07/07/1626, 5

07/07/1626, 5

5 Naar aanleiding van de declaratie van de Generaliteitsmuntkamer wordt gerapporteerd dat de generaalmeesters alle dagen in drie jaar en vier maanden als vacatiedagen beschouwen en dat uit diezelfde periode Nispen ook al zeventien maanden heeft opgevoerd in een eerder ingediende declaratie van verrichte werkzaamheden inzake het goud- en zilverdraadwerk.
Rantwyck, Van der Meer, Rode en thesaurier-generaal De Bie, 1 april 1625 gecommitteerd tot het onderzoek van de laatstgenoemde declaratie, zullen nagaan of de daggelden toen zijn geschrapt dan wel geheel of gedeeltelijk zijn toegekend. Afhankelijk van de uitkomst zal dan over de daggelden uit de tweede declaratie van Nispen c.s. besloten worden. Tevens hebben HHM besloten de declaratie niet te sluiten totdat zij van griffier Aerssens hebben vernomen hoe het zit met de door de generaalmeesters gelichte cisailles en essays.