Blogs en ander nieuws over De Witt

Tijdens het werk aan de brieven van Johan de Witt komen we vaak bijzondere zaken tegen. Dat kunnen noemenswaardige personen zijn, vreemde voorvallen, persoonlijke voorvallen, opvallende materiële zaken, enzovoort. Vooruitlopend op de lancering van de database met de correspondentie van Johan de Witt zullen we hiervan via blogpagina's en tweets regelmatig melding maken. Volg ons daarom ook via Facebook: Johan de Witt NL, Instagram en Twitter: @JohandewittNL.

 

De uitvinding van een groot kunstenaar in vuurwerken

Een doctor medicinae genaemd Kuffelaer, die over veel jaeren hier te lande heeft getrouwt de doghter van eenen Drebber, vermaert door verscheyde inventien, ende voornaementlijck van vuurwercken (...)

Zo begon de brief van ambassadeur Willem Nieupoort (1607-1678) aan raadpensionaris Johan de Witt van 7 februari 1659.(1) Het was een van de vele recommandatieverzoeken die De Witt via de ambassadeur uit Londen kreeg, maar dit is er een die een staartje zou krijgen. Ene heer Kuffelaer verzocht om vanuit Engeland naar de Republiek der Verenigde Nederlanden te komen om zijn nieuwe uitvinding ten dienste van het land aan te bieden. Hiervoor had hij echter wel een aantal voorwaarden. Deze heer Kuffelaer blijkt Johannes Sibertus Kuffler (1595-1677) te zijn, getrouwd met Catharina Drebbel, de dochter van de Hollandse uitvinder Cornelis Drebbel (1572-1633).(2)

Portret van Cornelis Drebbel. Houtsnede Christoffel van Sichem de Oude (1546-1624). Archief Alkmaar

 

Johannes Kuffler was van Duits protestante afkomst en zijn familie was naar de Nederlanden verhuisd omwille van hun religie. Na zijn promotie in de medicijnen in Padua in 1618 vertrok Johannes naar Londen, waar hij later ook lijfarts van de hertog van York, de latere Jacobus II (1633-1701), werd. Hier kwam hij in aanraking met Cornelis Drebbel, zijn toekomstige schoonvader, die sinds 1605 ook in Engeland woonde. Drebbel was een bekende uitvinder. Hij had onder andere een zogenaamde perpetuum mobile (een eeuwig bewegend apparaat), een microscoop met twee bolle lenzen en een onderzeeboot op zijn naam staan.(3) Bij de bouw van zijn onderzeeboot werd Drebbel in 1621 geholpen door Johannes en zijn broer Abraham Kuffler (1598-1657). Drebbel wakkerde de uitvindersgeest in hen aan en de beide broers bleken zijn ideale schoonzonen te zijn. Abraham trouwde met Anna in 1623 en Johannes met Catharina in 1627. Hierdoor kwamen ze in het bezit van de geheimen van hun schoonvader, waardoor de uitvindingen van Drebbel bekendheid bleven krijgen, ook na zijn dood.

Drebbels onderzeeboot. Wikipedia

 

De torpedo

Uit de brief van Nieupoort blijkt dat Kuffler inmiddels in de hoogste kringen in Engeland naam had gemaakt als een groot kunstenaar van vuurwerk. In 1658 demonstreerde hij zijn uitvinding, een torpedo die een schip in snel tempo kon laten zinken, op de Theems voor de machtigste man van Engeland, lord protector Cromwell (1599-1658). Volgens anonieme Duitse berichtgeving sloeg de torpedo een gat van 9 meter in het schip dat gebruikt werd voor de demonstratie, waarna het onmiddellijk zonk.(4) Het werd omschreven als een belangrijk geheim (splendid arcanum) voor de vernietiging van de mensheid, dat ook op het land gebruikt kon worden om hele regimenten te verslaan. De Engelsen hadden dit wapen door een wonderlijke voorzienigheid in handen gekregen. Deze uitvinding van Johannes was echter niet geheel zijn eigen idee: zijn schoonvader Drebbel had het al getest in dienst van Karel I bij de belegering van La Rochelle in 1628. Johannes had de torpedo samen met zijn broer Abraham verder ontwikkeld, om het nu eindelijk – in opdracht van Cornelis Drebbel – ten dienste van het land te stellen. Samuel Hartlib (ca. 1600-1662), een veelzijdige Duits-Britse wetenschapper, had hem geholpen om zijn uitvinding te promoten. Zo beloofde Hartlib dat hij 'diligently attend & sollicite his Highnesse [Cromwell], the Councill, the Secretary of Estate, & such other Persons, & use such other meanes, that may most probably bringe the said Experiments to their desired effect, for the benefitt of this Commonwealth'.(5) Cromwell was inderdaad diep onder de indruk, waarop hij Kuffler 10.000 pond beloofde als hij in dienst van Engeland zou blijven.

Oliver Cromwell door Samuel Cooper, 1656. National Portrait Gallery.

 

Kuffler zou zijn geld niet krijgen. Enkele weken na de succesvolle demonstratie overleed Cromwell geheel plotseling op 3 september 1658. Zijn opvolger en zoon, Richard Cromwell (1626-1712), had geen interesse in de torpedo, waarop Kuffler met lege handen achterbleef. Dit was de reden dat Johannes contact opnam met Nieupoort om zich aan te bieden bij de Republiek der Verenigde Nederlanden: 'sedert syne Hoogheyts overlijden, heeft hij genegentheijdt gekregen, om liever den Staet van het Vereenighde Nederlandt te dienen'.(6) Hij ging ermee akkoord dat hij minder compensatie kreeg, maar hij had wel vooraf negen- of tienduizend gulden nodig om schulden af te lossen en de reis naar De Nederlanden te maken. Nieupoort stuurde daarom een uitvoerige brief naar Johan de Witt om voor Johannes Kuffler te pleiten. Als bijlage stuurde hij een lijst met uitvindingen mee, met daarop naast de torpedo nog twee andere nuttige uitvindingen. Een ervan was een granaat die in korte tijd een bres kon slaan in een aarden wal. Velen hadden al geprobeerd zo'n granaat uit te vinden, maar nog nooit met goed resultaat. De derde uitvinding van Johannes was een manier om een granaat zo te richten dat deze precies het midden van een schip zou raken.

Lijst met uitvindingen van Kuffler. Bijlage bij de brief van Nieupoort van
7 februari 1659. NL-HaNA, Raadpensionaris De Witt, 3.01.17, inv.nr. 1667

 

Afwijzing

Uit De Witts reactie blijkt echter dat hij er weinig heil in zag: de kans was klein dat de leden van de Staten-Generaal hier zoveel geld aan wilden spenderen zolang ze niet zelf het bewijs hadden gezien.(7) Toch beloofde hij om het aan de heren voor te stellen. Ook Nieupoort had al tegen de heer Kuffler gezegd dat hij zich niet kon voorstellen dat ze geld zouden geven zonder garantie dat zijn uitvindingen daadwerkelijk nuttig waren.(8) Kuffler had echter, naar eigen zeggen, het geld toch nodig om over te kunnen komen. Hij hoopte dat hij het voordeel van de twijfel zou krijgen omdat Cromwell zelf hem deze grote beloning beloofd had. Ook zouden zijn zoon en zwager de proef uit kunnen voeren, waarna Johannes, als het goedgekeurd werd, zelf kon komen.(9)
Verder refereerde hij aan een kennis van hem, de heer van Zuilichem, oftewel Constantijn Huygens (1596-1687), die hem zeker kon aanbevelen. Constantijn Huygens had de familie Drebbel namelijk dikwijls bezocht. Over Cornelis Drebbel schreef Constantijn Huygens: 'Van Drebbel heb ik slechts een glimp mogen opvangen, de geleerde die oogde als een Hollandse boer, maar spreken kon als de wijzen van Samos en Sicilië tezamen'.(10) Waarschijnlijk is Huygens zo ook in contact gekomen met de gebroeders Kuffler, hoewel niet bekend is welke mate van contact er tussen hen was na de dood van Cornelis Drebbel in 1633. Wel was hij op de hoogte van Kufflers indrukwekkende proef met de torpedo, waardoor Cornelis zelfs na zijn dood bewees dat hij een 'geducht vlotenverwoester' was:

Aan een van zijn schoonzoons had hij (misschien als vaderlijk erfdeel) een klein door hem uitgevonden apparaat toevertrouwd. Daarmee had deze, onder het verbaasde oog van de door de Staten aangewezen commissie van onderzoek, een degelijk schip in één klap opgeblazen. Het schouwspel was des te griezeliger, omdat de man die de manoeuvre leidde en uitvoerde zelf in het bootje zat, waarop, tegen de voorsteven, het apparaat bevestigd was waarmee het schot gelost werd. Hij bleef evenwel volkomen ongedeerd.(11)

 

Portret van Constantijn Huygens op 27-jarige leeftijd, Willem Jacobsz. Delff,
naar Michiel Jansz. van Mierevelt, 1625. Rijksmuseum Amsterdam.

 

Ondertussen had De Witt het voorstel om Kuffler met zijn uitvinding over te laten komen voorgelegd aan de leden van de Staten-Generaal, maar zij waren – zoals voorspeld – 'gantsch ongenegen' om van tevoren al een beloning te geven.(12) Daarnaast wisten een aantal leden dat Johannes vaker met een uitvinding was gekomen, maar dat bij de uitvoering ervan gebleken was dat ze er niets aan hadden. Johannes Kuffler liet het hier niet bij zitten. Op 4 juli schreef Nieupoort wederom aan De Witt dat Kuffler weer naar hem toe gekomen was: 'hij is seer genegen om den Staet van het Vereenighde Nederlandt te dienen, ende begeert geene recompense, voor ende aleer de preuve van sijne inventie sal gesien wesen'.(13) Blijkbaar wilde hij zo graag terug, dat hij vooraf geen geld meer wilde voor de uitvoering van zijn proef. Het probleem bleef echter dat hij wel geld nodig had om met zijn familie terug te reizen naar de Republiek. Daarom smeekte hij Nieupoort of ze vanuit de Nederlanden kopieën van twee obligaties op de West-Indische Compagnie konden sturen, die tussen de duizend en elfhonderd gulden waard waren. Deze kon hij dan betalen om daarna zo spoedig mogelijk over te komen. Johannes had geduld om te wachten op een antwoord, voordat hij zich bij de Engelse regering aan zou bieden. Opnieuw kreeg hij echter een 'nee' te horen. Voor het geld om de obligaties af te betalen moest hij maar andere crediteuren zoeken.(14)

 

Nieuwe pogingen

Kuffler deed daarna nog enkele pogingen om zijn torpedo aan de Engelsen aan te bieden. Volgens de Calendar of State Papers 1661/1662 bood hij op 14 maart samen met zijn zwager Jacob Drebbel zijn diensten aan bij koning Karel II (1630-1685). Hierin stond dat ze een proef wilden doen met hun vaders geheim om schepen in een oogwenk te doen zinken of te vernietigen. Wanneer dit slaagde, wilden ze alsnog de beloning van 10.000 pond ontvangen.(15) Maar ook op dit aanbod werd niet ingegaan.

Johannes Kuffler klopte ook nog aan bij Constantijn Huygens jr. (1628-1697). Zo schreef Constantijn in zijn dagboek op 3 oktober 1668:

Eer ick uytgingh was Kuffler bij mij, soon van ghene daer Papa sal een verrekijcker in een houte pijpe van hadde (welcke nochtans van sijn broeder geslepen was). Seyde, een inventie van sijn vader te hebben, om een schip met der haest in grondt te helpen, door een soort van een petard, daer een gat doende in slaen van 15 a 16 voeten in 't vierkant; dat de Protector Cromwell hem een groote recompense voor die inventie soude gegeven hebben, maar juyst daerover was komen te sterven'.(16)

Het is onbekend wat Constantijn met deze informatie heeft gedaan.
Zelfportret (?) van Constantijn Huygens junior, 1685. Rijksmuseum Amsterdam.

 

Zowel Engeland als de Republiek der Verenigde Nederlanden hadden hun voordeel met de torpedo kunnen doen in de oorlogen die volgden, maar beide landen weigerden om er geld voor uit te geven. Of werd het ook afgeslagen 'ter wille van de menschelijkheid, zelfs bij oorlogvoeren'?(17) Het dodelijke wapen bleef daardoor echter een niet erkende uitvinding van een (waarschijnlijk) teleurgestelde Johannes Kuffler. Aan Johannes' pech leek geen einde te komen toen ook nog – tussen de pogingen door om zijn uitvinding te verkopen – zijn eigen hand eraf geblazen werd terwijl hij bezig was om een torpedo in elkaar te zetten; blijkbaar had hij het gevaar van zijn eigen uitvinding onderschat.(18)

 

Geeske Bisschop, 12 juli 2017

 

Noten

  • (1) Nationaal Archief, Den Haag, Johan de Witt, Raadpensionaris van Holland, nummer toegang 3.01.17, inventarisnummer 1667. Deze brief is ook opgenomen in de editie van Scheurleer, zie: Zie voor de digitale editie: H. Scheurleer: Brieven, geschreven ende gewisselt tusschen den Heer Johan de Witt [...] behelsende de negociatiën van den heer W. Nieupoort, in Engelandt, deel 3, H. Scheurleer (ed.) (Den Haag 1724) 548-549. Over het verblijf van ambassadeur Willem Nieupoort in Londen verscheen het blog: Geeske Bisschop, De quade humeuren van ambassadeur Nieupoort, d.d. 25 mei 2017.
  • (2) http://www.biografischportaal.nl/persoon/63474079.
  • (3) http://www.biografischportaal.nl/persoon/25833565.
  • (4) J.T. Young, Faith, Medical Alchemy and Natural Philosophy: Johann Moriaen, Reformed Intelligencer, and the Hartlib Circle (Aldershot 1998) 56.
  • (5) Ibidem.
  • (6) Brief van 7 februari 1659 van Nieupoort aan De Witt. NL-HaNA, Raadpensionaris De Witt, 3.01.17, inv.nr. 1667; Scheurleer 3, 548-549.
  • (7) Brief van 17 februari 1659 van De Witt aan Nieupoort. Scheurleer 3, 551.
  • (8) Brief van 21 februari 1659 van Nieupoort aan De Witt. NL-HaNA, Raadpensionaris De Witt, 3.01.17, inv.nr. 1667; Scheurleer 3, 556.
  • (9) Brief van 14 maart 1659 van Nieupoort aan De Witt. NL-HaNA, Raadpensionaris De Witt, 3.01.17, inv.nr. 1667; Scheurleer 3, 568.
  • (10) Constantijn Huygens (ed. F.R.E. Blom), Mijn leven verteld aan mijn kinderen. Deel I (Amsterdam 2003) 117.
  • (11) Constantijn Huygens (ed. C.L. Heesakkers), Mijn jeugd (Amsterdam 1987) 130.
  • (12) Brief van 21 maart 1659 van De Witt aan Nieupoort. Scheurleer 3, 575-576.
  • (13) Brief van 4 juli 1659 van Nieupoort aan De Witt. NL-HaNA, Raadpensionaris De Witt, 3.01.17, inv.nr. 1668; Scheurleer 3, 684 .
  • (14) Brief van 18 juli 1659 van De Witt aan Nieupoort. Scheurleer 3, 692.
  • (15) J.F. Bense, The Anglo-Dutch Relations from the Earliest Times to the Death of William the Third (Den Haag 1924) 131.
  • (16) Constantijn Huygens jr., Journaal van 21 october 1688 tot 2 september 1696. Eerste deel (Utrecht 1876) 185.
  • (17) H.A. Naber, De ster van 1572. Cornelis Jacobsz. Drebbel (1572-1634) (Amsterdam, ca. 1910) 36.
  • (18) N. Kamil, Fortress of the Soul: Violence, Metaphysics, and Material Life in the Huguenots' New World, 1517-1751 (Baltimore 2005) 419.