31/07/1627

31 - 07 - 1627

Presentielijst:

Gelderland:
Holland:
Zeeland:
Utrecht:
Friesland:
Overijssel:
Groningen:

Resoluties:

1 De voorzitter en schepenen van het hooggerechtshof te Keulen antwoorden d.d. 13 juli op de brief van HHM d.d. 22 juni inzake Dirck Scheij. Zij menen in deze kwestie slechts op verzoek van partijen te hebben rechtgesproken.
Schei antwoordt hierop in een rekest. Pieter Arents, een dienaar van de koning van Spanje, is de voornaamste van de genoemde rechtspartijen, op wiens verzoek alle goederen van Schei zijn geconfisqueerd zonder enige betrachting van neutraliteit.
HHM besluiten het rekest aan het Hof te sturen om hierop nader te letten en Scheij genoegdoening te geven.

2 Agent Valckenborch krijgt gratis paspoort om met zijn dienaar naar Spa te gaan.

3 HHM vragen orateur Haga de vrijlating te regelen van Taems Janssen, Abraham Frericx, Dirck Pieters, Jan Aelberts, Frerick Janssen, Cornelis Jacobs uit Jisp, Pieter Simonssen uit Alkmaar, Cornelis Claessen Backer uit Beverwijk, Frerick Jacobs uit Krommenie, en Cornelis Rijcken en de stuurman en timmerman uit Zaandam. Zij zijn naar de Straat van Gibraltar gevaren en hebben in gevecht met Algerijnen hun schip verloren. Vervolgens zijn zij door hen gevangengenomen en op de galeien te Chios verkocht. Hun vrijlating dient zonder kosten voor het land te gebeuren.

4 Adriaen Claessen Muijt heeft in handen van de president de eed afgelegd als raad en generaalmeester van de Munt .

5 De Admiraliteit te Rotterdam bericht ervoor te voelen Willem Bouwens Keert de Koye tot nut van het land het verzochte bootje te geven om daarmee ter vrije nering te varen.
HHM gaan akkoord met de verkoop van het bootje aan hem.

6 De superintendenten en de ontvanger van de bede van Brabant adviseren d.d. 30 juli over het op 3 juli ingediende rekest van de kinderen van de overleden Robrecht Heymans en Maiken Masen. De onbetaalde jaren van hun rente behoort hun te worden uitgekeerd. Omdat echter niet duidelijk is of hun vader Robrecht Heimans enig kind van zijn moeder Engelken van den Gasthuise is geweest, op wier naam de rente staat, zouden de supplianten gelast dienen te worden afdoende borg te stellen. Dit voor het geval later inderdaad blijkt dat Engelcken van den Gasthuise meer kinderen of verwanten heeft achtergelaten die aanspraak maken op gedeelten van de rente.
HHM stellen een besluit uit.

7 Ruisch, Colster en Gans, raden ter Admiraliteit van Rotterdam, verschijnen ter vergadering. Conform resolutie van 24 juli dienen zij een staat in van de tegoeden van leveranciers aan de Admiraliteit en haar kapiteins. Zij verzoeken deze te onderzoeken en zodanig te beslissen dat de leveranciers kunnen worden vergoed. Ten tweede melden zij dat hun ontvanger zich strikt houdt aan zijn instructie, maar dat de instructie zodanig is dat die tegenwoordig niet meer kan worden nageleefd. HHM dienen hierover een besluit te nemen. Ten derde stellen zij dat de Staten van Holland bij resolutie van 2 juli verzocht is ervoor te zorgen dat Glaude Rota, voormalig klerk van de Admiraliteit, niet verder aansprakelijk wordt gesteld door de erfgenamen van schout Muilwyck te Rotterdam. Dit is echter nog niet gebeurd.
De oude gecommitteerden - Hendrick van Eck, Antwerpen, Nobel, Rode, Walta, Aelberts en Broersema - moeten de eerste twee punten onderzoeken en hierover berichten. Aangaande het derde punt is de heren van Holland verzocht het proces tegen Rota te beƫindigen en nietig te verklaren. Hij heeft immers niet als particulier, maar als dienaar van de Admiraliteit meer dan conform het plakkaat ontvangen.

8 De heren van Holland brengen een aan hen geschreven brief te berde van kapitein Wijngarden, commandant te Steenbergen. Daarin bericht deze over het marcheren van de vijand.
HHM sturen deze brief onmiddellijk aan Z.Exc.

9 1 HHM geven kopie van de op 29 juli ingediende voorstellen van de VOC betreffende Jan Pieters Coenen aan Carleton als zijnde afkomstig van de Compagnie.

10 Pauls Roggeman, koopman in Gent, krijgt paspoort om in de Republiek te komen voor zaken.

1 Deze resolutie is gedrukt: Colenbrander, Coen. Bescheiden Indiƫ , IV, 707.