25/04/1626

25 - 04 - 1626

1

Presentielijst:

Gelderland:
Holland:
Zeeland:
Utrecht:
Friesland:
Overijssel:
Groningen:

Resoluties:

1 De Gecommitteerde Raden ter Admiraliteit te Rotterdam berichten d.d. Rotterdam 23 april dat zij vanwege de grote hoeveelheid zaken willen overgaan tot de nominatie van twee personen voor het fiscaalschap. Het lijkt hun onwaarschijnlijk dat Berck in dit ambt terugkeert. De nieuw te benoemen fiscaal zou, naar het voorbeeld van de overige Admiraliteitscolleges, uitsluitend als advocaat en niet ook als raad moeten optreden. Tevens denken zij dat HHM niet bedoelen dat nog langer gewacht moet worden met de vervanging van de overleden equipagemeester.
HHM zullen terugschrijven dat zij het dienstig achten beide benoemingen op te schorten tot na de beëindiging van het werk van de gedelegeerde rechters.

2 De RvS adviseert d.d. 23 april op het 18 april ingediende verzoek van de baljuw, eerste en andere hoofdmannen van IJzendijke de reeds zonder consent van HHM geheven imposten te erkennen en aan hen opnieuw het octrooi te gunnen voor dezelfde species gedurende zes jaar. Wel moeten zij zich verantwoorden tegenover de gevolmachtigden die naar IJzendijke worden gestuurd voor het vervangen van de magistraat.
HHM besluiten conform het advies en op voorwaarde dat men voortaan geen imposten heft zonder voorafgaande toestemming van HHM.

3 Adriaen van Oosterhout uit Terheijden verzoekt zijn in veiligheid gebracht vee en huisraad terug te mogen halen uit Werkendam.
De RvS wordt om advies gevraagd.

4 Over een ingeleverde lijst van personen uit Brabant die naar Noord-Holland zijn gegaan om daar magere ossen op te kopen en naar Brabant te vervoeren, wordt de RvS advies gevraagd.

5 Het advies van de RvS d.d. 24 april over het op 4 april ingediende verzoek van kapitein Andries Stuart luidt dat op een vergoeding van zijn oude vorderingen nu niet ingegaan kan worden.
HHM besluiten conform het advies.

6 Het advies van de RvS d.d. 23 april over het 18 april ontvangen schrijven van Hendrick van Eck luidt dat de boeren die aan de overzijde van de IJssel wonen in zowel het graafschap Zutphen als Lijmers, het koren dat zij jaarlijks voor de veiligheid naar nabijgelegen steden brengen licentvrij mogen terughalen. Ook hun magere ossen mogen zij ter vetweiding naar nabijgelegen neutrale plaatsen als Lijmers en Dussel brengen onder waarborg dat zij daarna weer teruggebracht worden.
De heren van Holland hebben het advies ter inzage meegenomen om daarop hun bezwaren te formuleren.

7 In de vergadering verschijnen afgevaardigden van de Grote Visserij op de Maas die tien schepen vragen ter voorkoming van de grote schade die de Duinkerkers deze visserij vorig jaar hebben toegebracht. Zelf zal het College vier schepen opbrengen.
Noortwijck, Vosbergen, Boetzler en Haersolte zullen de kwestie bespreken met Z.Exc.

8 De gedeputeerden van Holland hebben een afschrift verzocht van de eerder genomen resoluties op het verzoek van Carl Friedrich van Inn- und Kniphausen om betaling van twee derde van zijn afrekening à 13.000 gld.

9 Op verzoek van Abraham Jennes, koopman te Londen, zal de Admiraliteiten in Holland ( Rotterdam , Amsterdam , Noorderkwartier ) en Zeeland worden geschreven hem tevreden te stellen inzake het door hem gegeven voorschot voor de schepen die aan de eerste Engelse vloot waren toegevoegd.

10 Dr. Amama heeft een kopie verzocht van de door de gedeputeerden van Emden ingediende propositie. Laatstgenoemden hebben daartegen geen bezwaar mits zij ook een afschrift ontvangen van hetgeen Amama heeft opgesteld.
Beide partijen zullen de gevraagde afschriften krijgen.

11 Het verzoek van kolonel Haulterive om vergoeding van 1.000 gld. is opnieuw gelezen. Het bedrag was hem nagezonden naar Breda, maar werd onderweg door de vijand buitgemaakt.
Een beslissing wordt uitgesteld omdat de gedeputeerden van Holland het rekest ter bestudering hebben meegenomen.

122 De Bewindhebbers van de VOC zullen voorzien in de huisvesting van de ambassadeur van Perzië aangezien hij hier aanstaande mei moet verblijven.
Noortwijck, Vosbergen en Boetzler overhandigen het geschrift waarin de Perzische ambassadeur zijn preciezere opdracht uiteenzet.
Dit zal worden besproken met enkele bewindhebbers van de VOC en bij het vertrek van de ambassadeur zal hem antwoord worden gegeven.
Dezelfde heren rapporteren dat de ambassadeur aandringt op uitlevering van zijn tolk Paul.
HHM zullen nog een keer aan het Amsterdamse stadsbestuur schrijven bij de bewindhebbers van de VOC te achterhalen waar de tolk zich ophoudt. Hij dient vervolgens naar het huis van Carl van Gelder in 's- Gravenhage te worden gebracht, in afwachting van een nadere beslissing.

13 Doublet mag een door Sommelsdyck getrokken wissel van 2.000 kroon ter waarde van 6.225 gld. accepteren.

14 De ontvanger-generaal rapporteert dat hij in Amsterdam geen geld heeft kunnen krijgen op de Engelse juwelen omdat een ieder beschroomd is daarover met de Engelse afgezanten te onderhandelen.
HHM zullen na de middag met Z.Exc. en de RvS nader beraad houden over de betaling van de vier Engelse regimenten.

Post prandium

Presentielijst:

Gelderland:
Holland:
Zeeland:
Utrecht:
Friesland:
Overijssel:
Groningen:

Resoluties:

15 Na beraad met Z.Exc. en de RvS over de betaling van de vier Engelse regimenten is besloten dat Doublet zal proberen in 's- Gravenhage of Amsterdam kooplieden te bewegen op de Engelse juwelen en op het krediet van HHM een bedrag van 50.000 à 60.000 gld. te verstrekken. Indien hij daartoe niemand bereid vindt, moet hij zich wenden tot de bij het subsidie uit Venetië betrokken contractanten die hij dat subsidie in onderpand mag geven.

16 Samuel Jacobs van der Veer verzoekt om vrijgave van zijn schip en bederfelijke goederen. Het door Duinkerkers buitgemaakte schip is hun vervolgens door een Amsterdams oorlogsschip weer met geweld afgenomen.
Het verzoek gaat naar de Amsterdamse Admiraliteit die de bederfelijke goederen tegen cautie moet vrijgeven, nisi causam.

1 De resoluties van deze zittingsdag zijn door een klerk ingeschreven in S.G. 51.
2 Deze resolutie is gedrukt: Dunlop, Bronnen Oostindische Compagnie Perzië I, 693-94.