01/04/1626

01 - 04 - 1626

Presentielijst:

Gelderland:
Holland:
Zeeland:
Utrecht:
Friesland:
Overijssel:
Groningen:

Resoluties:

1 Aissema schrijft d.d. Hamburg 11 maart en stuurt het antwoord mee van Lübeck, Bremen en Hamburg aan de ambassadeurs van de koning van Groot-Brittannië en die van Denemarken. Ook meegezonden is een recredentie d.d. Gottorp 6 maart van hertog Friedrich van Sleeswijk-Holstein etcetera.
Hierover wordt niets besloten behalve dan dat de RvS zal beschikken over het verzoek van Haetzfelt om betaling van 1.900 rijksdaalder waarop hij aanspraak maakt.

2 In twee brieven d.d. 15 maart verzoeken Gedeputeerde Staten van Groningen commissie voor raadsheer Johan Cloot en Wilhelmus Verrucius, door de Staten van Groningen genomineerd als raden ter Admiraliteit te Dokkum in plaats van respectievelijk Rudolph Wicheringe en Lambert van Starckenborch.
HHM verlenen commissie. Verrucius legt de eed af. De Admiraliteit wordt gemachtigd de zieke Cloot de eed af te nemen.

3 Aangezien Oosterzee naar Friesland vertrekt is hem verzocht de provincie tot spoedige opzending van een behoorlijke som gelds te bewegen. Hij zal daartoe credenties meekrijgen.

4 Lambert Verhaer, agent te Tunis en Pieter Martenssen Coij, agent te Algiers, schrijven respectievelijk d.d. Algiers 22 en 25 feb. over de toestand aldaar en berichten dat dr. Pynacker weinig doet aan zijn commissie.
Er valt geen besluit.

5 Winant de Keiser verzoekt d.d. Algiers 1 feb. 6.000 realen van achten en een oorlogsschip te doen komen.
De besluitvorming wordt uitgesteld aangezien de heren van Holland de brief tot zich hebben genomen.

61 De Perzische ambassadeur heeft ter vergadering naast opnieuw de originele brief van de sjah, die hij ter vertaling had behouden, ook enkele presenten doen bezorgen: zes stukken tapijt, zeven stukken staal, twee stukjes fijn linnen, een rol gele en een rol rode zijde, vijf stukken satijn, tien stukken gekleurde zijde, saai en twaalf stuks katoenen lijnwaad. Aangevoerd wordt dat de ook uit Perzië gekomen Hasselt audiëntie verzoekt om te berde te brengen wat de sjah hem heeft opgedragen. Vanwege de onenigheid die tussen de ambassadeur en Hasselt is ontstaan willen HHM geen besluit nemen over de audiëntie tot zij de brief van de sjah hebben gelezen, om te zien of Hasselt daarin is opgenomen.

Post prandium

Presentielijst:

Gelderland:
Holland:
Zeeland:
Utrecht:
Overijssel:
Groningen:

Resoluties:

7 HHM sluiten zich aan bij het advies van de RvS d.d. 28 maart het verzoek van predikant De Pire niet toe te staan.

8 De RvS adviseert d.d. 30 maart op de op 29 maart ontvangen brief van Feith en Broersema de gecommitteerden terug te schrijven al het mogelijke te doen om de betrokken partijen te bewegen tot aanvaarding en naleving van hun laatste provisionele uitspraak. Indien dit niet lukt, zou de zaak voor HHM gebracht kunnen worden.
De RvS krijgt de brieven van Feith en Broersema d.d. 16/26 maart over de huidige toestand [in Oost-Friesland] voor nader advies. Pas daarna nemen HHM een besluit.

9 De hertog en gouverneur van Genua schrijft d.d. 14 feb. dat het onder zijn rechtsmacht gebrachte schip [Sint Michiel] door de Spanjaarden op zee is overmeesterd en onder Spaanse jurisdictie is verkocht.
De brief gaat naar Jonas Witsen.

10 De heren van Holland delen mee dat hun principalen naar aanleiding van het subsidieverzoek van de Rotterdamse Admiraliteit aanraden de RvS een formele propositie voor de gevraagde 230.000 gld. te laten doen. Holland biedt aan niet alleen de eigen quote te leveren, maar ook de andere gewesten te assisteren bij het negotiëren van hun deel.
De RvS wijst een dergelijke propositie ten behoeve van de Rotterdamse Admiraliteit af zolang de gedelegeerde rechters nog geen uitspraak hebben gedaan. Ondertussen moet op de petities voor de Admiraliteiten de bovengenoemde som worden geleend.
Een definitief besluit wordt uitgesteld.

11 De heren van Holland verzoeken de provincies in te willigen dat alle Generaliteitscolleges die het kleinzegel hanteren, dit middel toepassen op alle daaronder vallende akten, rekesten, kopieën en dergelijke.
Om verschillende redenen wordt een beslissing opgeschort.

1 Deze resolutie is gedrukt: Dunlop, Bronnen Oostindische Compagnie Perzië I, 691.