06/06/1626

06 - 06 - 1626

Presentielijst:

Gelderland:
Holland:
Zeeland:
Utrecht:
Friesland:
Overijssel:
Groningen:

Resoluties:

11 De Franse ambassadeur is bij Z.Exc. geweest en heeft om kopie verzocht van het antwoord dat HHM hem gisteren hebben gegeven op zijn lezing van de conceptalliantie. De secretaris van de ambassadeur heeft Duick te kennen gegeven dat zijn heer zonder last geen kopie van de alliantie kan verstrekken, maar bereid is de tekst van artikelen mondeling te herhalen totdat de inhoud nagenoeg begrepen zal zijn. Hij vraagt daartoe om gecommitteerden.
Om vertraging te voorkomen stellen enkele gedeputeerden voor niet langer een kopie te eisen van een verdrag waarvan de inhoud toch niet aanvaardbaar is, maar gecommitteerden naar D'Espaisses te sturen om over een hervatting van het traktaat van Compiègne te spreken. Sommelsdyck zal hierover worden gehoord door de heren die 20 mei met dit doel zijn gecommitteerd, met De Bie in de plaats van Culenborch.

2 Cornelis Aertsen en consorten hebben in navolging van de resolutie van 26 mei de attestatie ingeleverd die bewijst dat zij door Sebastiaen Janssen uitsluitend zijn gehuurd voor het vervoer van zijn goederen naar Terheijden.
De attestatie gaat naar de Rotterdamse Admiraliteit voor advies.

3 Gouverneur Van Wevert schrijft d.d. Meurs 1 juni, niettegenstaande het verzet van de schippers, Jan van der Linden de 30 april gegeven akte te laten gebruiken. Van der Linden biedt zelf aan de door hem naar Meurs te vervoeren goederen in aanwezigheid van de krijgsraad te Rees uit zijn schip over te laden op een ander vaartuig dat niet als oorlogsschip kan worden gebruikt.
HHM staan, mede gelet op de 2 juni ontvangen brief van de Rotterdamse Admiraliteit , Van der Linden het gebruik van zijn akte toe. Zij zullen de gouverneur van Rees schrijven Van der Linden ten overstaan van de officiers van konvooien en licenten en leden van de krijgsraad zijn goederen te laten overladen op een ander schip dat vervolgens tegen de vereiste borgstelling doorgelaten mag worden.

4 Voor Hans Vos uit Amsterdam zal aan de gouverneur van Rees worden geschreven de lemmeten die de koopman van Solingen naar Rees heeft gebracht, te retourneren. Als hij gegronde redenen heeft om dat niet te doen, moet hij die aan HHM laten weten.

5 Barbara Rijcke vraagt of haar man Jan Guillaume die met een schip met schors, tweeduizend pond ijzer en wat smeekolen bij Gennep ligt, de Republiek mag binnenvaren.
Gezien de op 6 mei ontvangen aanbeveling van Dordrecht staan HHM dit toe tegen betaling van de rechten van het land.

6 Dirck Boenen uit Tiel en Jan Allerts c.s. verzoeken restitutie van betaalde licenten aangezien HHM de op 5 nov. 1625 gegeven toestemming voor uitvoer van goederen hebben herroepen.
Het verzoek gaat naar de Rotterdamse Admiraliteit om te achterhalen of de licenten daadwerkelijk zijn betaald en of er op het paspoort niet enige goederen zijn uitgevoerd.

7 De koning van Bohemen heeft verzocht de poging van Zobeln namens de koning van Denemarken hulp te verkrijgen in Frankrijk en Engeland door de ambassadeurs van HHM aldaar te laten ondersteunen.
Languerack en Joachimi zal geschreven worden met dit specifieke doel audiënties te verzoeken.

8 Jan van Weli, secretaris van de keurvorst van Brandenburg te Weeze in het ambt Goch, klaagt over de harde aanpak van kapitein Moulert.
De RvS wordt aangespoord deze en andere klachten zo snel mogelijk recht te doen.

9 Vernomen is dat de gevangenen in Duinkerke slecht worden behandeld.
De Admiraliteiten zal worden geschreven, mocht de slechte bejegening een feit zijn, de gevangenen van de vijand op dezelfde manier te behandelen om zo een betere verzorging te bewerken.

10 In twee brieven d.d. 22 en 30 mei bericht Joachimi over verschillende zaken.
Er valt geen resolutie.

11 De stadjes Dinslaken, Schermbeck en Holt verzoeken om eenzelfde akte van sauvegarde als is vergund aan de steden die aan de overzijde van de Rijn liggen. In een door de supplianten meegestuurde akte van de vorst van Neuburg d.d. 21 aug. 1625 belooft deze de stadjes akte van neutraliteit zodra de keurvorst van Brandenburg die van HHM heeft verworven. Ook van de Infanta en van Spinola hopen zij een dergelijke verklaring te verkrijgen.
Na overleg met Z.Exc. moet de RvS advies uitbrengen.

12 De kolonels en kapiteins van de Engelse natie vragen vijf tot zes Nederlanders in hun compagnieën te mogen opnemen omdat dit huns inziens gunstig is voor het land.
De RvS zal hierover adviseren.

13 Doublet meldt ter vergadering dat Pieter van Beeck de Franse wisselbrieven wil voldoen zodra Charlot hem een behoorlijke provisie heeft gestuurd.
Omdat daarop geen staat te maken valt zal Languerack worden geschreven te blijven aandringen op een andere betalingsregeling.

14 De tot de zaak van de Engelse koopman Abraham Jennes gecommitteerden doen verslag. Het betreft de 86 tonnen kruit die kapitein Canonick uit het schip van Marten Elens uit Hamburg heeft genomen en die vervolgens door de Admiraliteit in het Noorderkwartier zijn geconfisqueerd.
Jennes staat de weg van revisie open.

15 Halewyn heeft bij eed verklaard het ambt van commissaris-generaal van de schepen en schippers in het leger naar behoren te zullen vervullen.

16 Uit medelijden is oud-soldaat Jan van Oostrum 6 gld. toegekend.

17 Schagen zal in plaats van Matelieff de declaratie van Sommelsdijck onderzoeken.

18 In haar brief van 1 juni verklaart de Zeeuwse Admiraliteit niet tot uitrusting van de schepen voor de tweede Engelse vloot te kunnen overgaan.
De Admiraliteit moet geen verdere moeilijkheden maken aangezien zij de vraag, bij resolutie van 27 mei gesteld, of het subsidie van Zeeland is ontvangen, onbeantwoord heeft gelaten. Toch zal alle provincies worden geschreven hun quoten in het gevraagde subsidie op te brengen. Speciaal aan de Staten van Zeeland zal geschreven worden dat de schepen in zee gebracht kunnen worden zodra zij hun bijdrage hebben geleverd. Aangezien de provincie de alliantie waarin die schepen worden beloofd heeft geratificeerd, dient zij geen verdere problemen te maken.

19 Het verzoek van Jacob Abercromi om wat reisgeld is afgewezen.

20 Languerack heeft voor zijn reis met Sommelsdyck naar Fontainebleau 300 kronen tegen 128 groten de kroon getrokken, die betaald moeten worden aan Laurens Vanelli.
Doublet zal de wissel accepteren en betalen. De gedeputeerden van Holland is verzocht hem van het geld te voorzien.

21 Languerack heeft, voor de betaling van een zilveren servies in opdracht van de RvS gemaakt voor kolonel Haulterive, een wissel getrokken van 1.136 kronen, 5 st. en 8 p. tegen 128 groten de kroon. Het servies weegt 145 mark ½ once tegen 23 gld. 10 st. per mark en kost in totaal 3.408 gld. 17 st.
De wissel gaat voor een beslissing naar de RvS.

1 Deze resolutie is gedeeltelijk gedrukt: Bronsveld, Het buitengewone gezantschap , 129.