26/06/1627

26 - 06 - 1627

Presentielijst:

Resoluties:

1 De Staten van Utrecht hebben op 8 juni commissie verleend aan mr. Jan Strick, jonkheer Peter van Hardenbroeck, heer tot Hardenbroeck, en Johan van Wede, burgemeester van Utrecht, om de vergadering van HHM bij te wonen tot bevordering van de zaken van het gemenebest.
De heren is sessie verleend en worden welkom geheten.

2 Jan Hendrixen mag tegen Bosch' licent naar Drongelen drie merries brengen. Indien de dieren voor een wagen in het leger worden gebruikt, mag hij die na gebruik weer naar Drongelen brengen zonder licent te hoeven betalen, mits hij dit laat registreren.

3 Affuitmaker Cornelis Lenaerts verzoekt het iepenhout dat hij uit Engeland heeft gehaald om affuiten van te maken, licentvrij te mogen lossen. Als hij toch iets moet betalen, dan zou het bedrag naar rato van de inkoopprijs moeten zijn.
HHM gaan met dit laatste akkoord.

4 De twee zonen van de weduwe van kapitein Tubbe mogen gedurende twee jaar naar Engeland gaan: Robert Heij Tubbe, in dienst van de compagnie van de graaf van Oxford, en Henrick Tubbe, in dienst van de compagnie van ridder Henrij Careuw.

5 Gysbert Pijck van Tienhoven zal bij Z.Exc. worden aanbevolen, opdat hij volgens eerdere resoluties van 9 feb. 1623 en 29 mei 1624 een van de eerste vacante compagnieën mag krijgen.

6 Het verzoek van Jan Gerritsen Bruin tot restitutie van zijn door Compaen genomen schip gaat voor advies naar de Admiraliteit in het Noorderkwartier .

7 Languerack heeft 200 kronen getrokken op Doublet voor betaling van de vanwege het overlijden van de hertogin van Orléans gemaakte rouwkledij.
HHM accepteren de ingediende wisselbrief niet: de ambassadeur dient het geld eerst te declareren, voordat een beslissing wordt genomen.

8 Gedeputeerde Staten van Friesland schrijven dat de Staten Tyaerdt van Walta als raad in de Admiraliteit in het Noorderkwartier hebben genomineerd en Sibrant van Bunga als raad in de Admiraliteit in Friesland .
HHM verlenen commissie, waarop beide heren de eed hebben afgelegd.

9 Claes ter Meer en consorten, kooplieden in Kleef en Goch, verzoeken vlas en garen van Kempen naar Kleef en daarvandaan naar de Republiek te mogen brengen.
HHM vragen hierover advies aan de RvS.

10 Caspar van Ulft, deken in Xanten, mag tegen Bosch' licent en onder cautie naar Xanten brengen: drie vaten boter, drie loop zout, vier kinnetjes zeep, driehonderd pond stokvis, schollen, twee tonnen haring, drie okshoofden wijn, tweehonderd pond kaas, honderd pond kanterkaas, vijftig pond suiker, één aam wijnazijn, tien kwarten boomolie, twintig pond stijfsel, tweehonderd pond gezouten kabeljauw, vijfentwintig pond pruimen en honderd dennenplanken.

11 Luitenant-kolonel Sir Jean Proude verschijnt ter vergadering. Aangezien de Engelse koning hem heeft ontboden, vindt hij dat hij moet gehoorzamen. Hij verwacht dat HHM hem dit niet kwalijk zullen nemen en hem blijven begunstigen, indien hij weer terugkeert. Proude hoopt dat HHM zijn plaats in de compagnie onbezet zullen laten.
HHM antwoorden hem liever te zien blijven, maar de koning zijn dienst niet te kunnen ontzeggen. Zij bedanken hem voor de vele jaren trouwe dienst en verzekeren hem dat zij hem bij zijn terugkomst indien mogelijk weer in dienst zullen nemen. Aangaande het aanhouden zijn compagnie antwoorden HHM niet, omdat dit strijdig is met de gisteren genomen resolutie inzake absente officieren.

12 Catarina Vivien, weduwe van voormalig thesaurier van Z.Exc. Bartholomeus van Panhuisen, krijgt voorschrijven aan de magistraat van Keulen om afdoening van recht tegen de executeurs van het testament van juffrouw Pergens.

13
Conform het verzoek van de Raad van Vlaanderen d.d. Middelburg 4 juni gelasten HHM Jacob de Blocq, griffier van de Raad van Vlaanderen die zich in Vlissingen ophoudt, vóór 1 aug. naar Middelburg te gaan. Daar moet hij bij de Raad domicilie houden, anders verliest hij het griffierschap.

14 Steven Laeckervelt, jonkheer Willem van Nievelt, Geert Roloffs en Wilhelmus Verrucius, afgevaardigden van de Admiraliteit in Friesland , schrijven hun klerk Isaac Adius te hebben ontslagen omdat hij raden en de secretaris heeft beledigd. Adius heeft er vervolgens bij de Gedeputeerde Staten en de stad Dokkum voor gezorgd dat zij zijn goederen uit 's lands huis in een schip hebben ingeladen met bestemming Leeuwarden, waar Adius verbleef. De magistraat van Dokkum heeft echter op gezag van de gedeputeerden de boom laten sluiten, de goederen weer uitgeladen en deze teruggebracht. De gecommitteerden verzoeken in hun procedure tegen Adius te mogen volharden en de gedeputeerden en de stad te gelasten zich van verdere inmenging te onthouden. Indien iemand iets tegen hen heeft in te brengen, dient dat bij HHM te gebeuren volgens de verdere inhoud van het rekest.
HHM schrijven de Gedeputeerden Staten zich niet te mengen in kwesties van de Admiraliteitsraden en deze hun last te laten uitvoeren. Zij zouden daarentegen goede correspondentie met hen moeten betrachten en problemen moeten melden bij HHM, die de zaken van de Admiraliteit behartigen. Dokkum zal eveneens worden verzocht goede correspondentie met de Admiraliteit te houden, zonder zich met haar zaken te bemoeien.

15 Jan van Dalen en Jan Pinsson krijgen voor twaalf jaar octrooi vanwege hun nieuwe uitvinding van een builmolen.

16 De gecommitteerden van Utrecht verklaren dat hun principalen de verschillende brieven van HHM hebben ontvangen, met name die van 4 en 14 juni waarin zij gemaand worden hun achterstand in het subsidie voor de Admiraliteiten over 1622, 1623 en 1624 te voldoen of anders door een bezending hiertoe te worden aangezet. De kwestie is door hen opnieuw serieus bestudeerd. Zij hebben voor deze jaren niet in het subsidie geconsenteerd. Indien men kan aantonen dat de andere provincies hun quote hebben opgebracht of dit nog zullen doen en dat door het tegengaan van fraude de inkomsten van de konvooien en licenten stijgen, zullen de Staten door middel van een nieuwe aanschrijving consenteren.
De gedeputeerden van Gelderland, Holland, Zeeland en Overijssel verklaren hun geld reeds te hebben opgebracht en Friesland en Groningen verklaren dat over deze zaak in hun provincies Landdagen worden gehouden.
Hendrick van Eck, Nobel, Brouwer, Rode, Walta, Marienborch en Schaffer zullen bespreken hoe fraude bij de konvooien en licenten kan worden voorkomen. Hun is verzocht hierover aan hun principalen verslag uit te brengen. Zij hebben dat toegezegd onder de verzekering dat hieruit bevredigende besluiten zullen voortkomen.

17 Bericht wordt dat de Admiraliteit te Rotterdam , op de verklaring van kapitein IJlen wegens de hem ten laste gelegde feiten, kapitein Calslagen wil ontbieden. Hij heeft deze feiten aangebracht. Ook Van IJlen kan naar Rotterdam gaan om te worden gehoord.

18 Burgemeesters en raad van Groningen schrijven de stempels van de dubbele en enkele flabben en die van de dubbele en enkele stuivers te hebben ingetrokken.

19 HHM nemen geen besluit over een brief van Joachimi d.d. 16 juni en van Joachimi en Cats van dezelfde datum.

20 Op de declaratie van deurwaarder Hardersum van door hem verstrekte voorschotten vanaf 24 april tot heden wordt van 129 gld. 2 st. ordonnantie gedepêcheerd.