12/01/1626, 9

12/01/1626, 9

9 De agent Carleton verzoekt om bemiddeling door de Amsterdamse magistraat opdat deze de negotiatie van twee miljoen op de Engelse juwelen vergemakkelijkt. De magistraat zou de juwelen willen doen taxeren en vervolgens in bewaring nemen en houden, mits de afgezanten van de koning in de obligaties insereren dat bij afloop van de betalingstermijn van de obligaties en het niet voldoen van het geleende bedrag, de juwelen door de geldverstrekkers verkocht mogen worden.
Rantwijck, Noortwyck en Beaumont zullen Carleton en de afgezanten horen en bezien hoe ver zij de zaak kunnen brengen.