24/09/1626, 1

24/09/1626, 1

1 Twee afgevaardigden van de Rotterdamse Admiraliteit en enkelen van de Grote Visserij brengen ter vergadering naar voren dat vijf vijandelijke schepen achttien buizen in brand hebben weten te steken. De bemanning is overboord gezet en de rest van de schepen uit elkaar gedreven. Men vraagt om maatregelen.
HHM besluiten de Rotterdamse Admiraliteit te machtigen tot het in zee sturen van alle oorlogsschepen die zich in het Goereese Gat en de Maas bevinden, ongeacht repartitie. Ook de twee voor de Engelse vloot bestemde schepen zullen ongeveer tien dagen op zee kruisen en dan naar Wight varen. De Zeeuwse Admiraliteit zal geschreven worden zich op dezelfde wijze in te spannen. De Admiraliteiten te Amsterdam en in het Noorderkwartier zullen de voor de kust van Vlaanderen en de Noordzee bestemde schepen sturen, voor zover beschikbaar. Commandant Dorp zal worden gewaarschuwd met de opdracht nog drie à vier schepen beschikbaar te stellen mits de kustbewaking niet in gevaar wordt gebracht.
Aangezien de vijand, naar verluidt, van plan is het fregat van het Noorderkwartier te overmeesteren op de kust van Vlaanderen, zal de Admiraliteit in het Noorderkwartier worden gewaarschuwd het vaartuig te versterken met ongeveer zeven musketiers.