24/11/1627

24 - 11 - 1627

Presentielijst:

Gelderland:
Holland:
Zeeland:
Utrecht:
Friesland:
Overijssel:
Groningen:

Resoluties:

1 1 Duijck overhandigt een aan hem geschreven brief van resident Aetsema waarbij deze een aan hem geschreven brief van de burgemeesters en raad van Hamburg d.d. 21 okt. heeft gevoegd. Zij zijn bezig bij de keizerlijke generaals neutraliteit voor de Elbe te verkrijgen. Zij hopen dat het vooruitzicht hierop goed is indien de koning van Engeland, de koning van Denemarken en HHM ook hiermee willen instemmen en verzoeken daarom om een resolutie.
HHM schrijven Aetsema terug dergelijke onderhandelingen niet af te wijzen maar ze die van Hamburg aan te raden, opdat zij een akte verkrijgen van de beide generaals van de keizer. Zij moeten daarbij de Elbe vrij en onbelemmerd laten, er geen vestingwerken bouwen en niet de handel hinderen door het uitrusten van oorlogsschepen. Aetsema moet namens HHM verklaren dat het hun aangenaam zal zijn en dat zij genegen zijn de zaak ijverig te helpen bevorderen.

2 De burgemeesters en regeerders van Medemblik schrijven d.d. 1 sept. ten gunste van Pieter Dirxen Schutter om hem tevreden te stellen.
HHM vragen hierover informatie aan de aanwezige gedeputeerden van de Admiraliteit in het Noorderkwartier .

3 In een rekest klagen de Portugese kooplieden uit Amsterdam erover dat de Engelsen hun schepen en goederen op zee in beslag nemen. Zo hebben zij twee uit Bayonne vertrokken schepen van de Republiek met Jan Isbrants uit Krommeniedijk en Claes Franssen uit Rotterdam als schippers in beslag genomen en naar Dover gebracht. Hoewel Engelsen de schepen weer hebben vrijgegeven omdat zij aan ingezetenen van de Republiek toebehoorden, hebben ze vijf pijpen en een kist tabak gehouden uit het schip van Jan Isbrants en een pijp en twee tonnen tabak uit het schip van Claes Franssen, bestemd voor de in Amsterdam wonende koopman Diego Fernandes Dias. Als inwoners van de Republiek en omdat ze net als anderen bijdragen aan de belastingen verzoeken de supplianten HHM hen te beschermen en te bevorderen dat zij in Engeland behandeld worden als alle andere ingezetenen van de Republiek. HHM lezen ook een ten gunste van de Portugese kooplieden geschreven brief van de burgemeesters en regeerders van Amsterdam.
HHM zullen het verzoek per brief bij de koning van Groot-Brittannië aanbevelen. Deze brief zal aan Joachimi gestuurd worden met de opdracht deze aan te bieden en te bewerkstelligen dat de koning maatregelen neemt opdat het personeel, de schepen en de goederen van de supplianten in Engeland dezelfde immuniteit en vrijheid mogen genieten als andere ingezetenen van de Republiek. Bovendien moet hij zich ervoor inspannen dat de bovengenoemde goederen vrijgegeven worden. Noortwyck en Schaffer zullen Carleton verzoeken deze zaak met brieven te ondersteunen. De heren die als buitengewoon gezantschap naar Engelang gaan, zullen worden gelast deze zaak met alle ijver te bevorderen opdat er een positief besluit genomen zal worden.

4 Op het verzoek van Francisco Lopes de Azevedo, Thomas Nunes Pyna en Jan de Haro, kooplieden en burgers van Amsterdam, wordt Joachimi geschreven. Hij moet hen helpen bij het verkrijgen van de opbrengst van hun verkochte goederen, die zij volgens vonnis zouden moeten terugkrijgen.

5 Noortwyck en Schaffer melden dat Carleton genoegen neemt met het algemene antwoord op zijn vorige zaterdag ingediende punten. Hij verzoekt Dorp te gelasten naar de Scilly Eilanden of naar andere gebieden van Engeland te varen waar de Duinkerkers naartoe zouden zijn gegaan.
HHM schrijven Dorp dat hij de Duinkerkers met 25 schepen moet volgen indien hij in Dover hoort dat ze naar een Engels gebied zijn gevaren. Als enkele schepen geen proviand meer hebben, moet hij ze hiervan in Engeland voorzien en het geld vorderen van Joachimi. Joachimi zal aangeschreven worden hiervoor te zorgen, waarvoor hij een wissel mag trekken op HHM.

6 Bericht wordt dat kapitein Bagin zich zonder een schot te hebben gelost aan de vijand heeft overgegeven.
HHM gelasten de aanwezige gedeputeerden van de Admiraliteit te Rotterdam naar Rotterdam te gaan om hem en zijn voornaamste officieren gevangen te nemen. Er moet onmiddellijk een proces gestart worden tot voorbeeld van anderen. Bagin moet 's nachts naar 's- Gravenhage gebracht worden indien men bang is voor een oproer van matrozen.

7 De RvS moet de commiezen in het leger die enige administratie hebben gedaan, onmiddellijk rekening en verantwoording laten afleggen. Secretaris Huigens wordt gelast dit de Raad te berichten.

8 De RvS moet nog vijftig last rogge en 25.000 pond kaas naar Glückstadt sturen, gericht aan commissaris Hogenhoeck. Tevens moet er geld beschikbaar komen om daarheen te sturen.

1 Deze resolutie is door een klerk ingeschreven in S.G. 3906.