11/08/1626, 14

11/08/1626, 14

141 De gecommitteerden hebben verslag gedaan van hun bestudering van de met Gerard van Schoonhoven en Joost Brasser onderhandelde contracten inzake het Venetiaanse subsidie.
Afgesproken wordt dat Van Schoonhoven en Brasser het geld van Venetië dienen te ontvangen op het moment dat de wissel van Amsterdam op Venetië zal zijn gestegen tot 106¾ groot per dukaat. Indien de Signoria de betaling gedurende enige tijd opschort, zullen de contractanten de eerstvolgende uitkering op het reeds voorgeschoten bedrag mogen korten. Dientengevolge mogen zij ook van het eerste geld dat Venetië nu zal uitkeren hun over februari en maart al verstrekte voorschotten aftrekken. Verdere vertraging in de betaling aldaar mogen zij compenseren met een latere uitkering alhier of zij betalen hier stipt elke 19de van de maand en trekken de rente die van de latere uitkering door Venetië het gevolg is, af van hun volgende betaling. Zij zijn niet verplicht de derde maand voor te schieten voordat er bericht uit Ventië is gekomen dat daar de eerste maand is betaald.
Wat de aflossing van de 150.000 gld. aangaat zullen HHM de contractanten nu een assignatie op Van Beeck verstrekken voor 100.000 gld. die moeten worden betaald uit het eerste geld dat binnenkomt op de tweede wisselbrief van Charlot aan Van Beeck. Van Beeck krijgt de opdracht deze assignatie te accepteren. Als dit bedrag niet binnen drie maanden, gerekend vanaf 16 juli, binnenkomt zullen HHM op andere wijze voorzien in de restitutie van de 100.000 inclusief drie maanden rente. De lening van de resterende 50.000 gld. wordt, met toestemming van de contractanten en zonder verdere wijziging in de bestaande verbintenissen die HHM en de provincie Holland met hen zijn aangegaan, verlengd met zes maanden en zal op 16 jan. 1627 inclusief rente worden gerestitueerd. Van 6.113 gld. 17 st. aan per 16 juli verschenen rente wordt nu ordonnantie verstrekt op de ontvanger-generaal.

1 Deze resolutie is door een klerk ingeschreven in S.G. 51.