12/02/1626, 16

12/02/1626, 16

16 Na lezing van een door het Admiraliteitscollege te Amsterdam ingeleverd geschrift nemen HHM een aantal besluiten. Het stuk begint met een reactie van de Admiraliteit op het rekest van Daniel, Roelant en Jan van Vickevoort d.d. 19 dec. 1625. Geadviseerd wordt met zijde vervaardigde gouden passementen niet zwaarder te belasten dan zijden passementen. De passementen, grotendeels toch van zijde, worden volgens een nieuwe methode gemaakt, de vervaardiging ervan bezorgt veel huisgezinnen onderhoud en de handel erin begint te bloeien. Bovendien mogen de bedenkers van de nieuwe werkwijze in de beginfase wel wat steun genieten.
HHM voegen zich voorlopig naar dit advies.
Voorts geeft de Admiraliteit naar aanleiding van de missive van HHM van 1 jan. de huurbedragen op voor de schepen in de vloot van Haultain. Het schip van kapitein Dorp kost 3.500 gld. per maand en de andere zes schepen, waarbij twee jachten gelijkgesteld worden aan een schip, kosten niet minder dan 2.000 gld. per maand.
Schimmelpenninck, Matelieff, Beaumont en Oosterzee zullen de afrekening voor deze schepen in voorlopige zin opstellen.
De tevens gevraagde vermindering van de rechten op potas wordt nog in beraad gehouden.
Voorts dienen de Admiraliteiten door aanplakbiljetten of anderszins bekend te maken dat voor 1 april aanstaande geen schepen naar het oosten mogen uitvaren.
Wat de gevraagde subsidie betreft, wordt het nodige gedaan door de provincies te bewerken via serieuze brieven en bezendingen.
De kwestie die de licentmeester te Emmerik heeft aangebracht tegen het plakkaat van de Kleefse raden (dat Kleefse ingezetenen gelast voor daar geweide ossen uitsluitend licent te betalen aan hun ontvanger) wordt aangehouden zolang de sluiting van de licenten nog duurt.
Inzake het ontheffen van het Amsterdamse comptoir van het geld dat voor de keurvorst van Brandenburg is gelicht, wordt verder gewerkt aan een oplossing.
Tot slot is het gebod aan de commandant op de kust van Vlaanderen - te verhinderen dat er graan van het oosten naar Duinkerke wordt gebracht - geregeld in de op 6 feb. vastgestelde instructie voor die commandant.