26/05/1626, 9

26/05/1626, 9

9 Rantwijck en de andere gecommitteerden die in bespreking zijn geweest met Spirinck, rapporteren dat de gezant heeft verklaard niet gelast te zijn om te spreken over de contributies. Hij beroept zich op het akkoord van de vorst van Neuburg en de graaf van Schwarzenberg, eraan toevoegend dat Brandenburg meer uit het Land van Gulik [Jülich] heeft gehaald dan Neuburg. Hij zou niet meer contributie mogen eisen van dit gebied dan zijn heer van Kleef en andere onder Brandenburg vallende kwartieren.
De gecommitteerden hebben Spierinck eveneens de klachten van de religieverwanten uit Gulik [Jülich], Berg en omgeving voorgehouden. Hij heeft verklaard daarvan niet volledig op de hoogte te zijn, maar vermoedt dat personen met het recht van patronaat, waaronder de bisschop van Keulen, als scherprechter kunnen optreden.
HHM zullen beslissen nadat de gecommitteerden Z.Exc. hebben ingelicht.