11/01/1627

11 - 01 - 1627

Presentielijst:

Gelderland:
Holland:
Zeeland:
Utrecht:
Friesland:
Overijssel:
Groningen:

Resoluties:

1 De Venetiaanse ambassadeur heeft zich beklaagd over het feit dat de Admiraliteit te Amsterdam , ondanks de brief van HHM d.d. 6 jan., goederen heeft verkocht uit de twee door kapitein Moins opgebracht schepen. De hier aanwezige afgevaardigden van het College zijn ontboden en hebben verklaard dat dit is gedaan vanwege de grote financiële nood van de Admiraliteit. De partij was maar ongeveer 12.000 gld. waard.
HHM hebben de afgevaardigden aangezegd - en zullen het College ook schrijven - dat deze handelwijze de reputatie van deze staat elders geen goed doet en bovendien minachting van hun bevelen inhoudt. Die dienen dus alsnog te worden opgevolgd en de Admiraliteit moet de informatie over deze zaak opsturen. Zij moet niet in gebreke blijven, want aan middelen ter bestraffing van degenen die HHM geringschatten ontbreekt het niet.

2 Op verzoek van de stad Grave zal leidekker Geurt Janssen worden verordend op straffe van verstek binnen veertien dagen dupliek te leveren op de hem op 3 april 1626 ter hand gestelde repliek.

31 Van enige bewindhebbers van de VOC is vernomen dat de ambassadeur van Perzië uitsluitend met de schepen die thans gereedliggen voor vertrek naar Batavia [Jakarta] naar huis gebracht kan worden.
Feit en Schagen zullen de ambassadeur deze reis aanraden en hem verzekeren dat hij goed zal worden behandeld.

4 Tilburg vraagt dezelfde akte als op 2 sept. 1626 is verleend aan de dorpen die behoren tot onder meer Bergen op Zoom en Breda om ook daar eigen gewas onder elkaar te kunnen verkopen.
Het verzoek gaat voor advies naar de RvS.

5 De Admiraliteit van Rotterdam verzoekt d.d. 6 jan. volmacht voor de betaling met rentebrieven of obligaties. Het betreft verhuurders en verkopers van schepen die of vorig jaar zijn gebruikt voor de Engelse vloot, of tot konvooi van de haringvaart hebben gediend, of sindsdien voor het land zijn gekocht.
Voordat hierover wordt besloten, dient de Admiraliteit de schepen en hun kosten te specificeren.

6 Orateur Haga heeft een chiaux, die was aangewezen om de verkiezing van sultan Morat te komen aankondigen, beloond met ongeveer 100 Hongaarse dukaten.
De Admiraliteit te Amsterdam zal hem dit bedrag terugbetalen.

7 De aanwezige afgevaardigden van de Amsterdamse Admiraliteit en die in het Noorderkwartier zijn gemaand de adviezen over de uitrusting van schepen naar de Levant en het vrijkopen van slaven bekend te maken.

8 Conform de resolutie van 7 jan. zijn de retroacta inzake Vernueil en medeplichtigen nagezien.
Een extract van die stukken gaat naar de RvS die in navolging van de eerdere resolutie recht en justitie zal toepassen.

9 De luitenant van de markies van Rouillac verzoekt zijn vier paarden en ook drie paarden van de gestorven kornet, vrij van konvooi of licent naar Frankrijk te mogen brengen.
Is afgewezen.

10 De vorst van Neuburg schrijft d.d. Neuburg aan de Donau 22 dec. 1626 in antwoord op de brief van de RvS over de verdrukking van geloofsgenoten in het Land van Gulik [Jülich] en het Land van Berg. Hij houdt vol dat er niets gebeurt dat strijdig is met de rijksconstitutie en oude verdragen.
HHM zullen dit meedelen aan de RvS.
Dekens en kapittelheren van het Land van Kleef schrijven d.d. Kleef 29 dec. 1626 zich niet schuldig te maken aan vervolging van geloofsgenoten in Gulik en Berg en zij verzoeken dan ook tegen hen geen stappen te ondernemen.

11 De RvS compareert en meldt dat het verzoek van de koning van Groot-Brittannië tot zuivere afrekening van de vier Engelse regimenten in strijd is met de alliantie. Daarin is overeengekomen dat het overschot in handen van HHM zou komen. Ook strijdt het verzoek met zowel het gebruik hier te lande kapiteins geen rekruten te geven om hun compagnieën voltallig te houden als het bij resolutie bepaalde verbod absente officieren te betalen. Om deze redenen dient een dergelijke rekening niet te worden verstrekt. Calandrini moet dan ook worden gehouden aan de restitutie van de door het land aan de regimenten verstrekte weekgelden. Daarna kan de totale rekening opgemaakt worden.
HHM schikken zich.

1 Deze resolutie is gedrukt: Dunlop, Bronnen Oostindische Compagnie Perzië I, 718.