19/01/1626

19 - 01 - 1626

Presentielijst:

Gelderland:
Holland:
Zeeland:
Utrecht:
Friesland:
Overijssel:
Groningen:

Resoluties:

1 Commies Schade bericht dat hofmeester Mortaigne voor het defroyement van ambassadeur Morton tegen de 250 gld. in rekening brengt terwijl hem was verordend de 100 gld. niet te overschrijden.
HHM staan toe dat de RvS passeert wat via kwitanties kan worden gecontroleerd.

2 HHM sluiten zich aan bij het advies van de RvS van 16 jan. over het rekest van bestuur en overgebleven ingezetenen van Oudenbosch, Hoeven, Oud Gastel, Nieuw Gastel, Standdaarbuiten, Rucphen en Zegge. Zij mogen hun brouwketels terughalen en hun gewas, hout en schors per schip naar de Republiek brengen. Hun verzoek levensmiddelen uit de Republiek te mogen betrekken tegen Bosch' licent zal worden beoordeeld op grond van een in te leveren lijst van inwoners inclusief hun behoeften.

3 Het advies van de RvS van 16 jan. over het rekest van de vijf Zuid-Hollandse dorpen luidt dat zij hun levensbehoeften uit de Republiek mogen betrekken op Bosch' licent en volgens eenzelfde lijst als die van Hooge Zwaluwe en Lage Zwaluwe. In het terughalen van hun in veiligheid gebrachte graan en goederen zouden zij dezelfde behandeling moeten krijgen als Zevenbergen, dat wil zeggen vrij en binnen een bepaalde termijn.
HHM besluiten dat de dorpen de helft van de goederen op de lijst uit Geertruidenberg mogen betrekken op Bosch' licent, mits zij nergens anders naar toe worden gevoerd. Vanwege de mogelijke fraude wordt het verzoek betreffende het graan niet toegestaan, maar het halen van de goederen mag vrij en tot de laatste dag in februari plaatsvinden.

4 HHM hebben geconstateerd dat de RvS een akte heeft verstrekt aan Kempenland waardoor de inwoners hun waren naar de steden aan staatse zijde mogen brengen en op de terugweg levensbehoeften mogen meenemen.
Thesaurier-generaal De Bie en Van der Haer zijn ontboden en is medegedeeld dat dit in strijd is met het plakkaat van retorsie en dat HHM dus verwachten dat de akte wordt ingetrokken.
De dorpen die onder Breda ressorteren is tot nu toe het halen van levensbehoeften uit deze landen geweigerd. Zij staan echter nog onder het gezag van HHM en ook worden de predikanten nog gehandhaafd en zijn de akten van jurisdictie niet opgegeven.
De Bie zal de kwestie met Z.Exc. bespreken.

5 In zijn advies van 17 jan. laat de RvS het verzoek van Ketler om de compagnie van zijn zoon weer op tweehonderd man te stellen ter discretie van HHM.
Met een besluit wordt nog gewacht.

6 Op verzoek van Adriaen Claesz. van de Graeff en compagnie, kooplieden te Amsterdam en eigenaars van goederen in Het Vliegent Hert, zullen HHM aan Joachimi schrijven dat hij hun gevolmachtigde behulpzaam moet zijn bij diens pogingen schip en goederen - inmiddels door de gouverneur te Teignmouth aangeslagen en verkocht - te reclameren. Ook moet Joachimi bevorderen dat de Engelse Admiraliteit de zaak snel afhandelt.

7 HHM zullen de WIC te Amsterdam aanraden gunstig te beslissen over het verzoek om bijstand van de weduwe van Henrick Penner, de onder kapitein Isenach dienende luitenant die bij een uitval in Bahia de Todos os Santos is omgekomen.

8 Naar aanleiding van het dringend verzoek van de reders in het Noorderkwartier zal aan de Admiraliteit aldaar over de uitwisseling van de gevangenen hetzelfde worden geschreven als aan die van Zeeland . De naar de kust van Vlaanderen te zenden bekwame persoon moet eerst naar Z.Exc. gaan om zijn instructie in ontvangst te nemen. Beide Admiraliteiten zal erop gewezen worden dat zij de paters uit Bahia de Todos os Santos goed moeten behandelen. De Infanta dient dat te weten te komen, aangezien haar is wijsgemaakt dat de paters tot rasparbeid worden gedwongen, met alle gevolgen van dien voor de gevangenen uit deze landen.

9 Naar aanleiding van de brief van HHM d.d. 8 nov. 1625 zendt Ernst Casimir d.d. Groningen 30 dec. 1625 het antwoord van graaf Hendrik van Nassau d.d. Dillenburg 9/19 december. Hij bericht dat Piscators correcties op zijn eigen bijbelvertaling door diens zoon zullen worden opgestuurd. De predikanten die hierom hadden gevraagd zullen op de hoogte worden gesteld.
Voorts is Beaumont verzocht te bevorderen dat Bucerus, predikant te Veere, wordt toegestaan zich te Leiden naast de andere afgevaardigden met de bijbelvertaling bezig te houden.

10 Cracou krijgt een voorschot van een derde deel van het eerste jaar van zijn traktement als commissaris in de Sont en 150 gld. voor het opbreken van zijn familie. Hij wordt met ingang van 17 jan., toen hij de eed heeft afgelegd, op dezelfde wijze behandeld als Pieter Isaäc.

11 De Zeeuwse Admiraliteit zendt met haar schrijven van 15 jan. zowel aan HHM als aan het College gerichte brieven mee van Marinus Hollaer. De 22-koppige bemanning van een door het jacht van Hackelaer veroverde egboot van Duinkerke is aan boord gebracht van het schip van Allert Thomassen. De officieren van dat schip zouden de voetspoeling niet hebben willen toepassen.
HHM zullen terugschrijven dat zij willen weten waarom de Duinkerkers niet onmiddellijk overboord zijn gezet en waarom Thomassen deze lieden aan boord heeft genomen. Ook zal de Admiraliteiten te Rotterdam , Amsterdam en in het Noorderkwartier worden geschreven dat zij hun kapiteins strikt gelasten het recht van voetspoeling te gebruiken.

12 Hans Haen heeft een weerwoord ingeleverd op de door Pithaen aangedragen nieuwe feiten.
Het zal bij de overige stukken worden gevoegd.

13 Halewijn en Matelieff zijn terug uit Amsterdam en rapporteren dat de kooplieden niet te bewegen zijn tot een geldlening op de Engelse juwelen, tenzij de Amsterdamse magistraat borg staat. Die wil niet verder gaan dan de juwelen in bewaring nemen mits in de obligatie wordt opgenomen dat zij aan de crediteuren overhandigd mogen worden als de afbetalingstermijnen niet worden gehaald. Ook delen zij mee enige kooplieden te hebben gevonden die tegen 8% 67.000 gld. willen verschaffen en dat Van Beeck bericht uit Frankrijk verwacht.
Beide zaken worden tot morgen uitgesteld.

14 Christian van Brunswijk bevestigt d.d. 8 dec. 1625 de ontvangst van de voor hem uitgevoerde wapens. Het schrijven dient ter zuivering van de borgstelling door Louis de Geer.