19/04/1627

19 - 04 - 1627

Presentielijst:

Gelderland:
Holland:
Zeeland:
Utrecht:
Friesland:
Overijssel:
Groningen:

Resoluties:

1 Er zijn hier twaalf Turken uit Algiers gekomen, die hulp willen bij hun terugkeer.
De deurwaarder zal hun ieder 3 gld. voor eten geven. Verder worden zij met brieven naar de Directie van de Levantse handel gestuurd met de aanbeveling hen bij de eerste gelegenheid mee te nemen, indien mogelijk met Uffelen om zo goedwillendheid te krijgen.

2 Het verzoek van de graaf van Oxford om betaling van zijn traktement gedurende zijn absentie gaat voor advies naar de RvS.

3 De binnengekomen generaal Jacques van Nispen verzoekt het Hof van Holland te willen verordenen Jan Cuisten te berechten. Van Nispen heeft hem aangeklaagd als leverancier van valse munten in Huissen.
HHM zullen morgen fiscaal Kinschot hierover horen.

4 De Staten van Utrecht berichten d.d. 6/16 april op de vele voorgaande brieven van HHM. Binnen veertien dagen zullen zij hun quote in het kwart van de 1.000.000 gld. voor de Admiraliteiten betalen, naast datgene wat zij reeds hebben betaald en nog zullen betalen in de voor 1625 geconsenteerde 600.000 gld. Tevens zal binnen dezelfde termijn hun quote ter voldoening van de decharge van 14 okt. 1626 van 300.000 gld. voor de koning van Denemarken worden voldaan.
HHM antwoorden dat het onmogelijk is de oorlog ter zee vol te houden indien de Staten niet alsnog consenteren in het subsidie voor de Admiraliteiten over 1621, 1622, 1623, 1624 en 1626. Zij waarschuwen dat anders enkele provincies dreigen hun middelen bestemd voor de landoorlog te zullen aanwenden voor de oorlog ter zee.
Het geld voor de Deense koning dat ontvanger-generaal Doublet reeds heeft ontvangen zal alvast worden overgemaakt.

5 Ambassadeur Soranzo verzoekt opnieuw om de goederen van Spanjaarden of Portugezen uit de door kapitein Moins opgebrachte schepen niet te laten verkopen.
HHM gaan hier niet op in. Op zijn verdere verzoek schrijven zij de Admiraliteit te Amsterdam de twintig kisten suiker van koopman Benzio uit Venetië, die in Portugal verzekerd zijn, aan hem terug te geven als blijkt dat hij een Venetiaan is.

6 Het door Soranzo ondersteunde verzoek van de Italiaanse soldaat Dominico Saramel, die de Republiek 26 jaar gediend heeft, om zijn traktement in de compagnie van Z.Exc. te mogen behouden zonder vanwege zijn ouderdom te hoeven dienen, gaat voor advies naar de RvS.

7 Joachimi en Catz hebben op 1 april aan Van der Lecq geschreven dat de Engelsen de schepen uit de Republiek, die handel drijven met de Canarische Eilanden en Salé of met andere Spaanse eilanden, dreigen te confisqueren.
HHM sturen kopie van de brief aan de Admiraliteiten in Amsterdam , Rotterdam , het Noorderkwartier en Zeeland opdat zij de daarheen vertrekkende koopvaarders ervoor waarschuwen geen Engelse havens binnen te lopen.

8 De Admiraliteit te Rotterdam schrijft over in Lillo voorgevallen wanordelijkheden omtrent de licenten en over de maatregel die de gedeputeerden van de RvS hebben ingesteld om geen goederen naar Gennep te laten gaan.
HHM vragen hierover advies aan de RvS.

9 De Admiraliteit in Zeeland antwoordt d.d. 14 april op de brief van HHM van 3 nov. 1626 over enige door de pachters van de konvooien en licenten ingediende punten.
De heren van Holland hebben kopie verzocht en verder zullen de antwoorden van de andere Colleges worden afgewacht.

10 Matelieff schrijft d.d. Warschau 17 maart. Hij stuurt een kopie van het antwoord van de koning van Polen op de brief van HHM van 10 januari.
HHM besluiten het origineel af te wachten.

11 Inzake de legatie naar Venetië is besloten jonker Willem van Lier, heer van Oosterwijck voor drie jaar te committeren als ordinaris ambassadeur in plaats van Berck. Hiervan zal Soranzo op de hoogte worden gebracht.