16/07/1626, 17

16/07/1626, 17

17 Gezien een credentie d.d. 5 mei van de koning van Denemarken op Christiaen Thomassen, gezant, wordt hem audiëntie verleend, in aanwezigheid van Z.Exc. en Ernst Casimir. Na gedane complimenten zet hij het geschil tussen de koning van Frankrijk en die van Denemarken uiteen. De onenigheid is ontstaan over de schade die Deense schepen zouden hebben toegebracht aan de schepen van de heer van Chappellaine en De Chesne. Laatstgenoemden waren door de Franse koning van kaperbrieven voorzien. Beide vorsten willen, na opschorting van hun wederzijdse verdragen, het geschil laten beslechten door HHM en de prins van Oranje.
De gezant is verzocht zijn verhaal schriftelijk uiteen te zetten, hetgeen hij toegezegd heeft te zullen doen.