12/06/1627

 
English | Nederlands

12 - 06 - 1627

Presentielijst:

Gelderland:
Holland:
Zeeland:
Utrecht:
Friesland:
Overijssel:
Groningen:

Resoluties:

1 Er is overlegd over het vóór eind juni overmaken van drie maanden subsidie voor de koning van Denemarken, zoals op 27 mei is vastgesteld. Doublet heeft verklaard hiervoor bestemd geld te hebben aangewend om een ander bedrag, dat hij eerder tot betaling van de Deense koning heeft geleend ter waarde van circa 30.000 gld., af te lossen.
Samen met Brasser, Paul de Wilm of iemand anders moet Doublet ervoor zorgen dat het beschikbare bedrag geld voor geld wordt overgemaakt. De resterende 30.000 gld. zal voor het eind van de maand per wissel worden voldaan. Dientengevolge zal de wissel van Aissema van 16.850 rijksdaalder niet worden geaccepteerd.

2 Doublet bericht van de provincie Groningen haar quote in de 250.000 gld. subsidie aan de Admiraliteiten voor 1627 te hebben ontvangen.
HHM laten hem de helft hiervan aan de Admiraliteit te Rotterdam geven en de andere helft aan de Admiraliteit in Zeeland .

3 Burgemeester en raad van Lübeck is op hun verzoek d.d. Lübeck 11 mei de doorvoer van dertig tolvoeder wijn toegestaan tegen betaling van 's lands rechten.
Sophia Hedwigh, hertogin te Stettin, is op haar verzoek de doorvoer van twaalf tolvoeder rijnwijn toegestaan tegen betaling van 's lands rechten.

4 Het op 4 juni behandelde advies van de RvS op het rekest van Richart Geraerts is opnieuw besproken. Geraerts' verzoek tot de invoer van driehonderd zakken hop uit Brabant wordt afgewezen.

5 Het advies van de RvS d.d. 9 juni naar aanleiding van het op 5 juni ingediende verzoek van de gedeputeerden van Rees is gelezen.
HHM gaan dienovereenkomstig akkoord dat de gedeputeerden de accijns van 40 st. Kleefs geld op de buitenbieren gedurende drie jaar mogen verhogen met de vierde penning, mits de lasten op hun binnenbieren eveneens worden verhoogd. Het verzoek tot subsidie voor de opbouw van zestig hutten is afgewezen, maar zij zullen de materialen vrij naar Rees mogen brengen.

6 Z.Exc. heeft met enkele gedeputeerden overlegd over de huidige stand van zaken in het land. Het is ten zeerste nodig zo spoedig mogelijk veertig compagnieën waardgelders te lichten.
HHM schrijven de provincies hun compagnieën voor 25 juni te completeren, waarna ze kunnen worden gemonsterd. Er mogen geen Fransen, Engelsen, Schotten, Duitsers of Nederlandse militairen uit andere compagnieën worden bijgevoegd: de overtreders, kapiteins en soldaten, zullen volgens de plakkaten worden gestraft. Ook moeten de provincies hun kapiteins zeggen onmiddellijk iemand te sturen om loopgeld en een maand soldij te ontvangen.

7 De koning van Denemarken verzoekt d.d. Stade 1 mei lichting van een regiment van drieduizend man in de Republiek door Todo van Kniphausen toe te staan.
HHM maken hiertegen bezwaar omdat is vernomen dat Van Kniphausen in Amsterdam onderhands bezig zou zijn met de lichting. De magistraat aldaar zal worden geschreven dit te onderzoeken. Als het waar is, moet hij de officieren die de lichting doen laten aanhouden en bij wijze van voorbeeld volgens de plakkaten straffen.

8 De Admiraliteit te Amsterdam schrijft dat zij op 3 juni Gillis Vercruice heeft vrijgelaten. Hij heeft van 27 nov. 1626 tot 3 juni 1627 voor 113 gld. 8 st. verteerd. De rekening hiervan zal aan de commissarissen in Roosendaal worden gestuurd.

9 De Admiraliteit te Amsterdam schrijft d.d. 9 juni dat enkele kooplieden en schippers van Amsterdam klagen dat Engelse schepen Nederlandse koopvaardijschepen hebben veroverd en in Engeland opgebracht. Zij willen dat de kapiteins van de oorlogsschepen hiertegen bescherming bieden.
Secretaris Junius verschijnt ter vergadering en bericht dat Z.Exc. verzoekt een besluit te nemen over de vraag van Lecq of hij onze schepen tegen Engelse aanvallen moet beschermen.
HHM laten Joachimi en Catz hun beklag doen bij de koning en aandringen op genoegdoening. In hun antwoord moeten zij berichten over hun bejegening.

10 Gelezen is het ontwerp betreffende de hervatting van de handel op neutralen. Hierin worden alle inkomende goederen toegelaten, behalve in vijandelijke steden en gebieden gemaakte manufacturen. Inzake de uitgaande goederen wordt de neutralen toegestaan hun waren uit deze landen te halen, met uitzondering van levensmiddelen, ammunitie en andere contrabande. De uitvoer hiervan blijft nog tot nader order verboden. De handel op de Eems boven Emden en andere rivieren tot aan de Wezer blijft ook nog gesloten. De provincies hebben van het ontwerp kopie geëist teneinde binnen acht dagen een reactie te geven.
De gedeputeerden van Zeeland verklaren met betrekking tot de inkomende waren uit neutrale landen gelast te zijn in te stemmen met de invoer van kalk, wijn, koren, ijzer, steen en onbewerkt hout. De schepen die deze goederen aanvoeren, moeten wel weer leeg terugkeren, hetgeen nauwlettende inspectie met zich meebrengt. Tevens zou gespecificeerd moeten worden welke goederen worden bedoeld met "diergelycke", zoals omschreven in een eerder voorstel over de hervatting van de handel. Om meermaals gedane mondelinge redenen zijn de gedeputeerden gelast geen uitvoer van goederen uit de Republiek toe te staan. Verder dienen de gemaakte en te maken plakkaten met betrekking tot de fraudeurs te worden nageleefd.

11 Aangezien Catz in zijn instructie gemachtigd is na afloop van drie maanden weer terug te keren, verzoekt de VOC hem te schrijven niet voor de voltooiing van zijn missie te vertrekken.
HHM stellen een besluit hierover uit.

12 Languerack bericht d.d. Parijs 30 mei onder meer over de geboorte van een jonge prinses van Orléans. Bovendien meldt hij dat de geschillen tussen Frankrijk en Engeland steeds meer toenemen.
Aangezien dit nadelige gevolgen voor de Republiek kan hebben - in het bijzonder verhindering van de vrije vaart op beide landen - zullen HHM beide koningen bezenden. De afgezanten zullen de belangen van de Republiek benadrukken en aandringen op het bijleggen van de geschillen. Rantwyck, Noortwyck, Duick, Vosbergen, Hertevelt, Walta, Haersolte en Schaffer moeten de instructie opstellen.

13 Agent Mibassen schrijft d.d. Calais 5 juni onder andere dat de gouverneur aldaar hem naar Engeland wil laten sturen.
HHM nemen geen besluit.