29/09/1626

29 - 09 - 1626

Presentielijst:

Gelderland:
Holland:
Zeeland:
Utrecht:
Friesland:
Overijssel:
Groningen:

Resoluties:

1 Schipper Cornelis Adriaenssen van den Broeck krijgt een akte die het hem mogelijk maakt een ieder op te dragen hem van trekpaarden te voorzien als hij met zijn bevoorradingsschip naar de gedeputeerden te velde reist.

2 Haga schrijft d.d. Constantinopel [Istanbul] 8 augustus.
Behoeft geen resolutie.

3 Op verzoek van de Franse ambassadeur krijgt de heer L'Advocat, edelman van de markies van Effiat, een gratis paspoort om met twee dienaren naar Frankrijk te reizen.
Eveneens op verzoek van D'Espesses krijgen Louis de la Barre, Raimond Bexeld, Pierre Roij en Anthoine Barbier een gratis paspoort. Zij zijn met L'Advocat meegekomen om in Amsterdam de schepen te inspecteren die de Lodewijk XIII daar laat bouwen.
Op aanbeveling van de Franse ambassadeur is aan Freville paspoort toegekend om voor de koning van Frankrijk negen paarden voor de jacht voor driekwart vrij uit te voeren.

41 De Perzische ambassadeur heeft verzocht de VOC nog vijftien dagen te laten wachten met uitvaren.
HHM laten de griffier aan de tolk meedelen dat HHM de ambassadeur verzoeken zijn vertrek niet langer uit te stellen omdat men de wind niet kan vastleggen. Bovendien hebben de Bewindhebbers al opdracht gegeven de voor hem bestemde levensmiddelen aan boord te bezorgen. Deze boodschap zal de ambassadeur ook nog per brief worden overgebracht.

5 Van Languerack is een brief d.d. Parijs 10 sept. ontvangen waarin hij schrijft over de legatie van maarschalk De Bassonpierre naar Engeland.
De griffier zal een afschrift van deze brief naar Joachimi sturen.

6 Teneinde de afgelopen zaterdag [26 sept.] door de RvS voorgestelde kortingen op de Engelse compagnieën te kunnen doorvoeren zal Calandrini opnieuw naar het leger worden gestuurd. Hij moet de gedeputeerden te velde inlichten over de kortingen en erop toezien dat die daadwerkelijk plaatsvinden.

7 Voor deurwaarder Jan van Hardersum wordt van 330 gld. 12 st. ordonnantie gedepêcheerd. Het bedrag betreft de door hem vanaf 4 sept. tot nu toe voorgeschoten som voor het schoonmaken van linnen en ander huisraad van het land en wat aan soldaten voorgeschoten geld en is inclusief 40 gld. voor zijn inspanningen.

8 In navolging van de brief van HHM d.d. 19 sept. heeft het stadsbestuur van Deventer vijf brieven van Jan Cuijsten aan de overleden muntmeester Claes Meinerts opgestuurd. Zij worden het Hof van Holland ter hand gesteld.

9 In antwoord op de brief van HHM d.d. 21 sept. schrijft ontvanger Cornelis Oostermans d.d. 25 sept. dat hij de aanvoer van allerlei waren voor de dorpen op hun oude lijsten weigert totdat zij met een nieuwe akte komen.
HHM laten de zaak hierbij.

10 Na beraad over de gisteren ontvangen brieven van commandeur Dorp is Schagen gecommitteerd tot een reis naar Rotterdam om daar de inhoud met de Admiraliteit te bespreken. Hij moet bevorderen dat het College de schepen doet uitvaren en ongeveer zes dagen naar de Duinkerkers laat zoeken om dan naar de kust van Vlaanderen te gaan. Dorp zal worden geschreven de voor de Engelse vloot bestemde schepen voor bevoorrading binnen te laten varen.

11 De gedelegeerde rechters hebben in de zaak van de Rotterdamse Admiraliteit vonnis gewezen en verzoeken HHM de uitvoering van de uitspraak te verordenen.
De kwestie is tot morgen uitgesteld.

12 In een schrijven van de Rotterdamse Admiraliteit d.d. 25 sept. wordt HHM verzocht hun brief van 11 juni over onder meer de betaling van twee smaltonnen per kwarteel traan toe te lichten. De Admiraliteit wil weten of de heffing op zowel de uit- als de invoer van traan betrekking heeft. De kooplieden zijn namelijk wel bereid op de uitvoer twee smaltonnen te betalen, maar niet op de invoer aangezien de kwaliteit van die traan deze prijs niet rechtvaardigt.
De retroacta zullen worden nagezien.

13 In een door geheimraad Heimbach overhandigde memorie wordt HHM verzocht te verklaren dat zij de muntmeesters en anderen hebben opgedragen de jurisdictie en de onderdanen van de keurvorst van Brandenburg ongemoeid te laten. Zij dienen zijn onpartijdige justitie inzake de munt te Huissen af te wachten en te accepteren.
HHM blijven bij hun resolutie van 23 sept. over deze kwestie.
Op een van de punten in het door Nispen ingeleverde rapport over ditzelfde onderwerp is besloten dat de generaals van de Munt niets zullen ondernemen tegen de in Huissen gevangenzittende Claes Matthyssen en de jood. Zij dienen hetgeen hun ten laste kan worden gelegd in te leveren. HHM zullen die informatie vervolgens doorsturen naar de regering van de keurvorst.
De generaals zullen eveneens de informatie overdragen die ten laste gelegd kan worden van de vader van Claes Meinerts, de overleden muntmeester te Deventer. HHM zullen die doen toekomen aan de schout van Amsterdam voor verdere rechtsgang. Aangezien vernomen is dat de erfgenamen van de muntmeester geneigd lijken het tegen hem begonnen proces te laten doorgaan, zullen HHM vanuit de veronderstelling dat men die kan winnen, de zaak ook namens het land laten voortzetten door fiscaal Brienen.

1 Deze resolutie is gedrukt: Dunlop, Bronnen Oostindische Compagnie Perzië I, 713.