Verenigingen voor armenzorg en armoedepreventie in de negentiende eeuw

 
English | Nederlands

Nederlandsch Genootschap ter zedelijke verbetering der gevangenen (ZV)

Naam Nederlandsch Genootschap ter zedelijke verbetering der gevangenen (ZV)
Opmerkingen over naam Afwisselend wordt in de naam 'ter' en 'tot' zedelijke verbetering gebruikt; in 1946 verandert de naam in Nederlands Genootschap tot Reclassering
Plaats Amsterdam
Provincie Noord-Holland
Begindatum 12 november 1823 (oprichting)
Einddatum 1976 (opheffing)
Levensbeschouwing neutraal
Richtgroep (uitleg)
De groep ten behoeve waarvan de vereniging actief is
Gevangenen, Verwaarloosde kinderen
Leden (uitleg)
De groep waaruit de leden afkomstig zijn
Mannen en vrouwen
Werkingsgebied Landelijk
Doelstelling

Regl.. 1827 art. 5: ter bereiking van het eerstgemelde doel, zullen, voor rekening van het Genootschap, doelmatige geschriften, onder de gevangenen, ter lezing of ten geschenke, worden uitgereikt. (...)

art. 8: Voorts zal de zedelijke verbetering der gevangenen, door allerlei meest doelmatige en voor het Genootschap bereikbare middelen worden bevorderd; als daar zijn: 1. Het oprigten van Scholen in de gevangenhuizen. 2. Het geven van doelmatig Godsdienstig onderwijs in dezelven. (....) (Van Bemmelen 268-269)

 

'Het doel van het Genootschap is tweeledig: a. om in den kerker gevangenen door godsdienst en andere gepaste middelen op te heffen van hunnen val en te wapenen tegen nieuw misdrijf (...); b. om, buiten den kerker 1. ontslagenen, die gedurende hunne gevangenschap of hun verblijf in eene Rijkswerkinrichting buitengewone blijken gaven van beteren zin, behulpzaam te zijn tot verkrijgen van een eerlijk bestaan, en 2. bovenal jeugdige ontslagenen, bij het verlaten van den kerker of van een der huizen van verbetering en opvoeding, te beveiligen tegen verleiding en herhaling van misdrijf.' (Blankenberg)

Activiteit

Regl. 1827, art. 5: ter bereiking van het eerstgemelde doel, zullen, voor rekening van het Genootschap, doelmatige geschriften, onder de gevangenen, ter lezing of ten geschenke, worden uitgereikt. (...)

art. 8: Voorts zal de zedelijke verbetering der gevangenen, door allerlei meest doelmatige en voor het Genootschap bereikbare middelen worden bevorderd; als daar zijn: 1. Het oprigten van Scholen in de gevangenhuizen. 2. Het geven van doelmatig Godsdienstig onderwijs in dezelven. [Voorts: Steun aan godsdienstleraren in de gevangenis; zelfs het ter hand nemen van een opleiding tot dit beroep] art. 14: Ingevalle, het aan het Genootschap vergund worde, ten nutte der gevangenen, werkzaam te zijn, zullen nogtans altijd tweederde gedeelten van de finantiëele krachten des Genootschaps ten nutte der in vrijheid gestelden worden besteed; als zijnde de eersten, uit eigen aard, meer voorwerpen van de onmiddelijke zorg van het Gouvernement -- de laatsten die van dit Genootschap. [Voorts art. 15 t/m 24 over vorm van bijstand: primaire hulp, waarvan de omvang zo mogelijk bij reglement zal worden vastgesteld; arbeidsbemiddeling; beloning van goed gedrag d.m.v. premies] (Van Bemmelen 268-273)

 

Het genootschap bereikte dat rond het midden van de 19e eeuw veroordeelde vrouwen, meisjes en jongens afzonderlijk gevangen werden gezet: de vrouwen te Gouda, de jongens te Rotterdam en de meisjes te Amsterdam. Vanaf 1850, bij de invoering van het cellulaire stelsel, werd het zogeheten celbezoek geïntensiveerd.

Voorts werd werk gezocht voor ex-gevangenen. De mannen werden daarbij  zonodig met gereedschappen of kleding gesteund. (Calisch 434)

 

'Elk afdeelingsbestuur noodigt (...) eene commissie van vrouwen uit, onder den titel van Dames-comité, dat in overleg met de medewerking van het (afdeelings)bestuur de belangen der vrouwelijke veroordeelden gedurende hare gevangenschap en na haar ontslag zal helpen bevorderen. In gemeenten, waar geen afdeeling gevestigd is, worden een of meer correspondenten benoemd, aan wie het toezicht over ontslagenen, die zich te hunnent neerzetten, zal worden aanbevolen.

Daar de Regenten over de gevangenissen vier malen 's jaars aan de besturen der afdeelingen inzenden een staat van gevangenen, die in de eerstvolgende drie maanden zullen worden ontslagen, zoo zullen bestuurders daarvan kennis geven aan elke afdeeling, onder welker ressort ieder dezer ontslagenen zich denkt te vestigen, met vermelding van zoodanig bijzonderheden, als tot nader inlichting omtrent den bedoelden persoon zullen kunnen strekken, ten einde, ingeval van aanbeveling, de belanghebbende afdeeling intijds maatregelen zal kunnen beramen, om zulk een ontslagene bij zijn terugkeer in het maatschappelijk leven behulpzaam te zijn tot het verkrijgen van eene eerlijke kostwinning. (...)

Het bestuur, dat zich een ontslagene aantrekt, en hem hulp verleent, mag voor hem niet meer dan f 25 besteden zonder de bijzondere goedkeuring des Hoofdbestuurs. Wat aan een ontslagene uit de geldmiddelen des Genootschaps wordt verstrekt, zal worden beschouwd als een voorschot, tot welks teruggave de ontslagene in tijd en wijle verplicht is. (...)

Blijkens het jaarverslag (over 1897) wordt door de afdeelingsbesturen het volgende voor ontslagen gevangenen gedaan: verstrekken van kleedingstukken, of gereedschap en kleeding, of kleeding en reisgeld; voorschotten tot voorziening in onderhoud; verschaffen van wekelijksche toelagen tot steun in verplegings- en onderhoudskosten; plaatsen van jongens in het Doorgangshuis te Hoenderloo, bij de Vereen. voor Halfverweesden; van meisjes op Tabitha, Bethel, Beth-Palet enz. De dames-comité's beijveren zich de vrouwelijke ontslagenen diensten te bezorgen, zoo er eenige hoop bestaat dat zij daar goed zullen oppassen.' (Blankenberg)

Heeft als afdeling(en)

afdelingen door het gehele land, en wel in plaatsen waar gevangenissen aanwezig zijn. In de database opgenomen zijn de afdelingen: Alkmaar, Almelo, Amersfoort, Amsterdam, Apeldoorn, Appingdam, Arnhem, Breda, Delden, Delft, Den Bosch, Den Haag, Deventer, Doetinchem, Dordrecht, Drenthe, Enkhuizen, Friesland, Goes, Gooiland, Groningen, Gorinchem, Haarlem, Heerenveen, Hoorn, Leeuwarden, Leiden, Maastricht, Middelburg, Montfoort, Nijmegen, Oegstgeest, Oost-Groningen, Roermond, Rotterdam, Tiel, Utrecht, Woerden, Zaanland, Zierikzee, Zutphen en Zwolle.

Blijkens twee omslagen in het Streekarchief Hattem bevonden zich aldaar tussen 1823-1829 een aantal corresponten van de ZV.

Blijkens het Jaarboekje van de stad en het kanton Schiedam (Schiedam 1847, 1857,1860) waren de heren mr. P. Loopuijt en dr. A. Knappert de correspondenten van de vereniging te Schiedam  van 1847 tot zeker 1860. In 1865 waren dat: J.F. Asma, A.Knappert Lzn. en J. Loopuijt; in 1885 blijkt Asma vervangen door S.A. Maas. Tussen 1890 en 1893 blijkt A. Knappert afgetreden, terwijl in 1895 slechts Maas als correspondent lijkt te zijn overgebleven.

Werkt samen met

het Asyl Steenbeek sinds de oprichting ervan in 1848.

Werkt samen met

de Vereeniging tot opvoeding van halfverweesde -, verwaarloosde - en  verlaten kinderen in het huisgezin, opgericht in 1894 en eveneens gevestigd te Amsterdam

Oprichters

oprichters: W.H. Suringar, J.L. Nierstrasz en W.H. Warnsinck

Bestuursleden

Bestuursleden:

De eerste buitengewoon hoofdbestuurders waren: Gijsbrecht Karel Grave van Hogendorp, staatsraad baron Fagel, buitengewoon staatsraad mr. P.J. de Bije, generaal J.van den Bosch, leider van de Maatschappij van Weldadigheid,

De eerste gewoon hoofdbestuurders: mr. M.C.van Hall, voorzitter, L. Hamerster Ameshoff, thesaurier, W.H.Warnsinck Bzn., secretaris, J. Teissèdre l'Ange, M.S. Asser, L.E. Hovius, J.L. Nierstrasz Jr., W.H.Suringar, J.E. Mollet, mr. H. de Wildt, mr. P. Wolterbeek. (Van Bemmelen 45-48)

Eigen gebouw (adres)

In 1857 werd een gebouw in Leiden aangekocht als doorgangshuis voor jeugdige ontslagenen, die na een jaar door Oorlog en Marine in opleiding genomen zouden worden. Al gauw hield dat op en het herinrichten van het doorgangshuis tot mandemakerij en smederij leidde tot leegloop. In 1862 werd de inrichting weer opgeheven.


In 1902 werd tot oprichting van een Centraal plaatsingsbureau voor ontslagen gevangenen besloten, te vestigen in Amsterdam.

Op een buitengewone vergadering van de Algemene vergadering werd in jan. 1903 besloten tot aankoop van het landgoed 't groot Woudhuis als doorgangshuis voor ontslagenen. Beide instellingen werkten met wisselend succes

Koninklijk Besluit 6 oktober 1823 nr. 361
Verantwoording gegevens

Doelstelling, activiteit, levensbeschouwing, oprichters en bestuursleden:

J.M. van Bemmelen, Van zedelijke verbetering tot reclasseering Geschiedenis van het Nederlandsch genootschap tot Zedelijke Verbetering der Gevangenen 1823-1923 (Den Haag 1923) 54-55, 262-273.

W.M. Lindemann en Th. F. Litsenburg, De Algemene Reclasseringsverenigingen en haar voorgangers 1823-1986, Uitgave van het Rijksarchief Noord-Brabant, inventarisreeks nr. 43, 48-51.

N.S. Calisch, Liefdadigheid te Amsterdam Overzigt van al hetgeen in Amsterdam wordt verrigt, ter bevordering van de stoffelijke, zedelijke en godsdienstige belangen, voornamelijk der minvermogenden en behoeftigen(Amsterdam 1851) 433-435. Uit echte bronnen bijeengebracht door [NSC]

Ramon de la Sagra, Reis door Nederland en België, met toepassing op het lager onderwijs, de instellingen van Liefdadigheid en de gevangenissen in die beide landen, deel I Nederland (Groningen 1839) 217-324.

J.F.L. Blankenberg, H.J. de Dompierre de Chaufepié en H. Smissaert, Gids der Nederlandsche Weldadigheid (Amsterdam 1899) 927-929.

 

Opmerkingen

ad levensbeschouwing:

neutraal met een protestants christelijke inslag. Zie de oproep van de oprichters: 'Welaan landgenooten! Eéns van zin, ééns van doel willen wij dan aanvangen, onder nederig opzien tot den Hemelschen Vader, die niemand uitsluit van zijn allesomvattende liefde en die zijne zon doet opgaan over boozen en goeden.' (Van Bemmelen 54-55.)

 

Elke Nederlanders kon voor f. 2,60 per jaar lid worden; op 31 dec. 1837 telde ZV 3596 leden.

Tot 1842 was het Genootschap een tegenstander, nadien een voorvechter van het cel-systeem. De invoering van dit stelsel in 1851 verzwaarde de bezoektaak (sindsdien celbezoek genoemd) van het Genootschap aanzienlijk'. (Calisch 434)

 

In 1913 werd het Genootschap (verreweg het belangrijkste) lid van de Vereeniging van Reclasseringsinstellingen dat op haar initiatief was opgericht.

ad einddatum:
opgeheven in 1976, na fusie met de RK en de protestants-christelijke reclasseringsverenigingen en de dr. F.S. Meijers-Vereniging.

Archief

Het archief van het Nederlandsch Genootschap ter zedelijke verbetering der gevangenen dat onder toegangsnummer 204 wordt bewaard in het Brabants Historisch Informatie Centrum.

Voorts:

De 'Verslag[en] van de handelingen der (2e-4e, 6e-16e) Algemeene Vergadering van het Nederlandsch Genootschap tot Zedelijke Verbetering der Gevangenen. Algemene Vergadering', bevinden zich in het archief van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, departement Zwolle, (1799), dat onder toegangsnummer 996 wordt bewaard in het Historisch Centrum Overijssel.

 

Archiefstukken m.b.t. het Nederlands Genootschap tot reclassering (voorheen ter zedelijke verbetering van gevangenen) over de periode 1932 - 1963 bevinden zich in de rubriek Documentatie in het archief van de Sociale Raad en rechtsvoorgangers dat onder nr. 400 wordt bewaard in het Stadsarchief Amsterdam. 1 omslag

Toon archiefinfo
Verberg archiefinfo

Naam archiefbewaarplaats Brabants Historisch Informatie Centrum
Naam collectie De Algemene Reclasseringsvereniging en haar voorgangers 1823-1986
Beheersnummer 204
Toegang inventaris
Openbaarheid beperkte openbaarheid
Statuten ja

inv. no. 40 Statuten en huishoudelijke reglementen, 1823-1972, 1 pak

Reglementen ja

zie onder statuten.

Notulen ja

Notulen hoofdbestuur, 1823 - 1973 (enkele hiaatjes)

Notulen ledenvergaderingen, met bijlagen, 1823 - 1976

Jaarverslagen ja

Jaarverslagen, 1823 - 1972

Audio-visuele elementen ja

Medailles met beeltenis W.H.Suringar en koning Umberto I van Italië, 1885 en ongedateerd

Correspondentie ja

Correspondentie algemene secretaris, 1823 - 1964

Uitgaande brieven hoofdbestuur, kopieën, 1853 - 1871

Financiële stukken ja

Legaten en vrijwillige bijdragen, 1827 - 1895 en 1969 - 1971

Staat van inkomsten en uitgaven, 1849 - 1888

Overige stukken ja

Agenda's vergaderingen hoofdbestuur, met bijlagen, 1850 - 1858

Stukken betreffende Jubilea Genootschap, 1848 - 1973

Bibliotheken W.H. Suringar en gevangenissen, 1860 - 1881 en ongedateerd

Contacten met ministerie van Justitie over penitentiaire inrichtingen, 1884 - 1972

Contacten met vereniging Pro Juventute, 1896 - 1900

Contacten met vereniging tot Opvoeding halfverweesde kind in Huisgezin, 1894

Uitgaven voorlichtings- en propagandabrochures, 1857



Literatuur


Toon literatuur over de vereniging

Literatuur over de vereniging


Verberg literatuur over de vereniging
  • Bemmelen, J.M. van, Van zedelijke verbetering tot reclassering. Geschiedenis van het Nederlandsch Genootschap tot zedelijke verbetering der gevangenen 1823-1923 (Den Haag 1923).
  • Ros, R., Doel, doelgroep en middelen van een reclasseringsvereniging in de eerste decennia van haar bestaan (Utrecht 1982).

Toon publicaties van de vereniging

Publicaties van de vereniging


Verberg publicaties van de vereniging
  • Verslag der handelingen van de ... Algemeene Vergadering van het Nederlandsch Genootschap tot Zedelijke Verbetering der Gevangenen; vanaf 1827 o.d.t.: Verslag door hoofdbestuurders van het Nederlandsch Genootschap tot Zedelijke Verbetering der Gevangenen, gedaan op de ... Algemeene Vergadering, gehouden ...'vanaf de 7de (1831) tot de 47ste jng. (1870) o.d.t.: Verslag van het Nederlandsch Genootschap tot Zedelijke Verbetering der Gevangenen: Algemeene Vergadering (z.p. 1824 -).
  • ‘Liefde en Hoop’. Tijdschrift voor gevangenen en gevangenissen (Amsterdam 1827-1828).
  • De menschenvriend. Tijdschrift voor algemeene weldadigheid en volksbeschaving (Amsterdam 1830-1831).