15/08/1626, 11

15/08/1626, 11

11 Gedeputeerden en administratoren van ridderschap, steden en stenden van het graafschap Oost-Friesland committeren d.d. 22 juli hoofdeling Arent Tido van Diepenbroeck tot Middelstewehr, administrator Uco Sparinga en secretaris van het College van Administratoren Cyriacus Hisken met het verzoek deze heren audi├źntie te verlenen. Sparinga en Hisken zijn vervolgens tot de vergadering toegelaten en hebben hun propositie gedaan en die op schrift, ondertekend, ingeleverd.1Na de door de deputaties overgebrachte resolutie van HHM d.d. 20 mei is in Oost-Friesland zowel mondeling als schriftelijk gepoogd de diverse geschillen met de graaf bij te leggen. Niettemin heeft de graaf bepaalde punten uitdrukkelijk afgewezen en is hij aan andere voorbijgegaan. Daardoor is het de principalen van de gecommitteerden onmogelijk gebleken op de in de resolutie d.d. 20 mei afgesproken datum [1 juli] te verschijnen en is de situatie als ter tijd van Hiskens laatste afvaardiging. De inning van de gemene middelen is niet ten uitvoer gebracht en dus kunnen de daarvan afhangende betalingen niet worden gedaan. De ondergang van Oost-Friesland is nabij indien niet wordt ingegrepen en daarom zijn de gecommitteerden opnieuw gestuurd om HHM de nabuurlijke diensten van hun principalen aan te bieden en zich te verontschuldigen voor het niet verschijnen op de afgesproken datum op grond van de aangevoerde redenen. Zij verzoeken HHM nogmaals een besluit te nemen over elk van de door Hisken op 5 mei ingebrachte punten.
HHM stellen de besluitvorming uit tot de volgende vergadering.

1 Geïnsereerd in S.G. 3185.