26/09/1626

26 - 09 - 1626

Presentielijst:

Gelderland:
Holland:
Zeeland:
Utrecht:
Friesland:
Overijssel:
Groningen:

Resoluties:

1 De pachters van het kwart der konvooien en licenten hebben zich beklaagd over de op 10 sept. door HHM verstrekte interpretatie van artikel 21 van hun ordonnantie.
Na resumptie is besloten dat de pachters een kwart zullen ontvangen van het geheel van de boeten en confiscaties, zonder verdere onkosten. Over de door de pachters te ontvangen helft van de boeten in het geval zij de fraude zelf hebben ontdekt en aangegeven, zullen zij echter de onkosten dragen. De Admiraliteiten te Rotterdam en in Zeeland zal worden geschreven zich hiernaar te richten. Als zij op gegronde redenen deze maatregel afwijzen, dienen zij die schriftelijk te berichten.

2 Naar aanleiding van de op 23 sept. ontvangen brieven van Joachimi is in aanwezigheid en met advies van de RvS besloten hem te antwoorden met zijn inspanningen tot het verkrijgen van de betaling der vier nieuwe Engelse regimenten voort te gaan. Indien hij vaststelt dat dit hopeloos is, mag hij onderhandelen over assignaties op de pachters van de invoerrechten en die accepteren als onderpand voor de betaling van de troepen. Hij moet de assignaties wel zelf in handen zien te krijgen.
De RvS brengt naar voren dat de gedeputeerden te velde de soldij niet wekelijks uitbetalen, maar de gehele soldij aan de nieuwe Engelse regimenten hebben uitgekeerd. Daarom kan over de laatste maand op de Engelsen niet het bedrag worden gekort dat het land toekomt.
De gedeputeerden te velde zal worden geschreven de soldaten voortaan wekelijks uit te betalen en de officieren uitsluitend in geval van nood en dan niet meer dan de helft van hun gage.

3 De RvS heeft ook aangevoerd dat onder de dekmantel van de lijsten veel bedrog wordt gepleegd bij de bevoorrading van de dorpen. Het zou daarom wellicht verstandig zijn het plakkaat van retorsie te herzien.
De Raad zal daartoe iets op schrift stellen dat dan naar behoren zal worden bestudeerd.

4 De RvS brengt ter tafel dat Janneken van Hasselt vanuit Venlo in Dordrecht aangekomen, aldaar is gearresteerd door soldaten van kolonel Famars en vervolgens voorgeleid aan de Hoge Krijgsraad . Het stadsbestuur van Dordrecht houdt echter vol dat in de stad uitsluitend de magistraat van de stad jurisdictie toekomt. De RvS verzoekt HHM hierin te disponeren.
Desgevraagd meldt de RvS dat de rechtspraak bij de Krijgsraad zou moeten blijven op voorwaarde dat er mogelijkheid van appèl is bij HHM of de RvS. HHM wachten nog met een beslissing.

5 Op attestatie van de magistraat van Zevenbergen wordt Willem Phaessen toegestaan een merrie naar die plaats te brengen, tegen Bosch' licent en onder waarborg dat het paard daar blijft.

6 De weduwe van Kerckhoven mag vanwege haar verhuizing naar Oosterhout enkele meubels en gespecificeerde levensmiddelen meenemen, tegen Bosch' licent en onder cautie dat zij daar blijven.

7 Wouter van Rymsdijck, ontvanger van de konvooien en licenten te Grave, heeft een lijst met door hem verlicente paarden ingeleverd. Ook heeft hij een brief van commies-generaal Eck getoond waarin staat dat hij zo mag optreden in het Land van Cuijk omdat HHM dit aan die van Maas en Waal hebben toegestaan.
Van Rymsdijck mag vertrekken.
Dezelfde ontvanger heeft ook gemeld dat de vijand de uitvoer van goederen en gewas uit zijn dorpen naar de Republiek niet toestaat, dat de inwoners van Eindhoven en Helmond veel linnen naar Goch brengen zonder licent te betalen, dat kapitein Brakel te Grave door de cherchers aangehouden paarden weer vrijlaat en dat Willem van den Broeck uit Eindhoven paspoort van Z.Exc. heeft om wekelijks zijn koopwaar uit Antwerpen te halen.
Op deze en andere door Rymsdijck aangevoerde punten zal de RvS disponeren.

8 In een remonstrantie van kapitein Cassiopijn, commandant van Crèvecoeur, wordt gemeld dat de schippers, tegen de oude gewoonte in, gebruik maken van een veer op Empel, Knollenschans en elders.
De RvS zal een beslissing nemen.

9 Jonker Nicolaes van der Duijn mag tegen Bosch' licent en onder waarborg dat zij niet elders terechtkomen bouwmaterialen naar Hage in de Baronie van Breda brengen. Het betreft 300 balken, 125 planken, 12 lichte balken, gezaagde delen, 140 latten, 2 planken van vurenhout, 100 daksparren, 130 wagenvrachten riet, 2.500 pannen, ongeveer 60 nokpannen en een halve hoed kalk.

10 Van de Rotterdamse Admiraliteit is een schrijven d.d. 23 sept. ontvangen. Daarin meldt zij van de Grote Visserij nu vier gedetailleerde rekeningen te hebben ontvangen van de vorige winter in opdracht van HHM verzorgde buitengewone equipage ten behoeve van de doggers. De Admiraliteit had de eerder ontvangen summiere staat op 27 juni teruggezonden, maar is tevreden met de nieuwe overzichten.
Er valt geen resolutie.

111 De ambassadeur van Perzië, ter vergadering gehaald, heeft onder dankzegging voor de van HHM ontvangen eer zijn afscheid genomen. Hij biedt zijn diensten aan voor de voortzetting van de vriendschap tussen de koning van Perzië en de Republiek.
HHM antwoorden met gelijkluidende complimenten, aanbieding van vriendschap en de uitspraak dat zij met dat doel een ambassadeur naar Perzië zullen sturen. Culenborch, Noortwyck en Walta zullen zijn op vandaag te dateren recredentiebrief en de gouden keten bij hem thuis bezorgen. De tolk van de ambassadeur zal worden beloond met 15 rijders.
De gouden keten die voor de Perzische ambassadeur is gemaakt, weegt 89 once 12 engels 8 aas tegen 36 gld. 10 st. per once, hetgeen in totaal 3.270 gld. 11 st. bedraagt. Het fatsoen komt op 28 st. per once en bedraagt 125 gld. 9 st. en de gouden medaille 104 gld. Alles bij elkaar kost de keten 3.500 gld.

12 Op het gisteren ingediende verzoek van Craijvanger en Pieter van Santen is besloten dat zij net zo zullen worden behandeld als Laurens Marschalck. Dat wil zeggen dat zij huisarrest hebben en 300 gld. per jaar krijgen voor ordinaris en extraordinaris uitgaven.

13 De ambassadeur van de Deense koning krijgt vanwege zijn vertrek akte voor de licentvrije uitvoer van zijn bagage, waaronder een harnas en twaalf helmen.

1 Deze resolutie is gedrukt: Dunlop, Bronnen Oostindische Compagnie Perzië I, 706.