12/01/1630

12 - 01 - 1630

Presentielijst:

Resoluties:

1 De gedeputeerden van Holland verzoeken de provincies zich uit te spreken over het vergeven van het gouvernement van 's- Hertogenbosch. Zelf zouden ze de heer van Brederode willen bevorderen.
Bij het overgaan tot de voordracht van afgevaardigden uit HHM die dit aan Z.Exc. zullen meedelen is de resolutie vervolgens ongedaan gemaakt.

2 HHM lezen het advies van de RvS d.d. 7 jan. na voorafgaand overleg met Z.Exc. over de door agent Van der Veken op 5 jan. aan HHM gepresenteerde memorie. Het advies betreft de verlening van een paspoort aan de hertog van Palts-Neuburg om met zijn gevolg en dienaars het land in te mogen. Z.Exc. is van mening dat indien HHM genegen zijn de hertog te laten komen, zij het verzoek moeten toestaan. Zo niet, dan kan men zich verontschuldigen op grond van de onderhandelingen over het bestand die hier gaande zijn en men zou dit mondeling aan Van der Veken kunnen meedelen. Toen de hertog van Neuburg er verleden zomer op aandrong hierheen te komen, had hij al laten weten over het bestand te willen spreken. Dat is HHM ook bekend. Het advies van de RvS (onder correctie) luidt daarom de hertog niet te laten komen, omdat het aan de reputatie van HHM afbreuk zou doen. Het verzoek moet dus op beleefde wijze worden afgewezen.
HHM zullen deze zaak laten rusten.

3 HHM lezen ook het advies van de RvS d.d. 7 jan over het verzoek van agent Van der Veken aan HHM d.d. 5 jan. om een akte van neutraliteit voor de stad Düsseldorf. Daarnaast is de brief op persoonlijke titel van graaf Henrick van den Bergh gelezen, die dient als bewijs dat de Infanta in deze neutralteit zou toestemmen indien HHM ermee akkoord gaan en die tevens enkele voorwaarden bevat waarop de neutraliteit verzocht wordt. Door de RvS is met Z.Exc. overlegd, conform de apostille van HHM.
Het verzoek stuit niet op bezwaren. De stad Düsseldorf heeft zich telkens neutraal gehouden. De akte zou ook mogen gelden voor het gevolg van de hertog van Palts-Neuburg. Wel achten HHM het bezwaarlijk de neutraliteit voor de lijfwacht van de hertog te laten gelden, zolang deze nog zo sterk (met zestig à zeventig paarden en vijfhonderd man voetvolk) in Düsseldorf aanwezig is. De lijfwacht zou niet groter mogen zijn dan tweehonderd à driehonderd man die uitsluitend een eed aan de hertog hebben afgelegd, die zich in alles neutraal zullen houden en zich slechts tot taak stellen Düsseldorf te behouden. Om hem niet te beledigen meent de RvS bovendien dat de keurvorst van Brandenburg dit verzoek om neutraliteit ook zou moeten goedkeuren.
HHM stemmen in met het advies. Wel zal door Noortwijck nader met Z.Exc. gesproken worden of men het verzoek aan de keurvorst van Brandenburg niet achterwege zou kunnen laten en zonder meer zou kunnen toestemmen in het verzoek om neutraliteit.

4 Agent Bilderbeeck verzoekt voor zijn 22-jarige dienst om een beloning op dezelfde grondslag als voor andere agenten gold.
Alvorens te besluiten zal worden opgezocht wat Bilderbeeck in de afgelopen jaren aan extraordinaris en ordinaris betalingen is uitgekeerd.

5 In de vergadering zijn de gedeputeerden van de Zuid-Hollandse synode verschenen. Zij verontschuldigen zich voor het nalaten van het onderzoek en de weerlegging van de remonstrantie van de kerkenraad van 's- Hertogenbosch, eerder bij HHM ingediend en daarna aan de gedeputeerden overhandigd. Zij verzoeken de kerkelijke situatie in 's-Hertogenbosch voorlopig te laten zoals die is. Zij zouden graag zien dat HHM de gedeputeerden van de aangrenzende synoden van Gelderland, Zuid-Holland, Noord-Holland, Utrecht en andere zouden bevelen om gekwalificeerde predikanten die onder het gezag van HHM gesteld zijn en een behoorlijke opdracht van de synoden hebben, uit te lenen aan de kerk van 's-Hertogenbosch. Verder laten zij weten dat voortgegaan zal worden met de wettelijke verkiezing en beroeping van ordinaris predikanten. De leden van de genoemde kerkenraad, hierover aangesproken door de gedeputeerden, nemen hiermee genoegen.
HHM zullen de synode van Zuid-Holland of de gedeputeerden terzake machtigen om de Nederlandse kerk te 's-Hertogenbosch door middel van lening van godvruchtige, vreedzame en begaafde predikanten te voorzien. Tevens verzoeken en bevelen HHM de leden van de magistraat en de kerkenraad van 's-Hertogenbosch de gezonden predikanten daarvoor verlof te geven en ze te ontvangen. 1

6 Een brief is ontvangen van vrouwe Juliana, geboren gravin van Nassau en gravin tot Solms, geschreven te 's-Gravenhage. Zij verzoekt HHM in verband met haar hoge ouderdom en haar slechte gezondheid om een pensioen of een jaarlijks traktement gedurende de resterende, korte tijd van haar leven. De provincies hebben unaniem verklaard de gravin welgezind te zijn, zowel vanwege haar afkomst als de verdienste voor het land van wijlen haar broer graaf Willem tijdens zijn gouvernement van Friesland en eerder, alsmede door de alliantie als gevolg van zijn huwelijk met de prinses van Oranje.
Het overleg over de hoogte van het pensioen wordt opgeschort.

7 Ontvangen is een brief van de RvS d.d. 's-Gravenhage 10 jan., geschreven naar aanleiding van het onderzoek naar de consenten. De provincies Gelderland , Holland , Utrecht en Groningen hebben consent gedragen in de verantwoording van de impost op de vijf speciën waarom is verzocht. De gecommitteerden in de vergadering namens Zeeland zijn door de RvS gehoord. Zij hebben verklaard dat de Staten van Zeeland hiermee akkoord gaan. Ook de gedeputeerden van Friesland twijfelen er niet aan of hun Staten zullen ermee instemmen, aangezien zij daartegen eerder ook geen bezwaar maakten. De RvS vertrouwt erop dat in het belang van het land de gedeputeerden van Overijssel de andere provincies zullen volgen en meent dat de zaak zover is gevorderd, dat deze kan worden ondernomen, dat het concept geresumeerd en aangenomen en de aanvangsdatum vastgesteld kan worden. De RvS acht het nodig HHM dit te berichten. Hij verzoekt HHM toe te stemmen besprekingen te voeren over de aflossing van de kapitalen en enkele gecommitteerden aan te stellen om met de RvS een beraming te maken ten dienste van het land.
Na de verklaring van de gedeputeerden van Friesland en van Overijssel te hebben gehoord dat de Staten van hun provincies absoluut in de verantwoording van de vijf speciën hebben toegestemd, hebben HHM het verzoek van de RvS goedgevonden en daarom op het punt van de vijf speciën en de kapitalen Lochteren, Bas, Croock, Roode, Veltdriel, Marienburg en Gockenga aangezocht, om met de gecommitteerden van de RvS in bespreking te treden.

8 De gedeputeerden van de Admiraliteiten verschijnen ter vergadering. Zij delen mee conform de resolutie [van 10 jan.] agent Verhaer te hebben gehoord. HHM zullen zij zo spoedig mogelijk van advies dienen over het nut commissaris Jan Wendelsz. door middel van een nadere instructie te gelasten om op de heenreis naar Tunis en Algiers de Turken die hij ontmoet gevangen te nemen. In dat geval zouden HHM Jan Wendelsz. niet voor die tijd moeten laten vertrekken.
HHM laten de commissaris pas vertrekken wanneer een gunstige wind opsteekt. De genoemde gedeputeerden wordt verzocht hun advies zo spoedig mogelijk op te stellen, opdat HHM daarnaar kunnen handelen.

9 Ter vergadering compareert extraordinaris ambassadeur Vane. Hij dient een propositie in, eerst mondeling en daarna schriftelijk2 . HHM zullen hem schriftelijk antwoorden.
In de propositie wordt gesteld dat de koning van Groot-Brittannië HHM bij verschillende gelegenheden via zijn ambassadeurs heeft laten weten een traktaat te willen sluiten met Spanje op basis van voorstellen aan de koning over teruggave van de Palts. Besloten is verder te onderhandelen met de koning conform zijn laatste voorstel met behoud van zijn eer, restauratie van zijn zwager, zijn geliefde zus en neven, en niets te ondernemen tegen het bestaande verbond met de Verenigde Provincies. De basis daarvan is teruggave van de Palts, maar ook de vrijheid van deze staat. Hierop hebben HHM op 31 dec. 1629 gereageerd met het bedanken van de koning en het verzoek aan hem om in de onderhandeling met Spanje behoedzaamheid te betrachten in het belang van zijn vrienden en geallieerden en met name van de koning van Bohemen met het oog op teruggave van zijn keurvorstendom de Palts. Daarmee leggen HHM de last van deze zaak geheel op de schouders van de koning van Groot-Brittannië. Dat is niet in overeenstemming met het verdrag van Southampton. De koning tracht in de voetsporen van zijn voorgangers te treden, met inachtneming van de oude vriendschap, steun en hulp die de Staten altijd hebben ontvangen van Engeland, het huidige handelsverkeer tussen beide landen, de nabuurschap, het verbond en de eenheid van religie. De koning wenst van HHM te horen of zij conform het verdrag waaraan zij zich verplicht hebben zullen instemmen met de voorwaarden van Spanje. De koning en HHM kunnen dan een gezamenlijke verklaring doen uitgaan over het genoemde verbond en het verdrag, zowel tot profijt van de koninkrijken, de Republiek, als het publieke belang. De koning verzoekt HHM om een spoedig schriftelijk antwoord, alvorens de onderhandelingen over het verdrag te bespreken. De ambassadeur spoort HHM hiertoe nadrukkelijk aan.

10 HHM lezen het verzoek van Johan de Loge, kapitein over een compagnie voetvolk in dienst van het land, verliezer in het proces tegen Gooswijn Meurskens. De Loge verzoekt HHM Meurskens te willen opleggen de persoon of goederen van de suppliant niet te overrompelen, maar genoegen te nemen met de gage van de suppliant ofwel de betaling van de schulden die door Meurskens of zijn echtgenote zijn ondertekend, erkend en bevestigd.
Het verzoek gaat voor een reactie naar de tegenpartij.

11 Tot het horen, onderzoeken en rapporteren over hetgeen door de Portugese koopman Sebastiaen Pimintel is aangegeven zijn Rantwyck en Rode aangesteld.

12 De weduwe van Mathys Treurniet verzoekt betaling conform haar ordonnantie voor het werk aan de vestingen.
De gedeputeerden van Zeeland zullen na aankomst van hun collega's opheldering geven over het consent van de Staten van Zeeland betreffende de 500.000 pond in plaats van de legerlasten over het jaar 1628.

13 Robbert Robbertsz. Canu, schoolmeester van de grote zeevaart, verzoekt HHM toe te stemmen in de betaling van 300 gld. ten laste van de Admiraliteit in het Noorderkwartier . Over het vierde jaar van de zes achterstallige jaren traktement zal 150 gld. worden betaald, alsmede 150 gld. voor een jaar traktement, waarvan de termijn onlangs is vervallen.

14 HHM lezen de memorie van rentmeester Suerius. Ten eerste wil Suerius van HHM vernemen of hij in het betalen van de renten de order op de rekeningen van rentmeester Brouchoven moet volgen. De rekeningen zijn Suerius op last van HHM of hun gedeputeerden te velde ter hand gesteld, die daaruit verschillende staten heeft gemaakt en zaken heeft vastgesteld tot nadere informatie van HHM. Ten tweede constateert de rentmeester dat voorheen door hem niet iedereen volledig is betaald die in Brouchovens rekening staan aangetekend, maar alleen diegenen die hebben bewezen onder gezag van HHM te zijn gebleven, alsmede degenen die zich in neutrale landen hebben opgehouden. Ten gevolge daarvan zijn enkelen door beide zijden van betaling uitgesloten, die vanaf nu ook betaald zullen worden, evenals degenen die bij het overgaan van 's- Hertogenbosch ingezetenen van dit land zijn geworden. Ten derde is de rentmeester van mening dat degenen die zowel door dit land als door de vijand zijn betaald of die ten onrechte zijn uitbetaald, dit behoren te restitueren. Over de betaling kon makkelijk verwarring ontstaan, omdat tot de verovering van 's-Hertogenbosch de vijands rentmeester Brouchoven en de rentmeester van HHM Zuerius uit de Meierij van 's-Hertogenbosch middelen hebben ontvangen ter betaling van de rentieren. De beide rentmeesters hebben de aan het kwartier toegewezen renten ook betaald. Ten vierde vraagt hij zich af of de rentieren die met de stad 's-Hertogenbosch aan deze zijde zijn gekomen anders zullen worden betaald vanaf het moment dat de stad en de Meierij van 's-Hertogenbosch in handen van HHM zijn gekomen. Degenen met aanspraken die langer teruggaan moeten betaald zien te worden uit de nog openstaande middelen.
HHM stellen thesaurier-generaal Van Goch en de beide superintendenten van de beden van Brabant deze memorie ter hand ter nadere bestudering en voor advies.

1 Voorstel en resolutie zijn gedrukt: Kronijk H.G. XXIX (1873)155-157.
2 De in het Frans gestelde propositie is geïnsereerd in S.G. 3189. Een Nederlandse vertaling is gedrukt: Aitzema, S. & O. kwarto III, 110-111/folio I, 988.