24/02/1627

24 - 02 - 1627

Presentielijst:

Gelderland:
Holland:
Zeeland:
Utrecht:
Friesland:
Overijssel:
Groningen:

Resoluties:

1 Conform het advies van de RvS d.d. 22 feb. wordt het op 19 feb. behandelde rekest van de magistraat van Steenbergen afgewezen. Goedkeuring zou allerlei toevoer aan de vijand mogelijk maken.

2 De Amsterdamse kooplieden Cornelis Adriaenssen Backer en Matthijs Aertsen krijgen paspoort om gedurende vier maanden ieder met een knecht naar vijandelijk grondgebied te reizen.

3 Etten [Etten-Leur] verzoekt met schepen uit Leur [Etten-Leur] mest uit de Republiek te mogen halen.
Kolonel Brock verzoekt een tegemoetkoming voor zijn diensten in 1602 als luitenant-kolonel in Oost-Friesland.
Die van Standdaarbuiten verzoeken hun lijst te mogen uitbreiden.
De heer van Spangen verzoekt honderdvijftig pond kaas, tien hammen en vier gerookte tongen, die hij voor verhuur van zijn landen krijgt, vrij naar Brecht te mogen brengen en elk half jaar uit Bergen op Zoom volgens bijgevoegde specificatie enige waren te mogen halen.
Alle verzoeken gaan voor advies naar de RvS.

4 Gualterus Gerbrandi Pomeranus, predikant te Leur, mag voor eigen provisie en voor driekwart vrij een okshoofd wijn, vijf tonnen bier, zestig pond stokvis, een kinnetje haring, een kinnetje gezouten kabeljauw, een bos bokking en sprot, een zak zout, vier witte en drie groene kazen, beschuit, wat specerijen, een kan olie, een kinnetje zeep en een vaatje wijnazijn halen.

5 De RvS adviseert op het 19 feb. ingediende rekest van Thielman Cannarts dat invoer van aluin niet nadelig is voor het land.
HHM staan hem toe tegen dubbel Bosch' licent 35.000 pond aluin in te voeren.

6 De gecommitteerden die het verzoek van Mortaigne en de echtgenote van Padborch behandelen, zijn gemachtigd met de hofmeester te spreken over het huis dat hij wil huren en tegen welke prijs. Zij moeten een voor het land zo gunstig mogelijk contract sluiten.

7 De graaf van Oost-Friesland wil inzage in het proces dat hier voor de Hoge Raad wordt gevoerd tussen hem en de stad Emden over wijn- en bieraccijns.
HHM geven dit voor advies aan de Hoge Raad.

8 De RvS adviseert 23 feb. op het 18 feb. ingediende rekest van De Rycker dat hem octrooi kan worden verleend, mits hij voor 30 juni aanstaande een groot en een klein kanon maakt volgens de geldende, door controleur Van der Mijl voor te schrijven bepalingen voor het afschieten te land op affuiten. Ook dienen ze te worden getest.
HHM besluiten het octrooi te verlenen, op voorwaarde dat de RvS met de suppliant overeenkomt dat alle gedurende een bepaalde tijd te maken kanonnen aan het land worden geleverd. Zonder toestemming van HHM en Z.Exc. mag hij voor niemand anders stukken maken. Het octrooi zal worden verleend voor de duur die de RvS en De Rycker overeenkomen.

9 Elias Trip verzoekt voor 1 april aanstaande drie schepen naar Zweden te mogen sturen, om daar vierhonderd stukken geschut te halen die door Louis de Geer zijn gekocht.
De Admiraliteit te Amsterdam wordt advies gevraagd.

10 Dr. Pijnacker heeft het verbaal van zijn laatste reis naar Algiers en Tunis ingeleverd.
Vosbergen zal dit onderzoeken. Pijnacker moet ook diens aparte verbaal inzake Stora overhandigen.

11 In zijn advies d.d. 6 feb. op het 25 jan. ingediende rekest van de weduwe Heine stelt de RvS dat de bijgevoegde documenten niet overtuigend bewijzen dat haar man het vice-admiraalsschip van Duinkerke in brand heeft gestoken. Ook de grootte van het schip is onzeker, zodat zij geen recht heeft op de gehele premie. Om anderen bij voorvallende gelegenheden echter niet te ontmoedigen, zou men haar twee kinderen jaarlijks hun leven lang ieder 50 gld. kunnen geven. De weduwe zou nog een eenmalig bedrag van 400 gld. toegekend kunnen worden, naast de haar op 25 aug. 1626 verleende eenmalige uitkering van 100 gld. en het traktement van 150 gld. per jaar.
HHM gaan bij provisie akkoord, ongeacht haar verdere actie en nader bewijs. De betaling zal geschieden door ontvanger-generaal Doublet. Van de 400 gld. wordt ordonnantie gepasseerd en van de uitkering voor de kinderen wordt akte gegeven.

12 Hendrick Hulshout uit Prinsenland mag voor zijn nabij Breda gelegen land een merrie te halen tegen Bosch' licent en onder waarborg dat het paard niet elders terechtkomt.

13 Op hernieuwd verzoek van Van Abbesteech is hem voor zijn terugreis naar Parijs nog 50 gld. gegeven boven het 22 feb. toegekende bedrag.

14 Noortwyck en Beaumont rapporteren dat zij Jacques de Cangnioncle en Willem Linschoten en Mattheus Linschoten niet tot overeenstemming hebben kunnen brengen inzake het octrooi voor het maken van salpeter.
De gecommitteerden zullen nogmaals trachten een akkoord te bereiken volgens het voorstel van HHM.

15 De boden hebben hun repliek tegen Aert Hendrixen ingeleverd.
Hendrixen zal binnen drie dagen na insinuatie dupliek geven.

16 Adriaen Balbiaen en Jason Bylant verzoeken commissarissen voor een bespreking over hun plan de inkomsten uit de konvooien en licenten te vergroten. Ook willen zij spreken over hun beloning.
De heren van Holland verzoeken kopie van dit rekest. Niettemin zullen Lochteren, Schagen en Rode de supplianten te horen.

17 Ordonnantie wordt gedepêcheerd van twee maanden traktement voor geweldige Pieter van Blanckeroort.

18 Brouwer Jan Simonssen Pesser uit Rotterdam verzoekt ter betaling van de schulden van zijn zwager Reyer van der Burch, konvooimeester te Delfshaven, een vanwege [geleverd] bier ontvangen ordonnantie te mogen inleveren.
De rekenmeesters Barents en Pieterssen zullen adviseren.

191 Van de Raad van Schotland is een brief uit Edinburgh d.d. 16 jan. ontvangen, in antwoord op de brief van HHM d.d. 24 dec. 1626. Het gearresteerde schip van Colster en consorten dat uit Straat Davis [Davis Strait] kwam, is op last van de koning vrijgelaten aangezien ook de aanklager geen vervolg heeft gedaan.
Er valt geen besluit.

1 Deze resolutie is gedrukt: Muller, Geschiedenis Noordsche Compagnie , 386.