08/10/1626, 2

08/10/1626, 2

2 De vrienden van de gevangengenomen functionarissen van de Rotterdamse Admiraliteit mogen een of twee keer met hen spreken over de middelen waarmee de vonnissen kunnen worden nagekomen. Kinschot en Rosa moeten echter bij de gesprekken aanwezig te zijn en de cipier moet de gevangenen goed bewaken.
De bedragen waartoe deze gevangenen zijn veroordeeld zullen ten goede komen aan het kantoor van de Admiraliteit. Het College is gemachtigd het geld te innen - desnoods door middel van executie - en krijgt de beschikking over de inventarissen en borgtochten van de gevangenen. Het betreft, ten eerste, de inventaris van de onroerende goederen van mr. Barthalomeus van Segwaert, geschat op 3.442 gld. 7 st., met borgtocht van mr. Michiel Craienstein, schepen van Dordrecht en Andries Bouckert, koopman uit 's-Gravenhage; ten tweede, de akte van arrest op de brouwerij, onroerende goederen en de tuin buiten Delft van Van der Mast, met een borgtocht voor de meubelen à 3.000 gld.; ten derde, een inventaris van de goederen van David van der Heul, geschat op 5.533 gld. 10 st. 7 p., met een borgtocht voor de meubelen; ten vierde, drie obligaties van Nicolaij, samen 1.800 gld. waard, en nog een van 2.500 gld. die tenietgedaan is; ten vijfde, de inventaris van alle onroerende goederen van mr. Gerrit Berck, geschat op 5.059 gld. 11 st., met borgtocht en een akte van arrest op huizen met tuinerven in en buiten Rotterdam. De heren van Holland is voorts verzocht een onderkomen voor Van der Mast en Berck aan te wijzen.