28/12/1627

28 - 12 - 1627

Presentielijst:

Gelderland:
Holland:
Zeeland:
Utrecht:
Friesland:
Overijssel:
Groningen:

Resoluties:

1 De door de reders van het schip De Gecroonde Leeuw ingediende repliek zal aan hoofdconsul Witsen worden gegeven. Deze moet binnen zes dagen na insinuatie antwoorden.

2 Meus Martenssen verzoekt relief met committimus van de contumacie krachtens welke hij door de Admiraliteit te Rotterdam is veroordeeld.
HHM vragen hierover advies van dit College.

3 Secretaris Huigens deelt op bevel van de RvS mee dat de Kleefse raden weigeren voor de soldaten in het fort tegenover Rees brandstof voor hun hutten te verstrekken. Daardoor lijden de soldaten grote ellende, wat moet worden verholpen.
HHM laten de RvS met Z.Exc. bedenken wat men het best kan doen om de soldaten te gerieven. Daartoe moet in de met Rees gesloten contracten worden nagekeken welke tegenprestatie deze stad moet leveren voor de inkomsten uit de heffingen op hetgeen de soldaten consumeren.

4 De Kleefse stadhouder en raden schrijven d.d. Emmerik 27 nov. dat de keurvorst van Brandenburg heeft besloten om zijn secretaris Christiaen van Heimbach de keurvorstelijke zaken bij HHM te laten behartigen. Heimbach verzoekt HHM hem daartoe toegang te verschaffen en aan hetgeen hij inbrengt, geloof te hechten.
Omdat hij geen brieven van de keurvorst zelf overlegt, kan hij niet als resident worden geaccepteerd. Op zijn verzoek zal echter acht worden geslagen.
In de door Heimbach ingediende memorie verzoekt hij om een antwoord op het schrijven van de Kleefse raden d.d. 11 okt., betreffende de door de RvS voorgenomen dagvaarding van die van Goch en het verzoek van de Kleefse raden positief op hun verzoek te beschikken.
HHM appointeren hierop dat de Raad hierover besluit. Voor een antwoord moet men dus daar zijn.
Secretaris Huigens heeft gisteren een brief van die van Goch ontvangen. Hij meldt dat de RvS naar aanleiding van eenzelfde brief conform hun verzoek drie weken verlenging heeft gegeven en aan kapitein Moulert, commandant van Gennep, heeft geschreven die van Goch ongehinderd te laten en de gevangenen vrij te laten.
HHM laten deze zaak hierbij.

5 HHM geven de eerder toegezonden rekening van de Kleefse raden over de contributies van het Land van Gulik [Jülich] voor onderzoek en rapport aan Essen, Noortwyck, Ploos, Walta, Haersolte en Schaffer.

6 De Gedeputeerde Staten van Zutphen schrijven uitvoerig over de grote schade die de ingezetenen hebben geleden door het beleg van Groenlo. Aangezien zij hun roerende goederen grotendeels verloren hebben, hun huizen afgebroken zijn en zij in hutten en ondergronds verblijven, verzoeken zij HHM hun verzoek in alle billijkheid te overwegen. Hun kwartier zou in verhouding met de geleden schade moeten worden ontlast van waarmee het is bezwaard op de staat van oorlog.
Deze brief gaat naar de RvS ter advisering na overleg met Z.Exc.

7 De heren die met Z.Exc. over de beveiliging van de zee zullen bespreken, moeten ook met hem spreken over het verder slechten van de wallen van Doetinchem en Lochem. Van de wallen die blijven staan moet het land geen schade ondervinden. De gedeputeerden van het Kwartier van Zutphen verzoeken bij deze bespreking aanwezig te mogen zijn. Dit wordt toegestaan.

8 De provincies hebben hun consenten ingediend op de propositie van de RvS over 1627, en Zeeland ook over 1626. Die van Friesland verklaren de consenten nog niet ontvangen te hebben, maar ze wel te verwachten.
De stukken gaan naar de RvS voor onderzoek en om erop aan te tekenen welke defecten hij in deze consenten aantreft.

9 De gedeputeerden van Holland verzoeken alle provincies tot het inwilligen van de heffing van een impost op de vier speciën, op goud-, zilver- en zijdelaken, brandewijn, tabak en het kleinzegel conform een gezamelijk overeen te komen ordonnantie. Deze heffing zou dan moeten worden afgedragen op het kantoor van de ontvanger-generaal, rente dragen en niet voor andere doeleinden gebruikt mogen worden.
HHM zullen dit bespreken en tevens overleggen of niet ook Brabant en Vlaanderen onder staats bestuur alsmede die van Drenthe in de extraordinaris petitie moeten worden aangeslagen om een gedeelte te dragen. Essen, Noortwijck, Ploos, Walta, Haersolte, Schaffer en thesaurier-generaal De Bie worden hiertoe gecommitteerd.

10 Net als op 24 nov. wordt nog eens besloten de RvS te manen alle comptabelen in het leger onmiddellijk rekening en verantwoording te laten afleggen.