Verenigingen voor armenzorg en armoedepreventie in de negentiende eeuw

Maatschappij van Weldadigheid, afdeling Apeldoorn

Naam Maatschappij van Weldadigheid, afdeling Apeldoorn
Opmerkingen over naam de afdelingen worden ook subcommissies genoemd
Plaats Apeldoorn
Provincie Gelderland
Begindatum 6 oktober 1884 (oprichting)
Einddatum 1890 (laatste vermelding)
Levensbeschouwing neutraal
Richtgroep (uitleg)
De groep ten behoeve waarvan de vereniging actief is
Armen algemeen, Werklozen
Leden (uitleg)
De groep waaruit de leden afkomstig zijn
Mannen
Werkingsgebied Lokaal
Doelstelling

'het doel der Maatschappij van Weldadigheid is hoofdzakelijk om den toestand der armen en lagere volksklassen te verbeteren, door zoodanige ontwerpen, die voor dezelve dienstig geoordeeld worden, ter uitvoering te brengen, inzonderheid door aan dezelve arbeid, onderhoud en onderwijs te verschaffen en hen uit dien toestand van verbastering, waartoe deze menschen, in het algemeen, vervallen zijn op te beuren, en tot eener hoogere beschaving, verlichting en weldadigheid op te leiden'.

Bij KB van 7 juli 1859 nr. 100 werd de doelstelling van de opnieuw opgerichte Maatschappij 'mede te werken tot verbetering van den toestand der lagere volksklassen'. (Goossens)

Activiteit

Om het bovenomschreven doel te bereiken stichtte de Maatschappij de ‘vrije’ kolonies Frederiksoord (1818), Willemsoord (1820) en Wilhelminaoord (1820), waar de bedeelde zich vrijwillig zou kunnen aanmelden om te worden opgeleid tot zelfstandig boer. Dat bleek al spoedig veeleer theorie. In de praktijk werden contracten met derden afgesloten, gebaseerd op de opvoeding der kinderen in de vrije gestichten; de subcommissies bemiddelden hierbij, maar weesvoogden, diakoniën en armbesturen kregen het eeuwigdurend plaatsingsrecht.

De afdelingen verzamelden gelden om zelf uitgekozen armen naar de koloniën te kunnen sturen.

Afdeling van

Maatschappij van Weldadigheid, opgericht in 1818, waarvan het hoofdbestuur was gevestigd in Den Haag en, na 1859, in Frederiksoord

Oprichters

D. Bas Backer, mr. W.B. Bergsma en jhr. Holmberg.

Bestuursleden

De oprichters vormden het voorlopige en het eerste bestuur.

In 1890 werd het bestuur nog steeds of opnieuw voorgezeten door D. Bas Backer, met mr. W.M. Bergsma als secretaris en mr. O.B. Vriesendorp als penningmeester.

Verantwoording gegevens

ad doelstelling, activiteit en ad richtgroep en einddatum van de Maatschappij als vereniging:

gegevens ontleend aan de inventaris van de archieven van de Maatschappij van Weldadigheid 1818-1970 door J.R. van der Zijden, J. Hagen, C.G.C. Meynen (uitgave rijksarchief Drenthe) en aan overige data m.b.t. de landelijke Maatschappij.

ad oprichtingsdatum, oprichters en aantal leden van de afdeling:

W.J. de Muinck Keizer (red.), Kroniek van Apeldoorn 1882-1889 (Apeldoorn 1993) 56, 57.

ad laatste vermelding, bestuursleden en aantal leden:

Erica Jaarboekje der Maatschappij van Weldadigheid voor 1874; voor 1881 en voor 1890 (Amsterdam resp. 1873, 1880 en 1889).

Opmerkingen

ad oprichtingsdatum:

'Maandag 6 oktober jl. [1884] werd een bijeenkomst gehouden van de leden van de Maatschappij van Weldadigheid te Apeldoorn en besloten een Afdeling daarvan op te richten'.

ad leden:

Tijdens de jaarlijkse vergadering in mei 1887 blijkt afdeling Apeldoorn 44 leden te hebben, een jaar later zijn dat er 48. (De Muinck Keizer)

In 1890 had de afdeling Apeldoorn 47 leden (Erica)

ad richtgroep:

gevangenen, bedelaars en wezen en boefjes behoorden na 1859 ook officieel niet meer tot de richtgroep van de Maatschappij, toen door de acte van scheiding van 1858 de dwang-inrichtingen van de Maatschappij overheidsinstellingen waren geworden.

inkomsten:

contributies der leden. Deze volstond in de praktijk hooguit als bijdrage in de kosten voor de vrije kolonisatie van behoeftige gezinnen; de opvang van bedelaars, wezen, vondelingen en verlaten kinderen kwam grootendeels voor rekening van de regering via allerlei contractuele vergoedingen voor opvang en verzorging'. Na 1859 werd dit gebruik geïnstitutionaliseerd bij het afsplitsen van de dwanginrichtingen van de Maatschappij.

einddatum van de Maatschappij als vereniging:

Eind jaren '50 werd een andere organisatievorm noodzakelijk geacht: de algemene ledenvergadering van 23 december 1959 besloot de vereniging om te zetten in een stichting. Het passeren van de stichtingsacte op 11 mei 1960 had tot gevolg dat de weinige nog bestaande plaatseljke afdelingen werden opgeheven; de leden verdwenen, de Mij. kende voortaan alleen nog begunstigers. Of de afdeling Apeldoorn toen nog bestond valt na te gaan in dossier 2222 van het verenigingsarchief: 'Lijst met afdelingen van de Maatschappij van Weldadigheid per 25 november 1959, met vermelding van het aantal leden per afdeling, 1959.'