:
Hooge Mogende Heeren
Mijn Heeren De Staten Generael der Vereenichde Nederlanden.
Ende in aenspraecke inden tekst ende bij den onderschrijvinge:
Uwe Hoogh Mogentheden"

 

Handgeschreven briefboek, uit archief Hugo de Groot

 

Aanhef

De brieven die De Witt ontving voldoen ook aan de beleefdheden die in de briefboeken werden uitgelegd. Allereerst was de aanhef van groot belang. De schrijver moest zich nederig opstellen. Zo schrijft Maria van Heimbach in een van haar brieven aan De Witt: "Na schuldig opdraght van mijn onderdanighe dienst". Ze sluit haar brief af met: "Wel geboren int bisonder Hooghgeerde Heere, UHE dinstwillige dinaeresse." (5) Waar mogelijk moest de ontvanger worden herinnerd aan een eventuele band. Vaak was dit een familieband. Het maakte hierbij niet uit dat iemand pas in de vijfde of zesde graad familie van je was. Ook voor verre familieleden was het belangrijk om te corresponderen. Daarnaast kreeg je sneller iets gedaan als je familie was van de ontvanger. Zie hiervoor ook de blog over Tromp, die De Witt aanschrijft als neef, terwijl zij pas in de zevende graad aan elkaar verwant waren.

Op tijd terugschrijven

Continuïteit zorgde voor het versterken van de band tussen schrijver en ontvanger. Wanneer iemand lange tijd niets van zich had laten horen, werd hij hier in de brief aan herinnerd. Ook werd er vaak gerefereerd aan eerder ontvangen brieven. Zo schrijft Maria van den Corput, een tante via de moederskant van De Witt, 'UED aengenamen [brief] is mij gisterenavont laet behandicht'. (6)

Derde lezer

Tijdens het schrijven van de brieven hield iedereen er rekening mee dat een brief niet altijd direct bij de geadresseerde aankwam. De brief kon door een derde lezer worden onderschept. Gevoelige informatie werd daarom niet aan het papier toevertrouwd. Op verschillende brieven die De Witt ontving, noteerde hij 'mondeling beantwoord'. Dit antwoord kan zodanig persoonlijk of vertrouwelijk zijn geweest, dat De Witt het niet veilig achtte om het per brief mee te delen.

In het archief van De Witt bevinden zich ook brieven die gericht zijn aan anderen. Deze zijn na ontvangst naar hem doorgestuurd, omdat zij belangrijke informatie bevatten waar de raadpensionaris ook van op de hoogte moest worden gesteld. Een voorbeeld hiervan is de brief van Johan van der Does aan David de Wildt. De Wildt heeft, als secretaris van de Admiraliteit van Amsterdam, de brief na ontvangst doorgestuurd naar De Witt. (7)

Adressering

Tot slot waren er strenge regels voor de adressering. Waar de schrijver zich in de brief nederig opstelde ten opzichte van de ontvanger, was de adressering altijd zakelijk. Dit zorgt ervoor dat De Witt in de aanhef van de brief wel met broer, neef of vader werd aangesproken, maar dat dit in de adressering (bijna) nooit naar voren komt. Uit het adres liet men nooit blijken wat de relatie was tot de geadresseerde. Zo schrijft Cornelis de Witt zijn broer aan met 'Mijnheer Johan de Witt'.

 

Adres van een brief van zwager Diederik Hoeufft aan Johan de Witt, 18 september 1652.
Archief Hoeufft van Velsen, inv.nr. 321

 

Marinka Joosten, 11 maart 2017

  • (1) Zie voor meer informatie over briefboeken en briefetiquette:
    -Nevala, M., 'Inside and out. Forms of address in seventeenth- and eighteenth century letters , in: T. Nevalainen en S-K. Tanskanen, Letter writing (Amsterdam 2007) 89-113.
    -Wal, M. van der en G. Rutten. 'The practice of letter writing: skills, models and early modern Dutch manuals', in: Language and History, vol 56, no 1 (mei 2013) 18-32.
    -Joosten, M., 'Sal het eens met een advookaet overlegge'. De rol van vrouwen in het familienetwerk Huydecoper-Coymans (Amsterdam 2016) aldaar 19-31 Via: http://scriptiesonline.uba.uva.nl/document/639185.
  • (2) Jacobs Heyman, Ghemeene seyndtbrieven, seer profijtelick voor die ouders, meesters ende kinderen, om te leeren brieven dichten [etc]. Ghedruct by Ewout Cornelisz. Muller, Amsterdam 1597. In te zien via: https://books.google.nl/books?id=eTxkAAAAcAAJ&printsec=frontcover&hl=nl&source=gbs_ge_summary_r&cad=0#v=onepage&q&f=false
  • (3) Zie hiervoor bijvoorbeeld 'Materie ofte spelde-boecxken' dat in Utrecht werd uitgegeven. Dit boekje werd door de zeventiende eeuw heen veel herdrukt. De eerst bekende druk is van 1614, de laatste van 1738. (Materie ofte spelde-boecxken, zijnde seer bequame voor-schriften voor de jonckheydt om wel te leeren leesen, schrijven [etc]. 't Utrecht op Henrik Jan Bosch, boekverkoper, Utrecht, 1738. In te zien via: https://books.google.nl/books?id=YeZWAAAAcAAJ&printsec=frontcover&hl=nl&source=gbs_ge_summary_r&cad=0#v=onepage&q&f=true
  • (4) Nationaal Archief Den Haag, Archief Hugo de Groot (toegangsnummer 1.10.35.01), inventarisnummer 39.
  • (5) Voorlopige archiefgegevens: NL-HaNA Raadpensionaris De Witt, 3.01.17, omslagnummer 9335, Maria van Heimbach aan Johan de Witt, 7 december 1670
  • (6) Nationaal Archief Den Haag, Archief Hoeufft van Velsen (toegangsnummer 3.20.26), inventarisnummer 321. Maria van den Corput aan Johan de Witt, 24 oktober 1653.
  • (7) Voorlopige archiefgegevens: NL-HaNA Raadpensionaris De Witt, 3.01.17, omslagnummer 8.096. Johan van der Does aan David de Wildt, 3 juni 1665.