05/05/1626, 2

05/05/1626, 2

2 De ridderschap, de steden Norden en Aurich en de huismansstand van Oost-Friesland geven d.d. Emden 15 april credentie op Ciriacus Hisken. Deze dient zijn propositie 1 in: Hisken is gestuurd om de heren Staten de diensten van bovengenoemden aan te bieden en tevens hun verontschuldigingen over te brengen voor het aannemen van een afwachtende houding in de beantwoording van hun aanschrijven van maart jl. De aanhoudende Landdag en de behandeling van de uitspraak van de deputatie van HHM te Emden waren daarvoor verantwoordelijk.
Aangezien zij hebben vernomen dat vertegenwoordigers van zowel de stad Emden als de graaf van Oost-Friesland ter plaatse zijn en allebei van zins lijken nog andere personen te sturen, heeft Hisken de boodschap meegekregen HHM te verzoeken de eerdergenoemde verklaring niet anders te beschouwen dan als een bevestiging van de voorgaande akkoorden, recessen, concordaten, verdragen en de in 1620 door HHM verstrekte apostilles. Daarin zou niets veranderd dienen te worden, de beloofde handhaving zou moeten plaatsvinden. Echter, specifiek hetgeen in de uitspraak wordt gezegd over achtereenvolgens de correctie van landrechten en andere statuten; de defensie van het land op kosten van de graaf; de samenvoeging van de heerlijkheden Esens en Wittmund; de jurisdictie van het hofgericht; het 23ste artikel van het akkoord van Osterhusen, tot slot, de beëdiging van de grafelijke kanselier en raden en andere ambstdragers, dient volkomen intact te worden gelaten en zonder uitstel geëffectueerd te worden.
De stad Norden en de huismansstand hebben de afgevaardigden van HHM in Oost-Friesland bezwaren ter hand gesteld waaraan tot nu toe niets is gedaan. Daarom hebben zij Hisken gelast HHM te verzoeken daarover in 's- Gravenhage een beslissing te nemen die de bezwaren zal wegnemen en bewerkt dat niemand in de toekomst belast wordt met boven de bestaande verdragen en akkoorden uitgaande zaken.
De propositie gaat naar de RvS voor advies.

1 Geïnsereerd in S.G. 3185.