06/07/1626, 15

06/07/1626, 15

15 Uit een aan Z.Exc. geschreven brief van de Gecommitteerde Raden van Zeeland d.d. 3 juli blijkt dat de vijand gereed ligt om met negen koningsschepen en een groot aantal particuliere schepen uit Duinkerke uit te varen. In Oostende liggen zeven [konings]schepen en enkele particuliere schepen. Ook is bijna al het bootsvolk vanuit Antwerpen naar Duinkerke en andere Vlaamse havens gestuurd.
Met advies van Z.Exc. is besloten naar de kust van Vlaanderen niet alleen de tot haar bewaking bestemde schepen te sturen, maar ook de schepen die al zijn uitgerust ten behoeve van de tweede Engelse vloot. Twee van de door de Admiraliteit te Amsterdam geƫquipeerde schepen zullen, tot nader bericht, naar de Bocht [Golf van Biskaje] worden gestuurd tegen de rovers die zich daar ophouden. Twee schepen van het Admiraliteitscollege in het Noorderkwartier zullen eerst naar Plymouth gaan om twee Oost-Indiƫvaarders van konvooi te voorzien en vervolgens naar de kust varen.
Om dit alles te effectueren zijn Abraham Boom, oud-burgemeester van Amsterdam, Willem Sibrantsen Groes, oud-burgemeester van Enkhuizen en Vosbergen aangewezen om bij respectievelijk de Admiraliteit te Amsterdam, die in het Noorderkwartier en die te Rotterdam te bevorderen dat de schepen voor de kustbewaking en de tweede Engelse vloot zo snel mogelijk naar de kust worden gestuurd. Boom en Groes zullen bovendien naar Texel reizen om te bevorderen dat de schepen daarvandaan vertrekken. In het geval door geldgebrek vertraging dreigt te ontstaan, dienen Boom en Groes bij de betreffende magistraten aan te dringen op een met spoed te verlenen voorschot. Zij mogen dat bedrag korten op hun aandeel in de door de Admiraliteiten gevraagde subsidie en het zal gelden als betaling van hun extraordinaris consenten.
Aan de Zeeuwse Admiraliteit zal worden geschreven er alles aan te doen haar schepen zo spoedig mogelijk naar de kust te doen varen opdat met Gods hulp de kwade plannen van de vijand worden verhinderd.