25/02/1626, 8

25/02/1626, 8

8 Oosterzee rapporteert dat Calandrini heeft verklaard geen mogelijkheid voor de lening op de Engelse juwelen te zien tenzij de heren van Holland in het bijzonder hun krediet stellen. Holland maakt bezwaar. De hofmeester die met de juwelen hier is gebleven, wordt daarom aangezegd dat hij geld mag proberen te verkrijgen op krediet van HHM als aanvulling op het onderpand van de juwelen.
Aangezien deze verklaart dat niet mogelijk te achten, wordt besloten het gebeurde aan Joachimi te schrijven zodat hij op de hoogte is van de inspanningen die men zich heeft getroost.