23/12/1627

23 - 12 - 1627

Presentielijst:

Gelderland:
Holland:
Zeeland:
Utrecht:
Friesland:
Overijssel:
Groningen:

Resoluties:

1 Bauck Tabes verzoekt de ambassadeurs naar Frankrijk te gelasten om te bemiddelen bij de vrijlating van haar zoon Harmen Dirxen. Deze is circa tien jaar geleden gevangengenomen, besneden en tot slaaf gemaakt door de Turken te Algiers. Daarna is hij in handen gevallen van de Fransen en nu wordt hij als slaaf op de galeien te Marseille vastgehouden. HHM lezen ook een ten gunste van haar geschreven brief van de Gedeputeerde Staten van Friesland .
HHM besluiten conform het verzoek.

2 Z.Exc. en de RvS compareren ter vergadering. Zij hebben met de gecommitteerden van Groningen enkele brieven besproken die door hun principalen zijn toegezonden, betreffende de situatie in Oost-Friesland. Hierin is verzocht om versterking van het garnizoen te Leerort met twee compagnieën en om verovering van Greetsiel en Diele.
Conform eerdere resolutie zullen de reeds bezette plaatsen zoals Emden en Leerort worden voorzien van hetgeen voor hun bescherming nodig is, met name van meer volk. Daartoe zal Ernst Casimir nu (zonder een antwoord van commandant Erentreiter af te wachten) schriftelijk worden gemachtigd om nog enkele compagnieën naar Emden te sturen, indien hij dat nodig acht. Ook moet Erentreiter naar beste gelegenheid een of twee compagnieën naar Leerort sturen. Zodra HHM door Ernst Casimir worden geadviseerd om volk naar een of andere plaats te sturen, moet Z.Exc. dit uit deze kwartieren weer aanvullen met een gelijk aantal compagnieën.
HHM laten Feith met enkele afgevaardigden uit Friesland en Groningen naar Emden gaan en daar een tijdje blijven om het landsbelang in het oog te houden. Het opnieuw innemen van andere plaatsen die tegenwoordig niet meer door krijgsvolk bezet zijn, zoals Greetsiel en Diele, wordt echter afgekeurd.
De gecommitteerden van Groningen verklaren, zoals zij zaterdag en eerder bij herhaling hebben gedaan, dat Greetsiel en Diele toch door krijgsvolk bezet zouden moeten worden om ervoor te zorgen dat deze provincie geen schade wordt toegebracht. Indien het ook maar enigszins mogelijk is zich in die steden te handhaven, menen zij dat men dat zou moeten doen. Daarvoor hebben zij in eerdere voltallige vergaderingen veel argumenten aangedragen. Verder verklaren zij dat men vanaf nu patenten voor compagnieën infanterie naar Ernst Casimir zou moeten sturen, om onmiddellijk zoveel compagnieën te kunnen aanbieden als de graaf nodig heeft te Emden en Leerort. De graaf zal minder bezwaar maken volk naar de genoemde plaatsen te zenden als dit niet ten koste gaat van zijn gebieden. Bovendien wordt tijd gewonnen, die anders verloren gaat met wachten op het schriftelijke antwoord en dan nog het wachten op orders van hier. Daarbij komt dat de verwachte vorst het aanvullen met volk kan bemoeilijken. De gecommitteerden vinden het nodig dit ter decharge te laten aantekenen.