22/04/1626

22 - 04 - 1626

Presentielijst:

Gelderland:
Holland:
Zeeland:
Utrecht:
Friesland:
Overijssel:
Groningen:

Resoluties:

1 Het concept van de resolutie ter beslechting van de geschillen tussen de heer van Ameland en zijn onderzaten is gelezen en vastgesteld. 1
Halewyn, Noortwyck, Vosbergen en Schaffer hebben ter vergadering verslag gedaan van hun beraad met de heer van Ameland en met de volmachten van zijn onderzaten over de opnieuw gerezen geschillen inzake de verdeling van de 2.000 gld. die de impost van 2 gld. per ton bier had opgebracht.
Tegen het besluit van HHM d.d. 10 nov. 1625 is door de volmachten bezwaar gemaakt aangezien zij in deze zaak niet waren gehoord. Aangezien verschillende pogingen tot schikking op niets zijn uitgelopen dient opnieuw door HHM te worden beslist en zij doen dat als volgt: de 2.000 gld. in kas van de 2 gld. per ton bier wordt gelijkelijk onder heer en ingezetenen verdeeld en daarmee zal worden voortgegaan totdat beide partijen elk 12.000 Kar.gld. van 40 groten hebben verkregen. Vervolgens zal deze impost voor de duur van tien jaar uitsluitend tot voordeel van Camminga worden voortgezet tot vergoeding van zijn resterende kosten.
Beide partijen dienen de afspraken na te komen. De onderzaten dienen hun heer het nodige respect te betonen en de heer dient de neutraliteit te onderhouden. Daartoe krijgt hij al een geldbedrag van elke ton bier à 4 gld. en duurder, en 7 st. van elke ton goedkoper bier.
Op vergoeding van de kosten van dit tussengeschil kan geen van beide partijen aanspraak maken aangezien die in de bovenvermelde verdeling zijn begrepen.

2 Het verzoek van Willemken Jacobs om een aanbevelingsbrief voor agent Marten Coy is afgewezen.

3 De Staten van Zevenwouden antwoorden d.d. Leeuwarden 7 april op de brieven van HHM d.d. 24 maart en 11 april dat zij hun resolutie niet kunnen aannemen en haar executie niet toestaan.
De brief gaat naar de RvS om in overleg met Z.Exc. te bezien of er nog overwegingen zijn die de gedeputeerden van HHM nagezonden dienen te worden.

4 Het 20 feb. opgestelde advies van de RvS inzake het rekest van de weduwe van Maurits de Haraugieres is opnieuw in behandeling genomen.
HHM besluiten conform het advies vanwege de verdiensten voor het land van Charles de Harauguieres dat diens kleinzoon jaarlijks 200 gld. mag behouden van de 600 gld. die zijn vader Maurits zijn leven lang genoten heeft, totdat hij in dienst van het land komt.

5 Het verzoek van kapitein Mamatres uit Algiers om enige financiële steun voor de uitreding van zijn schip is afgewezen.

6 Op verzoek van de Bewindhebbers van de WIC zal aan de Admiraliteitscolleges worden geschreven dat zij hun kapiteins op de Noordzee varend en bij de Hoofden [Nauw van Calais] kruisend, opdragen de uit West-Indië of Guinea komende schepen van de WIC veilig thuisbrengen. De bewaking van de kust van Vlaanderen mag hierdoor echter niet worden verstoord.

7 De heer van Rumen klaagt over de afpersende en brandschattende ruiters in het gebied van de keurvorst van Brandenburg en verzoekt HHM maatregelen te nemen. Eveneens vraagt hij restitutie van hetgeen de plattelandsbewoners in Mark in februari is afgeperst door circa tweehonderd ruiters.
De RvS wordt om advies gevraagd.

8 De Directie van de Levantse Handel verzoekt brieven aan de ambassadeurs te Venetië en consuls in Italië waarmee zij gemachtigd worden 1 gld. per last te korten op de schepen van dit land die de Straat van Gibraltar passeren aangezien de facteurs in Italië dat weigeren te doen.
Zij vragen ook om de aanstelling van een consul in Tripoli die moet voorkomen dat de daar optredende piraten schade toebrengen aan Nederlandse schepen.
De Amsterdamse Admiraliteit wordt om advies gevraagd.

9 Lambert Verhaer, agent te Tunis, schrijft d.d. Algiers 27 jan. over de situatie aldaar en over de geringe activiteiten van dr. Pynacker.
Agent Pieter Martenssen Coij stuurt d.d. Algiers 28 jan. een brief van gelijke strekking. tevens verzoekt hij de Directie van de Levantse Handel op te dragen hem via Livorno de voor de dienst bestemde 1.000 realen van achten over te maken.
De Directie van de Levantse Handel wordt om advies gevraagd.

1 Geïnsereerd in S.G. 3185.