20/01/1626, 8

20/01/1626, 8

8 Over de zaterdag jl. door de pachters van de konvooien en licenten ingeleverde punten1 besluiten HHM het volgende:
I De supplianten vragen hun rekest d.d. 3 nov. 1625 in te willigen en te gelasten dat zij in hoger beroep mogen gaan tegen de gewezen of nog te wijzen vonnissen door de Admiraliteiten. Deze Colleges handelen hierin niet nauwgezet en de boetes en verbeurdverklaringen zijn zo onbeduidend dat zij de onkosten niet dekken. Het loont nauwelijks de moeite fraude op te sporen, zoals uit hiernavolgende voorbeelden blijkt. De Admiraliteit te Middelburg heeft in de zaak van de pachters tegen de Engelsman Willem Constapel de laatste tot niet meer dan 50 gld. veroordeeld terwijl hij een kist met twintig stukken linnen zonder aangifte of paspoort had ingeladen en weggevoerd. Datzelfde College veroordeelde d.d. 22 okt. 1625 Jan Le Clerq tot een boete van 300 gld. omdat hij 69 bundels hennep, zes schijven kabelgaren, twaalf tonnen, 24 pakken geslagen want, vier kisten suiker, een droog vat met suiker en spelden had verzwegen. Terzelfder tijd werd ene Jacques Schockfeuer aangehouden met twaalf tonnen roet die voor tweehonderd pond netto waren aangeven in overeenstemming met de loscedel, maar na onderzoek 2.800 pond netto bleken te wegen. Aangetoond kan worden dat deze tonnen niet zijn aangeslagen omdat de konvooimeester het gewicht in geheimschrift heeft overgezet en dit heeft vermeerderd. In november is te Veere een zekere koopman Valckenborch aangehouden, die zonder te hebben verkonvooid veertien okshoofden Franse en twee pijpen Spaanse wijn had ingeladen om naar Ierland vervoerd te worden. Hij hoefde slechts het recht van konvooi en de kosten te betalen. Van een schip uit Newcastle had een koopman vijfendertig salter2 smeekolen aangegeven die bij controle ongeveer negentig salter bleken te zijn. Hij hoefde uitsluitend het invoerrecht over de verzwegen hoeveelheid en de kosten te betalen. Op 10 november werd door Pieter Penning te Vlissingen elf last boekweit aangegeven die na onderzoek vijftien bleken te zijn. Slechts twee last werd verbeurdverklaard. Op 30 oktober werd een lichter aangehaald met ongeveer dertig last mout met een waarde van wel 60.000 gld. De lading was overgescheept zonder loscedel en zonder kennisgeving aan het kantoor. Er volgde een veroordeling tot slechts een boete van 300 gld. De pachters volstaan met deze voorbeelden waaruit afgeleid kan worden dat het zowel noodzakelijk als in het voordeel van het land is, als de supplianten de toegang verwerven tot het middel van de reformatie.
Omdat volgens de instructie van de Admiraliteiten revisie alleen open staat voor degenen die zich door een vonnis van deze Colleges benadeeld achten, zullen HHM de provincies schrijven om zo spoedig mogelijk hun besluiten te vernemen over dit verzoek om reformatie.
II Verder vragen de supplianten HHM hun rekest d.d. 3 nov. 1625 inzake de konvooimeester te Hoorn en de verhoogde aangifte van de scheepslasten door de Noordvaarders te onderzoeken.
Dit punt zal worden besproken als de afgevaardigden van de ontboden Admiraliteiten zijn aangekomen. De heren van Holland is intussen verzocht hun besluiten in te brengen inzake de 2 dec. 1625 overgereikte stukken.
III Wat het op 9 dec. 1625 aangeboden rekest betreft, inzake het mede laten tekenen van de binnenlandse paspoorten en het visiteren van de schepen door de ambtenaren van de pachters, vragen HHM de Admiraliteiten om advies.
IV Zinvol vinden HHM het rekest van 14 jan. te bepalen dat officieren van zowel het land als de pachters schepen die Texel of Het Vlie uitvaren, mogen visiteren. De Admiraliteiten te Amsterdam en in het Noorderkwartier zal geschreven worden dit zo te regelen. Aan de pachters zal een akte worden gegeven die alle schippers gelast de visitatie te gedogen.
V Aan het Zeeuwse Admiraliteitscollege zal geschreven worden dat Cornelis Mauringh van der Aa tot alle comptoiren toegelaten dient te worden om te onderzoeken of volgens de ordonnanties is gewerkt. Ook mag hij opening van de registers verzoeken, maandelijks het inkomen opnemen en orde op zaken stellen wat de inning van de pacht betreft. VI Zodra het advies van de Amsterdamse Admiraliteit gekomen is, zullen HHM een besluit nemen over het rekest van de supplianten om twee jachten te mogen gebruiken ter bestrijding van de fraude, gepleegd op de kust van Friesland en door de sluizen van Kolhorn, Langereis, Zijpe.
VII Na het aangaan van de pacht hebben de cherchers van het land te Middelburg en Veere in hun comptoiren de los- en laadcedels weggesloten in kassen, waardoor deze stukken ontoegankelijk werden voor de ambtenaren van de pachters. Aangezien dit zeer nadelig is voor de pachters en ingaat tegen hetgeen HHM uitdrukkelijk hebben gelast, verzoeken de supplianten orde opzaken te stellen.
HHM zullen de Zeeuwse Admiraliteit schrijven de klachten van de pachters te verhelpen.
VIII Ook gebeurt het dagelijks dat konvooimeesters personen toestaan een gedeelte van hun te laden of te lossen goederen provisoir aan te geven. Hun sluikerij slaagt als zij nìet, blijft onbestraft als zij wèl worden achterhaald omdat zij dan redeneren dat het slechts een voorlopige aangifte betrof. De pachters verzoeken HHM dan ook de konvooimeesters te gelasten deze provisionele aangiftes te staken en de personen in kwestie terug te sturen totdat zij hun goederen volledig hebben aangegeven.
Ook hierin zullen de Admiraliteiten orde op zaken moeten stellen.
IX De bovengenoemde cherchers tekenen los- en laadbrieven voor gezien terwijl zij geen voet verzet hebben en dus in strijd met hun eed een heimelijke verstandhouding hebben met de koopman en de schippers. Ook helpen zij degenen die door de officieren van de pachters op fraude zijn betrapt om op deze wijze, zoals zij ook snoeven, de pachters het leven zuur te maken.
De Admiraliteiten moeten inlichtingen inwinnen en bij gebleken juistheid van de beschuldiging procederen tegen de cherchers om een voorbeeld te stellen.
X De kapiteins op de rivieren en in de zeegaten weigeren op veel plaatsen de officieren van de pachters te assisteren, hoewel dit volgens het plakkaat van HHM zou moeten.
HHM zullen een open akte verstrekken die kapiteins, officieren en matrozen hiertoe opdracht geeft. Daarnaast zal de Admiraliteiten worden geschreven de kapiteinen op gelijke wijze te gelasten.
XI Tot slot vragen de supplianten HHM een besluit te nemen over het per kwartaal verplaatsen van de generaals van de konvooien en licenten.
De generaals zullen 25 feb. worden ontboden om verslag te doen van hetgeen zij hebben ondernomen tot uitvoering van de plakkaten en om te vernemen welke kwartieren elk heeft te bereizen.

1 Geïnsereerd door een klerk in S.G. 51.
2 Inhoudsmaat voor droge waren.