20/04/1626, 8

20/04/1626, 8

8 De generaalmeesters van de Munt Van der Meiden en Nispen zijn ter vergadering verschenen en voeren aan dat Nispen zich onder gewapend geleide naar Huissen heeft begeven en daar heeft vastgesteld dat Nicolaes Meinerts, Nicolaes Matthyssen en Christoffel Wort zowel gouden als zilveren munten en kapitale penningen vervalsen. Enkele munten zoals de Brabantse kruisdaalder en de Zeeuwse arendsdaalder, worden hier te lande gevalueerd, andere zijn niet gevalueerd, zoals de Frankfurter, Neurenbergse en Metzer goudgulden en de in Brabant geslagen hele en halve schelling. Alle munten zijn gelijk aan het gewicht van hun zuivere voorbeelden, maar een derde minder in gehalte.
HHM besluiten, gelet op het risico dat het land met valse munten overspoeld raakt, Nispen bij deze te machtigen opnieuw naar Huissen te gaan om daar de genoemde personen aan te houden en over te leveren aan het Hof van Gelderland of de magistraat ter plaatse. Zij blijven daar totdat HHM een nadere beslissing hebben genomen. Nispen wordt een akte gegeven waarin de commandanten en officieren gelast wordt hem bij het uitvoeren van zijn opdracht te assisteren. Ook zal aan Essen worden geschreven met het verzoek Nispen zo goed mogelijk te informeren en hem behulpzaam te zijn.