24/10/1626

24 - 10 - 1626

Presentielijst:

Gelderland:
Holland:
Zeeland:
Utrecht:
Friesland:
Overijssel:
Groningen:

Resoluties:

1 Gerart van Berckel compareert en verzoekt HHM de uitvoering van de punten die voortvloeien uit het uitwisselingstraktaat te bepalen.
Hij moet de punten op schrift stellen en inleveren.

2 De Admiraliteit te Amsterdam schrijft d.d. 23 okt. en stuurt een brief van de licentmeester te Zutphen door. Daarin wordt bericht over achttien ossen die door een zekere partij naar Zutphen zijn gebracht. Aangezien de ossen zonder paspoort van Bronkhorst naar Borculo werden gedreven, beschouwt die partij ze als rechtmatige buit. De Admiraliteit vraagt HHM om een besluit.
De RvS wordt advies gevraagd.

3 De heer van de Lecq schrijft d.d. de Braeck voor Duinkerke 17 en 19 okt. dat zich daar slechts twee schepen van Zeeland bevinden en dat de anderen worden gebruikt in konvooidienst.
HHM vinden het vreemd vindt dat er schepen van de dienst op de kust zijn afgehaald. Zij dienen op de kust te blijven, conform de afgesproken regeling. Dit zal [de Admiraliteit van] van Zeeland dan ook worden geschreven

4 HHM lezen het advies van de RvS d.d. 21 okt. op het schrijven van commies-generaal Hendrick van Eck d.d 16 okt. aangaande de behoefte aan meer zout in de slachttijd.
Besloten is de betrokken edellieden en plattelandsbewoners van het kwartier van Nijmegen een lijst te laten inleveren waarin zowel het aantal personen als het aantal te slachten beesten staat vermeld. Vervolgens kan dan worden toegestemd in het verzoek voor de duur van een maand of de slachttijd.
HHM wachten nog met een besluit over de rest van het advies dat zich uitspreekt tegen de aanvoer van paarden over de zuidzijde van de Waal. Een uitzondering zou gemaakt kunnen worden voor merries, maar ook die zouden uitsluitend daar waar zich 's lands kantoren bevinden het kwartier van Nijmegen mogen binnenkomen en dan tegen afdoende borgstelling.

5 Conform het advies van de RvS d.d. 22 okt. wordt aan het platteland van Steenbergen dezelfde toestemming verstrekt voor de verkoop van het eigen gewas en het halen van levensbehoeften als op 2 sept. aan de onder Breda, Bergen op Zoom en andere kwartieren vallende dorpen is gegeven.

6 De RvS compareert en overhandigt de lijst van defecten in de consenten van Gelderland , Holland , Utrecht , Overijssel en Groningen .
De RvS zal door bezendingen en brieven de provincies tot vereffening van de defecten trachten te brengen. Vanwege het landsbelang zal bij Zeeland en Friesland worden aangedrongen op het inbrengen van hun consenten. HHM zullen ook zelf brieven doen uitgaan en die van de RvS ondersteunen.

7 Op verzoek van de ambassadeur van Frankrijk krijgt de heer Gentilot gratis paspoort om met brieven voor de koning via Brabant naar Frankrijk te reizen.

8 De RvS dient advies te geven op het nader verzoek van Reiner van den Broeck conform de bijgevoegde lijst levensbenodigdheden te mogen halen voor het ambt Gennep en Oeffelt.

9 Op aandringen van Haga wordt nogmaals aan de Amsterdamse Admiraliteit geschreven zorg te dragen voor de betaling van diens traktement omdat men anders gedwongen is hem terug te roepen. Ook vraagt men de Admiraliteit een lijst op te sturen van hetgeen aan lastgelden is opgebracht en wat ermee betaald is.

10 Hendrick van Eck brengt naar voren dat de WIC stelt een substantieel bedrag nodig te hebben voor de invrijheidstelling van haar gevangenen en ook voor de verrichting van iets aanmerkelijks.
De gevangenen zullen moeten worden vrijgelaten en als de Compagnie subsidie vraagt zal, afhankelijk van haar plannen, worden bezien wat mogelijk is.

11 Frederich van Velgen verzoekt zijn rijnwijnen, door soldaten naar Bredevoort gebracht en daar onder borgstelling vrijgegeven, hiernaartoe te mogen brengen.
Met een beslissing wordt gewacht totdat de RvS in deze zaak uitspraak heeft gedaan.

12 Van de Zeeuwse Admiraliteit is een schrijven ontvangen in antwoord op de brieven van HHM d.d. 13 aug. en 30 sept. aangaande de door Haga aangeroerde punten.
Aangezien de Admiraliteit niets te melden heeft over het feit dat vanuit Zeeland geen schepen naar de Levant varen, laten HHM het erbij.
Hetzelfde College schrijft ook precies te zullen vasthouden aan 9 november als datum voor de revisiezaak tussen de WIC en kapitein Backer.
De betrokken adjunct-revisoren zal dit worden bericht.

13 De RvS stelt dat de hem op 14 okt. ter hand gestelde berichten over de plannen van Pleuren uitsluitend over dreigementen spreken en dat daaraan nu nog niets kan worden gedaan.
HHM stellen een nadere beslissing uit.

14 De RvS doet mededeling van een aan hem gerichte brief van Z.Exc. over voor de veiligheid van Drenthe aan te leggen versterkingen. Zowel Z.Exc. als Ernst Casimir zouden dit een goede zaak vinden. De RvS is echter niet van plan aan fortificaties te beginnen als niet vooraf door de provincies geld beschikbaar wordt gesteld.
Over dit punt zal nog verder worden gesproken.

15 Van Berckel heeft de punten inzake de uitvoering van het traktaat van de uitwisseling ingeleverd.
HHM besluiten de provincies en de Admiraliteiten opnieuw te schrijven zorg te dragen voor de regeling van de uitgaven voor mondkost van de gevangenen uit hun ressort. Ook dienen zij een lijst op te stellen van degenen die vóór 10 okt. zijn gevangengenomen. Van de door de Admiraliteiten gevangen gehouden personen dient ook een lijst gemaakt te worden, waarbij zij de Spaanse gevangenen dienen te onderscheiden van die van de regering van de Infanta. De eerstgenoemden worden apart opgestuurd teneinde opgenomen te worden in de over drie maanden te arrangeren uitwisseling. In verband hiermee zal ook een lijst worden opgestuurd met de in Spanje gevangen gehouden personen uit de Republiek. De VOC en de WIC wordt gevraagd een lijst op te sturen van de in dienst van de Compagnie gevangengenomen en naar Spanje gebrachte personen. Tevens zal worden bepaald dat de gevangenen op de vastgestelde dag naar Sluis worden gebracht.
In de memorie van Van Berckel staat ook dat tijdens het transport van Amsterdam naar Utrecht de [voormalig] gouverneur van Bahia de Todos os Santos op onbehoorlijke wijze geld afhandig is gemaakt.
Zodra hij zich daarover beklaagt zal er op worden toegezien.

16 Danckart verzoekt de brieven aan de VOC te herhalen, maar HHM vinden dat hij het moet doen met de eerdere.