17/06/1626, 8

17/06/1626, 8

8 Baron van Monschau verzoekt de officieren op te dragen af te zien van de afpersingen die ruiters en soldaten plegen onder voorwendsel van het plakkaat van retorsie. Zij moeten uitsluitend de heterdaad op een overtreding betrapten straffen. Ook vraagt hij de onderdanen van de heerlijkheid Oijen toe te staan met de inwoners van Megen en omliggende dorpen hooi, tienden, land, graan, vee en dergelijke te verhandelen. Tevens verzoekt hij zijn eigen gewas uit het Land van Kleef, ongeveer 36 mud rogge en ander graan, vrij naar Oijen te mogen transporteren. Voor herstelwerkzaamheden aan onder meer zijn stallen in Oijen heeft hij behoefte aan planken, sparren en balken en voor zijn keuken wil hij uit Rotterdam honderd pond kaas, twee tonnen boter, een ton zeep, een halve ton gezouten kabeljauw, honderd pond stokvis, twee aam bierazijn, een half aam wijnazijn, vier okshoofden wijn, een zak zout en voor ongeveer 90 gld. aan specerijen.
De uitvoer van de genoemde goederen en levensmiddelen wordt toegestaan tegen betaling van 's lands rechten en onder de verzekering dat zij nergens anders naartoe worden gebracht. Inzake de overige punten wordt de RvS om advies gevraagd.