02/09/1626, 19

02/09/1626, 19

191 De gecommitteerden die met de Bewindhebbers van de VOC hebben gesproken over het afscheid van de Perzische ambassadeur melden dat hij van recredenties en antwoord op de door hem aangevoerde punten voorzien dient te worden. De ambassadeur zou van zowel het land als de VOC een verering dienen te ontvangen.
De recredenties en het antwoord zullen worden opgesteld en ook het land zal een verering toekennen, echter de VOC dient die te bekostigen uit de buitgemaakte schepen en goederen. Aangezien de ambassadeur vindt dat er ook een ambassadeur van de Republiek naar Perzië moet gaan, zal er iemand uit Batavia [Jakarta] worden gezonden op credentie van HHM.
De Bewindhebbers zeggen dat Hasselt blijft aandringen op de eerder door hem verzochte akte en zij verwachten meer heil van hem dan van de ambassadeur.
De akte is bij deze opgesteld, goedgekeurd en geapprobeerd.

1 Deze resolutie is gedrukt: Dunlop, Bronnen Oostindische Compagnie Perzië I, 703.