22/10/1627

22 - 10 - 1627

Presentielijst:

Gelderland:
Holland:
Zeeland:
Utrecht:
Friesland:
Overijssel:
Groningen:

Resoluties:

1 Dr. Pinacker heeft nader bewijs ingediend voor enkele punten van zijn declaratie.
Feith en Aelberts wordt verzocht dit te onderzoeken.

2 Melchior Noirot heeft een wissel getrokken van 785 dukaten en 23 groten tegen 103 1/3 groten per dukaat, door de overleden Berck ontvangen.
Doublet zal de wissel accepteren en betalen.

3 Ter tafel wordt gebracht dat de luitenant van kapitein Arembuere die kapitein was geworden in afwezigheid van zijn kapitein, ermee instemt zijn plaats weer op te geven voor zijn kapitein.
HHM vinden het bedenkelijk vanwege de consequenties die het kan hebben. Het zal overlegd worden met Z.Exc.

4 Jan Willemsen Verschoor heeft gediend als schout-bij-nacht op de vloot van L'Eremite en verzoekt om betaling hiervoor. Tevens wil hij betaling ontvangen van het restant van Willem Nicolaes van Warthuisen, voormalig assistent.
Commies Van der Haer moet hem betalen als anderen, nisi causam.

5 HHM wijzen het verzoek af van het oudemannenhuis te Baardwijk om hun levensmiddelen vrij uit de Republiek te mogen halen.

6 De RvS adviseert op het verzoek van kapitein Menillet om hem het pensioen over 1625 toe te staan maar met het toekennen van het pensioen over 1626 te wachten tot de gestuurde wissel is geaccepteerd.
HHM stemmen hiermee in en laten de RvS de betaling regelen. Als de wissel is geaccepteerd, mag de helft van het pensioen over 1626 worden betaald omdat de wissel alleen getrokken is ter voldoening van de eerste helft van het subsidie. De andere helft mag pas betaald worden als de wissels daarvoor zijn ontvangen.

7 Kwartiermeester Percheval verzoekt voor zijn dienst als kwartiermeester-generaal gedurende drie jaar tenminste 1.242 gld. 10 st. te ontvangen, wat het hem extraordinaris gekost heeft, in plaats van de hem door de RvS bij ordonnantie d.d. 5 juli toegekende 500 gld.
HHM vragen hierover advies aan de Raad.

8 HHM vragen advies aan de RvS over het verzoek van Ariaentgen Janssen, echtgenote van Jan Claessen uit Oosterhout, om met haar vijf kinderen in Oosterhout te mogen wonen.

9 Inzake de handel op de Levant is verzocht een ambassadeur te sturen naar Algiers en Tunis met tenminste zes oorlogsschepen, doch de situatie laat op dit moment niet toe zoveel schepen te zenden.
De beraadslaging hierover wordt opgeschort.

10 Een brief van Cracou d.d. Elseneur [Helsingør] 5 okt. zal aan Z.Exc. worden gegeven.

11 HHM wijzen het verzoek af van de zes luitenants die dienen op de zes pleiten die het leger volgen, om onafgebroken hun gage te ontvangen.

12 HHM wijzen het verzoek af van overste Dodo van Inn- und Kniphausen om 3.000 gld. te ontvangen in mindering van de aan de koning van Denemarken beloofde subsidie.

13 HHM wijzen het verzoek af van Michiel Ham, bode op Meurs en Keulen, om een traktement.

14 HHM wijzen het verzoek af van Hans Ockerman, schanskorfmaker in het leger, om voortzetting van zijn traktement.

15 HHM wijzen het verzoek af van Francois Balochi om enig onderhoud.

16 Baudewijn de Man c.s., reders van De Gulde Sterre, verzoeken HHM hun de fouten te vergeven die zij zouden hebben gemaakt door het overnemen van de commissie van de hertog van Savoye en door het zich niet houden aan enkele plechtigheden. Dientengevolge vragen zij het schip met de veroverde buit te krijgen.
HHM vragen advies van de fiscaal van de Admiraliteit te Amsterdam.

17 Schrijnwerker Aernout Lauwen verzoekt betaling voor enkele in het huis van Middelcoop in opdracht van hofmeester Mortaigne gemaakte werken.
Feith, Noortwyck en Rode zullen Mortaigne hierover horen en moeten meteen overgaan tot het uitvoeren van het met hem gesloten contract door hem zijn commensalen te laten ontslaan en hem het contract verder te laten nakomen.

18 De RvS meldt in de zaak van Jan ten Hecke tegen enkele soldaten uit Nijmegen een vonnis te hebben uitgesproken.
Schaffer wordt verzocht de stukken te onderzoeken.

19 Rogier de Meijer, burger te Dordrecht, verzoekt om opheffing van het beslag op de door hem ingevoerde en door de pachters en officieren van de konvooien en licenten in beslag genomen spijkers, en stelt voor 's lands rechten te betalen.
HHM winnen advies in van de andere partijen.

20 De Admiraliteit te Rotterdam nomineert d.d. 21 okt. Philips van Sonst en Steven van Groningen als konvooimeester van het fort te Lillo in plaats van Henrick Huigen.
HHM kiezen Steven van Groningen, die daarop de eed heeft afgelegd.

21 Naar aanleiding van aanhoudend verzoek om het lijfpensioen voor de jonge prins van Oranje te betalen, laten HHM de RvS alle opgeheven posten op de staat van oorlog die de provincies moesten betalen, eruit halen.

22 Orateur Haga schrijft d.d. Constantinopel [Istanbul] 23 juli dat de hoofdconsul te Aleppo hem zijn ambassadeursrecht onthoudt.
HHM besluiten de consul hiernaar te vragen.

23 HHM schrijven de Admiraliteit te Amsterdam de betaling te regelen van het traktement van Haga voor 1627 dat al in januari voorgeschoten had moeten zijn.

24 Haga bericht d.d. 24 juli dat enkele gevangenen zijn vrijgelaten. Hij verzoekt om betaling van de kosten daarvoor.
HHM schorten een besluit op.

25 De RvS meldt op verzoek van de ongerepartieerde compagnieën die nu drie maanden tegoed hebben, dat de provincies volgens de resoluties van 3, 5 en 6 juli weliswaar toegezegd hebben zes maanden te betalen maar dat op de decharges van vier maanden (die alleen zijn uitgegeven) enkele provincies helemaal niets hebben betaald. Samen zijn zij meer dan 106.000 gld. schuldig.
In aanwezigheid van Z.Exc. zal worden besproken hoe de ongerepartieerde compagnieën betaald kunnen worden.

26 1 Cornelis van Alphen vraagt of de borg van 10.000 gld. die gesteld moet worden door degenen die op kaapvaart gaan, wordt gesteld ten behoeve van degenen die schade lijden.
HHM hebben de resolutie van 9 aug. 1624 nagekeken en delen mee dat deze borgtocht gesteld wordt ten behoeve van het land om ervoor te zorgen dat de kapiteins binnen een jaar weer terugkeren en hun buit afleveren bij de Admiraliteit waarvoor zij zijn uitgevaren. Mochten zij schade hebben geleden, dan moet eerst de 12.000 gld. die door de reders tot borg gesteld is, door de beschadigde gebruikt worden. Mocht dit niet voldoende zijn, dan mag de 10.000 gld. aangesproken worden door de beschadigde, niet door de reders. Laatstgenoemden moeten ervoor zorgen dat zij goede kapiteins in dienst hebben of zich hiervoor op een andere manier verzekeren.

1 Deze resolutie is opgenomen in: Groot placaet-boek II, 2297-2298.