02/02/1626, 1

02/02/1626, 1

1 Ter vergadering verschijnen gedeputeerden van de Admiraliteit in het Noorderkwartier met een extract van een door hun College genomen resolutie. Daarin is op verzoek van burgemeester Roosterman toegestaan de romp van een oorlogsschip in Medemblik te timmeren; vervolgens moest het naar Hoorn of Enkhuizen worden gebracht. Medemblik wil nu echter het schip zelf houden, uitrusten en van volk voorzien, wat in strijd is met de verordening van het College.
HHM zullen, onder toezending van de resolutie, Medemblik vermanen zich daaraan te houden en niets te ondernemen dat ingaat tegen de regels van het land. Z.Exc. zal verzocht worden hetzelfde te schrijven.
Dezelfde afgevaardigden verzoeken subsidie voor de schepen die zij hebben geleverd ter bewaking van de kust en de binnenlandse rivieren en overhandigen daartoe een staat van 29 schepen ten bedrage van 386.610 gld.
Van de overeengekomen subsidies zal liquidatie worden gemaakt opdat zij hun portie krijgen.
Ook vragen de gedeputeerden HHM te besluiten over de wijze van verdeling van in beslag genomen goederen tussen de pachters en de officieren van het land.
HHM achten artikel 21 van de ordonnantie op de verpachting van konvooien en licenten helder genoeg en dat dient dus nagevolgd te worden. De afgevaardigden moeten eventuele onduidelijkheden maar specificeren zodat daarover besloten kan worden.
Het advies van hun College op de brief van HHM d.d. 5 jan. 1626 luidt volgens de afgevaardigden dat de licenten op de goederen die richting Wezer en Elbe gaan moeten worden verhoogd, net als op die voor Calais.
HHM willen dit aan de gedeputeerden van de andere Admiraliteiten voorleggen.
Nogmaals vragen de gedeputeerden HHM te voorzien in een gelijke betaling van hun Friese collegelid Alvija.
HHM zullen de op 2 jan. op dit punt genomen resolutie nazien.