15/01/1627

15 - 01 - 1627

Presentielijst:

Resoluties:

1 Gemeld wordt dat de graaf van Oost-Friesland zich bij Z.Exc. zeer heeft beklaagd over de resolutie van gisteren. Hij is niet van zins nog langer te blijven en het oponthoud lijkt hem willekeurig. Het schijnt alsof hij verdacht wordt gemaakt; nochtans heeft hij geen aanleiding gegeven om te denken dat hij naar de tegenpartij neigt.
Essen, Noortwijck en Walta zullen proberen de graaf ervan te overtuigen dat zijn persoonlijke aanwezigheid gewenst is. Hij zou de komst van de stenden dienen af te wachten aangezien dan de openstaande geschillen kunnen worden behandeld, in het bijzonder de bezetting van zijn land.

2 De heren van Holland hebben meegedeeld dat het Engelse oorlogsschip, waarmee Calandrini is overgekomen, bij Brielle een Frans schip heeft willen veroveren maar dat de magistraat dit heeft weten te voorkomen.
HHM besluiten de toedracht aan Joachimi te schrijven. Hij moet zijn beklag doen opdat dergelijke inbreuken op de hoogheid van de staat niet meer voorkomen.

3 De gecommitteerden in de kwestie Amboina [Ambon] doen verslag van de Engelse klachten en de reactie hierop van de VOC . Aangezien de rechters nog niet zijn overgekomen, hebben de gecommitteerden het volgende voorgesteld. De termijn van achttien maanden, die de Engelse koning heeft gesteld om de rechters uit Oost-Indiƫ hier te doen arriveren, is te kort. Men zou moeten proberen verlenging te krijgen en eventueel alternatieve oplossingen kunnen aandragen.
HHM zullen dit alles aan Z.Exc. overbrengen.

4 De heren van Holland melden dat hun principalen de propositie van 8 jan. over de vervanging van ritmeesters die hun compagnie niet kunnen aanvoeren en waarover de RvS 12 jan. advies heeft uitgebracht, niet willen toestaan. Het zou tot jaloezie en verzwakking van de ruiterij leiden. In plaats daarvan dient men vastbesloten te blijven voortaan slechts vendels te vergeven aan ritmeesters die met hun ruiters kunnen marcheren.
De heren van Holland is verzocht de kwestie nader te willen bestuderen.

5 De heer van Languerack schrijft d.d. Parijs 3 januari.
Vereist geen resolutie.

6 Door de aanwezige gedeputeerden van de Admiraliteit van Amsterdam is subsidie verzocht voor de betaling van hun volk.
HHM stellen een beslissing uit.

7 De heren van Holland verklaren te kunnen instemmen met de hervatting van de handel op neutralen en dorpen die onder contributie staan, tegen Bosch' licent. De andere provincies vinden dat de handel naar de Eems, Wezer en Elbe dientengevolge hoger zou moeten worden belast, omdat hervatting van de handel op de oude voet dient te geschieden.
HHM stellen een beslissing uit. Eveneens is een besluit uitgesteld over het voorstel van Holland als vanouds de vrije doorvoer van wijnen van koningen en andere heersers toe te staan en ook touwwerk naar Le Havre te laten brengen, mits het daar blijft.

8 De magistraat van Hoorn heeft de akte van HHM d.d. 29 april 1625 over het uitlenen van twee halve kanonnen ingeleverd.
Aangezien de kanonnen weer zijn teruggegeven is de akte geroyeerd.