10/09/1626, 1

10/09/1626, 1

1 Inzake artikel 21 van de verordening op de pacht van het kwart der konvooien en licenten is besloten dat het land een derde deel van de boetes en geconfisqueerde goederen vrij zal genieten en dat de pachters hun kwart in dat derde deel eveneens onbelast zullen ontvangen. Op grond van hetzelfde artikel krijgen de pachters de helft van de boeten en confiscaties vooruitbetaald indien zij degenen zijn die het bedrog hebben aangegeven. Zij moeten echter wel de te maken kosten dragen aangezien zij in die gevallen niet het land representeren, maar fungeren als aangevers. De Admiraliteiten te Rotterdam en in Zeeland zal dit worden geschreven opdat zij zich eraan houden. Mochten zij zwaarwegende redenen ter contrarie hebben dan moeten zij die onmiddellijk laten weten.