13/08/1626, 10

13/08/1626, 10

10 Nispen schrijft d.d. Emmerik 11 aug. over hetgeen hem en Brienen te Emmerik [Emmerich] en Huissen in de uitvoering van hun commissie inzake de Huissense munt is overkomen. Zij hebben niemand kunnen ondervragen omdat de raden van de keurvorst dat niet toestaan zolang HHM geen lijst met aanklachten sturen. Zij mogen ook de boeken van Bierman niet inspecteren, geen stempels bezien noch munten laten slaan.
Verder beraad over deze zaak wordt uitgesteld totdat Nispen is teruggekeerd, maar hem en Brienen zal wel worden geantwoord geen tijd te verdoen om het land niet nodeloos op kosten te jagen. Zij moeten conform hun instructie verzoeken om een ondervraging door de magistraten in hun bijzijn.
De ontvanger-generaal zal Nispen nog 300 gld. voorschieten, maar de muntmeester-generaal zal wel geschreven worden dat hij volgens zijn instructie een traktement heeft voor zichzelf en een dienaar, echter niet voor een bode.
Het door Nispen opgestuurde ontwerp van een plakkaat tegen de te Huissen geslagen valse munten zal worden bestudeerd.