10/06/1626, 4

10/06/1626, 4

4 Ter vergadering hebben Olphart Barents en Adriaen Pieterssen, gecommitteerden in de Generaliteitsrekenkamer, alsmede de heer Gans, raad ter Admiraliteit te Rotterdam, verslag gedaan van hun werkzaamheden om te komen tot een staat van degenen die rekenplichtig zijn aan de Rotterdamse Admiraliteit van 1623 tot en met april 1626. Zij hebben een overzicht van zowel de ontvangsten van de verschillende kantoren als van hetgeen dezen het land nog schuldig zijn over de bewuste periode overhandigd. Bij de visitatie hebben zij onder meer geconstateerd dat de daggelden voor de schepen in het leger wel erg hoog zijn en dat daarop moet worden toegezien.
Onder dankzegging machtigen HHM Barents, Pieterssen en Gans de rekeningen van de rekenplichtigen te sluiten. Tevens zijn zij gemachtigd tot het opmaken van een staat van de rekening van de ontvanger-generaal van de Admiraliteit te Rotterdam. Vervolgens mogen zij ook die rekening sluiten. Voorts zullen zij een algemeen overzicht van het Admiraliteitscollege opstellen en inleveren, voorzien van hun advies over de punten die uit alle rekeningen naar voren komen. Zij mogen zich naar Rotterdam begeven om datgene te doen wat hier niet zo goed kan plaatsvinden.