19/09/1626, 5

19/09/1626, 5

5 Conform de resolutie van 17 sept. is nog eens met Quade gesproken over de alliantie met de prins van Transsylvanië. Vervolgens is de tekst van het onverbindende akkoord opgesteld1.
Vorst Gabriel heeft door zijn gezant te kennen gegeven zich te willen aansluiten bij de alliantie. De Staten-Generaal verklaren zich op welbehagen en met instemming van de koning van Groot-Brittannië en die van Denemarken akkoord op de volgende voorwaarden.
De vorst zal tot het verbond toetreden alsof hij vanaf het begin bij zijn totstandkoming betrokken is geweest.
Hij zal met ten minste vijftienduizend ruiters te velde trekken om apart of samen met de geallieerden de beoogde gebieden binnen te vallen.
Teneinde tijdens deze campagne een vijandelijke inval in eigen land te voorkomen, zal hij minstens veertigduizend soldaten moeten onderhouden. Zij dienen de grenzen en passen te bewaken.
Gedurende de periode dat de vorst daadwerkelijk te velde is, zal hij worden ondersteund met 40.000 rijksdaalder per maand van 32 dagen. De helft van dit bedrag zal door de Engelse koning worden opgebracht, een kwart door de koning van Denemarken en voor het restant zullen de bondgenoten zich gezamenlijk sterk maken. Ook zullen de vorst, als hij te velde is, circa tienduizend man voetvolk en tweeduizend paarden worden gezonden.
Alle machthebbers binnen en buiten Europa zullen door de ordinaris ambassadeurs of via een buitengewone bezending nog eens worden benaderd met het verzoek zich bij de alliantie aan te sluiten.
Deze artikelen worden aan de oorspronkelijke, onveranderd geldig blijvende verbondsartikelen toegevoegd.
De tekst zal Quade worden overhandigd. Een afschrift gaat naar Joachimi. Hij moet verklaren dat HHM niet van plan zijn meer te contribueren dan zij in de oorspronkelijke alliantie hebben toegezegd.

1 Geïnsereerd in S.G. 3185 en gedrukt in Aitzema, S. & O. kwarto II, 132-133/folio I, 549.