24/03/1626, 2

24/03/1626, 2

2 Ter vergadering worden in aanwezigheid van Z.Exc. en de RvS rapport en advies van de gedeputeerden inzake Friesland besproken.
Conform het advies wordt besloten de provincie Friesland te schrijven, met een afschrift voor haar leden, dat zij ernstig wordt gemaand de op 28 okt. 1625 beraamde middelen tegen mei in de steden en op het platteland te doen verpachten. Hun onderlinge geschillen hieromtrent dienen zij in vriendschap te schikken of aan een uitspraak van HHM te onderwerpen die dat onpartijdig, met kennis van zaken en volgens de Friese constitutie zullen doen. De mening van de provincie of van ieder lid afzonderlijk zou daartoe voor 1/11 april schriftelijk toegezonden moeten worden aan HHM. Zo niet, dan zal men genoodzaakt zijn [de middelen] door executie te vergaren, aangezien anders de welstand en eenheid van de provincie en haar bijdrage aan de Generaliteitslasten in gevaar komen.
Ernst Casimir zal van dit alles kopie gestuurd worden teneinde de zaak te ondersteunen. Z.Exc. en de RvS is verzocht door middel van brieven aan de provincie de zaak aan te bevelen.